wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Maatschappijkunde / politiek & crimi

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer is een probleem een maatschappelijk probleem?

a)

Meerdere mensen hebben er last van

b)

Mensen verschillen van mening over de oplossing van dit probleem

c)

Er moet publieke aandacht voor komen

d)

Er zijn veel mensen nodig om dit probleem te veranderen

e)

Optie 1,2,3 en 4

2.

Wat is niet een kenmerk van de Nederlandse rechtsstaat

a)

Er is een grondwet

b)

Er is een onafhankelijke rechterlijke macht

c)

De burgermeester wordt niet gekozen door de bevolking

d)

Er is een democratie

3.

Waaruit bestaat de Trias Politica?

a)

De wetgevende, uitvoerende en bepalende macht

b)

De wetgevende, rechterlijke en gekozen macht

c)

De wetgevende, uitvoerende en bepalende macht

d)

De wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht

4.

Een land waar de macht in handen is van 1 persoon, een kleine groep mensen of 1 partij. Welk begrip hoort hierbij

a)

Rechtsstaat

b)

Dictatuur

c)

Politie land

d)

Democratie

5.

Deze politieke stroming wilt veranderen. Welk begrip past het best bij deze zin?

a)

Liberaal

b)

Centraal

c)

Rechts

d)

Links

e)

Progressief

6.

Welk partijen zijn middenpartijen?

a)

SGP, PVV, D66

b)

DENK, CDA en Christenunie

c)

CDA, D66 en Christenunie

d)

Forum, VDD en Christenunie

e)

SP, CDA en D66

7.

Welke politieke stroming hoort het meest bij de volgende zin: ''Verantwoordelijkheid ligt bij de burger, een kleine overheid met weinig bemoeienis''

a)

Progressief

b)

Links

c)

Liberaal

d)

Christendemocraten

e)

Sociaal democraten

8.

Welke stroming heeft de meest actieve overheid?

a)

Sociaal democraten

b)

Christendemocraten

c)

Liberalen

9.

Als je een probleem hebt met de overheid, ga je naar...

a)

De reclassering

b)

Ministerie van justitie

c)

Slachtofferhulp

d)

De nationale ombudsman

10.

Waarom is de kans het grootst dat Mark Rutte toch weer Minister president wordt?

a)

Hij de meeste voorkeursstemmen heeft gekregen

b)

Hij direct door de burgers gekozen is

c)

Hij het meest vergeetachtig is over zijn uitspraken

d)

Hij door het parlement als beste politicus is aangewezen

e)

Hij lijsttrekker is van de partij met de meeste gewonnen zetels

11.

Milo is op de Haarlemmerstraat gevallen doordat hij zoder handen fietste. Dit kan zo niet langer! Stel dat de minister van Verkeer een wetsvoorstel bedenkt over een verbod op fietsen met losse handen. De volgende personen hebben met het wetsvoorstel te maken:

1. Ambtenaren van het ministerie

2. De minister

3. Eerste kamer

4. Een politie agent

5. Tweede kamer

Wat is de juiste volgorde van idee tot bekeuring?

a)

2,1,5,3,4

b)

2,3,5,1,4

c)

2,5,1,3,4

d)

2,5,3,1,4

12.

Welke partij behoort tot de ecologische stroming?

a)

PVDA

b)

D66

c)

VVD

d)

DENK

e)

PVDD

13.

Wat zijn de 4 stappen in het vormen van een kabinet na de verkiezingen (in de juiste volgorde)

a)

Benoeming, informatie, formatie en onderzoek

b)

Onderzoek, informatie, formatie en benoeming

c)

Informatie, onderzoek, formatie en benoeming

d)

Formatie, informatie, onderzoek en benoeming

14.

Welke laag van de overheid wordt hieronder beschreven?

''Houdt zich grotendeels bezig met ruimtelijke ordening en milieu''

a)

De gemeente

b)

Rijksoverheid

c)

Provincie

15.

Welke groep in een samenleving kan door contact opnemen met politici, gebruik maken spreekrecht en demonstreren invloed hebben op de politiek?

a)

De EU

b)

Justitie

c)

Burgers

d)

Burgermeesters en wethouders

e)

Parlementsleden

16.

Wat is hieronder een overtreding?

a)

Inbraak

b)

Moord

c)

Laszlo die wildplast tegen de Westerkerk

d)

Verkoop van XTC door een dealer

17.

Wat is een voorbeeld van immaterieel gevolg van een inbraak?

a)

Iemand zijn LCD TV is gestolen

b)

Door een inbraak in zijn woning slaapt iemand slecht

18.

Welke van de volgende beschreven personen valt het meest in het ''hokje'' van iemand met criminele kenmerken?

a)

Hoge maatschappelijke positie, allochtoon, 22 jaar

b)

Autochtoon, man, 36 jaar, lage maatschappelijke positie

c)

Lage maatschappelijke positie, man, 21 jaar

d)

Allochtoon, vrouw en 20 jaar

e)

16 jaar, lage maatschappelijke positie, vrouw

19.

Voor welke leeftijdscatogorie geldt het jeugdstrafrecht?

a)

12 tot 16 jaar

b)

10 tot 20 jaar

c)

12 tot 18 jaar

d)

10 tot 18 jaar

e)

12 tot 20 jaar

20.

Welk begrip hoort bij onderstaande zin? "Speciale ambtenaar die namens de samenleving bewijzen zoekt tegen een verdachte en een straf tegen hem kan eisen''

a)

Kroongetuigen

b)

Rechter

c)

Advocaat

d)

Griffier

e)

Officier van justitie

21.

In rechtszaak over een scheiding, bij welke rechtbank wordt die behandeld?

a)

Bestuursrecht

b)

Strafrecht

c)

Kantonrechter

d)

Civiele sector

22.

Waar staat TBS voor?

a)

Ter bewaring stelling

b)

Ter beschikking stelling

c)

Ter besluit stelling

d)

Ter benoeming stelling

23.

Welke begrip hoort het best bij onderstaande zin;


Pieter, een kale man met grote pukkels op zijn hoofd, is een draaideur crimineel; hij is gisteren opgepakt na zijn 6e woningoverval

a)

Witte boorden criminaliteit

b)

Groepsgedrag

c)

Sociale controle

d)

Recidive

24.

Op de Vinse school is het gebruikelijk om op de gang ''hoi'' te zeggen tegen je docent maatschappijkunde (en ook de anderen docenten). Dit is een ...

a)

Wet

b)

Norm

c)

Schoolregel

d)

Waarde

25.

In een winkel hangt een DNA spray en bij de ingang hangt een bordje dat deze winkel zo'n spray heeft. Dit bordje is een voorbeeld van ;

a)

Opsporingsbeleid

b)

Vervolgingsbeleid

c)

Preventief beleid

d)

Gevangenisbeleid