Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Architectuur TERMINOLOGIE - NO (TEKST/FOTO+MK)

Total questions: 15

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Grieks: tempel} : Speciaal de binnenruirnie (cella) van de Griekse tempels.

a)

Nis

b)

Nymphaeum

c)

Narthex

d)

Octogoon

e)

Naos

2.

Voorhal voor de ingangszijde van vroegchristelijke en romaanse kerken.

a)

Neus

b)

Naos

c)

Nevenabsiden

d)

Narthex

e)

Orde (zuilenorde)

3.

Algemeen: een spits uitsteeksel. Speciaal: in het gotisch maaswerk door twee samenkomende cirkeldelen gevormde, vaak met bladwerk versierde spits.

a)

Opus Incertum

b)

Nok

c)

Neus

d)

Orchestra

e)

Ornament

4.
De door verlenging van de zijschepen, nevenkoren of tegen het costen van het dwarsschip gevormde absides, die kleiner zijn dan de absidiale belindiging van het hoofdkoor. Vergelijk Absis, Koor.
a)
Narthex
b)
Nevenabsiden
c)
Orchestra
d)
Nevenkoor
e)
Naos
5.
De naast het hoofdkoor als zijschepen liggende koorruimten. zie Koor.
a)
Nevenkoor
b)
Nis
c)
Octogoon
d)
Orchestra
e)
Nok
6.

Halfronde verdieping in een muur of een dergelijke kleine aanbouw aan een ruimte, boven ais half koepel of recht eindigend. De architectonische geleding, als blinde nis, of opneming van beelden, als figuren nis, dienend.

a)

Nis

b)

Nok

c)

Opus Incertum

d)

Nevenabsiden

e)

Nevenkoor

7.

De raaklijn van twee dakvlakken, meestal door bijzonder gevormde tegels of pannen geaccentueerd. Daarenboven bij Grieks-Romeinse tempels nog door acroteria aan de einden.

a)

Orde (zuilenorde)

b)

Nok

c)

Octogoon

d)

Ornament

e)

Neus

8.

Een bronnenterrein gewijd aan de Nymphen (watergodheden), waarbij de bron gewoonlijk door een centraal bouw architectonisch is geaccentueerd.

a)

Nis

b)

Orchestra

c)

Nymphaeum

d)

Opus Incertum

e)

Nok

9.

(Grieks: achthoek) : Een bouwwerk op achthoekige plattegrond.

a)

Opisthodomos

b)

Nis

c)

Nok

d)

Octogoon

e)

Orchestra

10.

Grieks: achterhuis) : De achterhal van een tempel, corresponderend met de voorhal of pronaos. Slechts enkele keren door een deur met de cella verbonden. Vaak gebruikt voor verering van speciale goden.

a)

Neus

b)

Orchestra

c)

Overkragen

d)

Orde (zuilenorde)

e)

Opisthodomos

11.

Metselwerk met nauwelijks behouwen stenen, geëffend door mortel.

a)

Orde (zuilenorde)

b)

Nok

c)

Nymphaeum

d)

Nis

e)

Opus Incertum

12.

(Grieks: dansplaats). Deel van het Griekse theater voor de dansers. Eerst rond, later halfrond.

a)

Orde (zuilenorde)

b)

Ornament

c)

Nok

d)

Orchestra

e)

Neus

13.

De wijze waarop zuilen en bijbehorend gebinte zijn gevormd. Men kent de klassieke, door de Grieken ontwikkelde en later door de Romeinen overgenomen en gevarieerde ordes: 1. Dorisch, 2. lonisch, 3. Korinthisch.

a)

Narthex

b)

Overkragen

c)

Orde (zuilenorde)

d)

Nis

e)

Neus

14.

Latijns: ornare = versieren). Versierend bijwerk, dat geen constructieve betekenis heeft. Men onderscheidt het met passer en liniaal gemaakte geometrische O. en het van organische, florale of diervormen afgeleide vegetabiliën O. Vergelijk Fries, Kapiteel.

a)

Orchestra

b)

Ornament

c)

Overkragen

d)

Nevenabsiden

e)

Nis

15.

Voor de rooilijn uitspringen, of voor een ander bouwdeel.

a)

Overkragen

b)

Octogoon

c)

Neus

d)

Nevenabsiden

e)

Nymphaeum