wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz Ordening

Total questions: 35

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.
Welke 5 klassen van gewervelde dieren zijn er?
a)
sponzen, stekelhuidigen, wormen, amfibieën en vissen
b)
zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen
c)
zoogdieren, vogels, geleedpotigen, wormen en reptielen
d)
vogels, reptielen, vissen, geleedpotigen, en sponzen
2.
Welke drie afdelingen ken je binnen het rijk van de planten?
a)
Wieren, naaktzadigen en sporenplanten
b)
Wieren, sporenplanten en zaadplanten
c)
Wieren, paardenstaarten en zaadplanten
d)
Varens, blaaswieren en zaadplanten
3.
Padden zijn koudbloedig, ademen voor een groot deel door hun huid, en hun eieren zijn niet beschermd. Bij welke klasse binnen de afdeling van de gewervelden horen de padden?
a)
Bij de vissen
b)
Bij de reptielen
c)
Bij de zoogdieren
d)
Bij de amfibieën
4.

In de afbeelding kun je een cel zien. Tot welk rijk behoort een organisme met dit soort cellen?

(a)  

5.
Behoren steppezebra's (Equus quagga) en bergzebra's (Equus zebra) tot dezelfde biologische soort?
a)
Ja, want de soortnaam is hetzelfde
b)
Ja, want de familienaam is hetzelfde
c)
Nee, want de soortnaam is anders
d)
Nee, want de familienaam is anders
6.

Bruinvissen leven in zee. Ze halen adem met longen en ze zijn warmbloedig. Tot welke groep van de gewervelden behoort de bruinvis?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Vissen

d)

Zoogdieren

7.

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

ras - soort - geslacht - familie - orde - klasse - stam - rijk - domein

b)

ras - geslacht - soort - familie - orde - klasse - stam - rijk - domein

c)

ras - geslacht - soort - orde - familie - klasse - stam - rijk - domein

d)

ras - soort - geslacht - orde - familie - klasse -stam - rijk - domein

8.

Welk woord ontbreekt?

Een wants (zie het plaatje) is (a)   symmetrisch.

9.

Welk dier hoort bij de geleedpotigen?

a)
b)
c)
d)
10.

Met welk nummer is het DNA weergegeven?

a)

4

b)

8

c)

5

d)

3

11.

Welke afdeling heeft de kenmerken:

geen wortels

geen bladeren

geen stengels?

a)

Sporenplanten

b)

Bedektzadigen

c)

Mossen

d)

Wieren (algen)

12.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

13.

Waar kan bij deze tulp glucose worden gemaakt?

a)

In de bladeren

b)

In de bloemen

c)

In de wortels

d)

In de stengel

14.

Een zebra leeft in warme gebieden. Zou een zebra ook in koude gebieden (Alaska, Noordpool) kunnen leven? En een krokodil?

a)

zebra wel, krokodil wel

b)

zebra wel, krokodil niet

c)

zebra niet, krokodil wel

d)

zebra niet, krokodil niet

15.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- huid met vacht

- levendbarend

- planteneter

Welke groep is dit?

a)

reptielen

b)

amfibiën

c)

geleedpotigen

d)

zoogdieren

16.

Welk dier is niet-symetrisch?

a)

Kwal

b)

Slak

c)

Gele buis spons

d)

Zee-egel

17.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk type cellen is dit?

a)

dieren

b)

planten

c)

schimmels

d)

bacteriën

18.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

19.

Op rottend fruit tref je vaak witte "pluizige"draden aan. Deze draden zijn (a)  

20.

In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?

a)

Een inwendig skelet.

b)

Een uitwendig skelet.

c)

Geen skelet.

21.

Door welke organismen ontstaat zwemmerseczeem?

a)

Door bacteriën

b)

Door schimmels

c)

Door wormen

d)

Door algen

22.

Tot welke groep van de gewervelden behoort een salamander?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Vissen

d)

Zoogdieren

23.

Noem een voorbeeld van een eencellige schimmel

(a)  

24.

Op basis van welke kenmerken worden de vier rijken ingedeeld?

a)

celkern, cytoplasma, celwand

b)

celkern, cytoplasma, celmembraan

c)

celkern, celwand, bladgroenkorrels

d)

celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma

25.

Behoren deze twee organismen tot dezelfde soort?

a)

Ja

b)

Nee

26.

Een paard en een ezel kunnen samen nakomelingen krijgen. De nakomelingen van een ezel (hengst) en een paard (merrie) heten 'muildieren'. De nakomelingen van een paard (hengst) en een ezelin heten 'muilezels'. Muilezels en muildieren zijn niet vruchtbaar.


Behoren een ezel en een paard tot één soort?

a)

Nee, want ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen voortbrengen.

b)

Ja, want ze stammen uit hetzelfde geslacht

c)

Ja, want ze kunnen vruchtbare nakomelingen voortbrengen.

27.

Bij welke afdeling horen deze kenmerken?

- wel wortels

- wel stengels

- wel bladeren

- geen bloemen

a)

Algen

b)

Zaadplanten

c)

Sporenplanten

d)

Geen van allen

28.

Bij welke afdeling hoort deze plant?

a)

Naaktzadigen

b)

Bedektzadigen

c)

Planten

d)

Zaadplanten

29.

Met welk orgaan halen vissen adem?

(a)  

30.

Welk woord ontbreekt?

Reptielen leggen eieren .......... schaal

a)

zonder

b)

met een leerachtige schaal

c)

met een kalkschaal

31.
Waarvoor zorgen de bladgroenkorrels in de cellen van planten?
a)
ze hebben geen doel
b)
voor het vasthouden van vocht 
c)
 voor de steun van de plant
d)
voor de groene kleur
32.
Welke functie hebben schimmels en bacteriën allebei?
a)
het vormen van bladgroen
b)
het doorgeven van informatie
c)
het opruimen van dode resten
d)
het vormen van sporen
33.
Hoe noem je een groep van miljoenen bacteriën bij elkaar?
a)
bacteriekudde
b)
bakteriegroep
c)
bacteriekolonie
d)
bacterienest
34.

Bij welk RIJK hoort dit organisme?

(a)  

35.

Welke van onderstaande dieren zijn skeletloos?

a)

Slakken

b)

Regenwormen

c)

Octopussen

d)

Kwallen

e)

Zee-egels