wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NT2 De Finale Th5 Voc oef 11, 12

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke werkwoorden ontbreken:

Afval moet je natuurlijk ...., maar niet ...

a)

bergen - lozen

b)

kronkelen - afvoeren

c)

afvoeren - lozen

d)

evacueren - bergen

2.

Wat gebeurt er met het schip? (to salvage)

Geef een infinitief

(a)  

3.

Kijk naar het plaatje. Is het hoog of laag water? Kies en geef een ander woord daarvoor.

(a)  

4.

Waarom is de man blij & verlegen?

Iemand heeft hem net complimenten gegeven = ...?

Let op: geef alleen het infinitief!

(a)  

5.

Kijk naar het plaatje:

Er is brand en de mensen moeten het gebouw uit. Wat doet de brandweer met de mensen?

Let op: geef het infinitief

(a)  

6.

Kijk naar het plaatje. Welk woord past er het beste bij?

Let op: geef een adjectief.

(a)  

7.

Kijk naar het plaatje. Het is geen goede manier om afval weg te gooien. Kies het infinitief dat hier het beste bij past.

(a)  

8.

Kijk naar het plaatje. Wat voor uitdrukking past hierbij?

Een ..... ..... zijn.

Let op: geef alleen de 2 ontbrekende woorden.

(a)  

9.

Welk verbum past er het beste bij de GIF?

De man wil niet dan de vrouw hem aan kan kijken. Dat is hij aan het (a)  

10.

Zo zeg, het weer ziet er .... uit, er lijkt heel wat op ons af te komen. Dat wordt een natte boel straks.

a)

onbetrouwbaar

b)

dreigend

c)

gevaarlijk

d)

verontreinigd

11.

Welke woorden ontbreken in de uitdrukking?

Iemand met de ..... op de ...... drukken.

a)

vinger - neus

b)

feiten - neus

c)

vinger - zaken

d)

neus - feiten

12.

Wat je op het plaatje ziet kun je in deze uitdrukking duidelijk maken. Welke woorden ontbreken ?

Deze vrouw combineert het ... met het ...

a)

zinvolle - sportieve

b)

leuke - nuttige

c)

nuttige - aangename

d)

leuke - zinvolle

13.

Wat doet de politie met de verdachte?

Ze hebben hem aangehouden en nu zijn ze hem aan het ...

a)

afvoeren

b)

lozen

c)

uit de weg gaan

d)

evacueren

14.

Welke conjunctie ontbreekt hier:

Het is voor mij lastig om afval te scheiden, .... ik op een flat woon.

a)

nadat

b)

aangezien

c)

hoewel

d)

daarom

15.

Hoe .... je eet, hoe ... je wordt.

a)

slecht - ongezond

b)

meer - slechter

c)

beter - fitter

d)

goed - fit