wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bewegen

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Waarmee maak je deze soort foto?

a)

Astrospectrie

b)

Videograaf

c)

Stroboscopische lamp

d)

Een stok

2.

Wat is de formule voor gemiddelde snelheid?

a)

Gemiddelde snelheid = afstand ÷ tijd

b)

Gemiddelde snelheid = afstand - tijd

c)

Gemiddelde snelheid = afstand X tijd

d)

Gemiddelde snelheid = afstand + tijd

3.

Oma loopt in 10 seconden over het zebra pad van 5 meter. Hoe snel gaat oma gemiddeld?

a)

10/ms

b)

2 m/s

c)

50 m/s

d)

0,5 m/s

4.

Jij wil van Pleasant park naar Boney Burbs gaan, je doet hier 20 seconden over. Hoe snel loop je gemiddeld?

a)

10 m/s

b)

0,1 m/s

c)

10 km/h

d)

0,1 km/h

5.

Je hebt 3 minuten gedaan over naar huis fietsen van af de supermarkt die 900 meter verder op ligt. Hoe snel fietste je?

a)

5 m/s

b)

50 m/s

c)

10 m/s

d)

1 m/s

6.

Je moet een noodstop maken voor een kind op de weg, je reactie afstand is 5 meter en je remweg10 meter. Hoe lang is de stopafstand?

a)

0,5 m/s

b)

15 meter

c)

2 m/s

d)

15 kilometer

7.

Waar hangt de remweg NIET van af?

a)

De beginsnelheid

b)

De remkracht

c)

De reactietijd

d)

De massa van de auto

8.

Kies meerdere. Wat zal effect hebben op jou reactietijd.

a)

Sommige medicijnen

b)

Vermoeidheid

c)

Alcohol / Drugs

d)

Je telefoon gebruiken

9.

Als jij met iemand achterop fietst, is de remweg dan langer of korter?

a)

Langer

b)

Korter

10.

Deze grafiek is een voorbeeld van een?

a)

Vertraging

b)

Versnelling

c)

Eenparige beweging

11.

Deze grafiek is een voorbeeld van een?

a)

Vertraging

b)

Versnelling

c)

Eenparige beweging

12.

Deze grafiek is een voorbeeld van een?

a)

Vertraging

b)

Versnelling

c)

Eenparige beweging

13.

Hoe snel gaat een wandelaar?

a)

6 m/s

b)

60 km/h

c)

50 m/s

d)

6 km/h

14.

Een sneltrein van Amsterdam rijd met 165km/u binnen 3 uur naar Parijs.

Hoe lang is de afstand die de trein aflegt?

a)

510 kilometer

b)

480 kilometer

c)

495 kilometer

d)

632 kilometer

15.

Floris rijd met 20 m/s af op een kind die 38 meter voor zijn auto staat. hij reageert binnen 0,5 seconden en zijn remweg is 30 meter. Wat is er gebeurd met het kind?

a)

Het kind is plat gereden

b)

Het kind kan een erge dreun hebben gehad

c)

Waarom rijd Floris zo hard op een weg met kinderen?

d)

Ik heb geen idee meneer, dit begrijp ik nog niet zo goed.