wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Atomen en moleculen

Total questions: 17

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Welk van de volgende dingen is gemaakt van atomen of moleculen?

a)

Licht

b)

Lucht

c)

Water

d)

Aardgas

e)

IJzer

2.

Hoeveel verschillende soorten atomen vinden we in de natuur?

a)

Ongeveer 12

b)

Ongeveer 90

c)

Ongeveer 1300

3.

Hoeveel atomen zitten er in een zoutkorreltje?

a)

Duizenden

b)

Miljoenen

c)

Miljarden

d)

Nog veel meer!

4.

Een koperen voorwerp bestaat uit 1 soort atomen

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Zuiver water bestaat uit...

a)

Wateratomen

b)

Watermoleculen

6.

Atomen zijn netjes opgestapeld in...

a)

een gas

b)

een vloeistof

c)

een kristal

d)

alle drie goed!

7.

Atomen liggen dicht tegen elkaar in...

a)

alleen een gas

b)

alleen een vloeistof

c)

alleen een vaste stof

d)

een gas en een vloeistof

e)

een vloeistof en een vaste stof

8.

Tussen de atomen is veel ruimte in...

a)

alleen een gas

b)

alleen een vloeistof

c)

alleen een vaste stof

d)

een gas en een vaste stof

e)

een vloeistof en een vaste stof

9.

Als een gas warmer wordt...

a)

gaan de moleculen sneller bewegen

b)

gaan de moleculen langzamer bewegen

c)

worden de moleculen warmer

10.

Wat zit er tussen de moleculen van lucht?

a)

Andere moleculen

b)

Niets

c)

Dat weet niemand

11.

Welk van de volgende stoffen is gemaakt van allemaal dezelfde atomen?

a)

Water

b)

Aardgas

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

e)

Zilver

12.

In welke fase zijn de aantrekkingskrachten tussen de moleculen het grootst?

a)

vaste fase

b)

vloeibare fase

c)

gasfase

d)

alle fasen

13.
Een stuk zeep ruikt vaak lekker. In welke fase is een stof die je ruikt?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
14.

Welke moleculen zitten er in suikerwater?

a)

suikerwatermoleculen

b)

alleen suikermoleculen

c)

suikermoleculen en watermoleculen

d)

alleen watermoleculen

15.

In welke fase zit de stof waarvan de moleculen hier zijn afgebeeld

a)

De vaste fase

b)

De vloeibare fase

c)

De gasfase

16.

Hoe bewegen de deeltjes in de vaste fase?

a)

Ze bewegen helemaal niet en zitten vast in een rooster

b)

ze zitten vast in een rooster maar kunnen wel trillen

c)

de deeltjes kunnen langs elkaar bewegen

d)

de kunnen langs elkaar bewegen maar niet ver van hun beginplaats

17.

Hoeveel verschillende soorten moleculen zijn er?

a)

Ongeveer 10

b)

Ongeveer 100

c)

Miljoenen

d)

Ongeveer 1000