WorksheetsWoordsoorten en zinsontleding
Total questions: 36
Worksheet time: 21mins
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Het Kindcentrum is gesloten vanwege het Coronavirus.
gesloten
is gesloten
is
het Coronavirus
Wat is het onderwerp in de volgende zin?
Gisteren ging juffrouw Toiny met juffrouw Hanneke wandelen in het bos.
ging
juffrouw Hanneke
in het bos
juffrouw Toiny
Wat is het gezegde in de volgende zin?
De kinderen van groep 8 hebben huiswerk gemaakt.
hebben gemaakt
hebben
De kinderen van groep 7 en 8
gemaakt
Op school zijn repetities voor de musical Hair.
Wat is het onderwerp?
repetities
op school
voor de musical hair
De atleet gaf na twintig kilometer in een klein dorpje op.
Wat is het onderwerp?
(a)
Vandaag vergaderen we in een lekker koel lokaal.
Wat is het gezegde?
(a)
Kloppen de zinsdeelstreepjes?
De antieke televisie van mijn ouders / is / nu / helemaal kapot.
Goed verdeeld
Fout verdeeld
Kloppen de zinsdeelstreepjes?
De bange / jongen / hoorde / een vreemd geluid / op de zolder van het huis.
Goed verdeeld
Fout verdeeld
De strenge directrice is niet aardig!
Wat is het onderwerp?
aardig
de strenge directrice
directrice
de directrice
niet aardig
Ik bel haar op.
Dit is het werkwoordelijk gezegde
op hoort niet bij het werkwoordelijk gezegde
Op het schoolplein proberen de jongens de bal in het doel te gooien.
Wat is 'de bal' voor zinsdeel?
lijdend voorwerp
onderwerp
2D werkt heel erg hard!
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Lidwoord
We moeten haar waarschuwen voor m’n overburen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
We moeten haar waarschuwen voor m’n overburen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Ze hebben zich vergist in onze bedoelingen.
Wat is het gekleurde woordsoort?
Hoeveel lidwoorden hebben we in het Nederlands?
1
2
3
4
Waar of niet waar?
Een werkwoord zegt wat iets of iemand doet of wat er gebeurt.
waar
niet waar
Waar of niet waar?
Namen zijn zelfstandige naamwoorden.
waar
niet waar
Waar of niet waar?
Een bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord.
waar
niet waar
Wat is het werkwoord?
Mijn vader schildert de kozijnen van ons huis.
(a)
Voorzetsels?
Leerlingen van de middelbare school gaan vandaag voor het eerst weer naar school.
van
de
voor
gaan
naar
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
De naam van een mens dier of ding
Het zegt iets over het zelfstandig naamwoord.
de het een
ik jij hij zij wij jullie zij
De docent twijfelde over het juiste antwoord.
ow
wwg
lv
mv
In het donker liet de man zijn hondje uit.
ow
mv
lv
De zeeman gaf de hond een lekker bot.
lv
mv
ow
Twee dames hadden hun jas vergeten.
lv
mv
ow
Het onderwerp kan met een voorzetsel beginnen.
Waar
Niet waar
Bij grammatica zinsontleding benoem je de functies van de delen van een zin.
Waar
Niet waar
Vanmorgen vroeg begonnen de kinderen van de buren spontaan te huilen. Wat is het wwg?
