Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz 4H ruilen over de tijd 1.2

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Sparen uit voorzorg is een...

a)

Zekerheidsmotief

b)

Doelmotief

c)

Vermogensmotief

2.

Als je spaart voor een auto, is het een...

a)

Doelmotief

b)

Zekerheidsmotief

c)

Vermogensmotief

3.

Bij een hogere rente stijgt het...

a)

Zekerheidsmotief van sparen

b)

Doelmotief van sparen

c)

Vermogensmotief van sparen

4.

Ik heb een auto gekocht met een waarde van €9.530,-. De afschrijving is 9% per jaar. Na 2 jaar is de auto nog .... waard

a)

€ 7.891,80

b)

€ 3948,30

c)

€ 7987,90

d)

€ 14.344,20

5.

Als ik tijdelijk rood sta, heb ik een...

a)

Consumptief krediet

b)

Hypothecaire lening

6.

Een hypothecaire lening is...

a)

Langlopende schuld

b)

Kortlopende schuld

7.

Een hypothecaire lening is voor een...

a)

Roerend goed

b)

Onroerend goed

c)

Geen van allen

8.

Wat is geen leenmotief? Kies het juiste antwoord.

a)

Lenen om een tegenslag op te vangen

b)

Je kunt lenen voor de aanschaf van consumptiegoederen

c)

Je kunt lenen om een tijdelijk tekort op te vangen

d)

De overige opties zijn allemaal wel leenmotieven

9.

De ..... prijs is de prijs die je bereid bent om te balen.

a)

Individuele prijs

b)

Algemene prijs

10.

Bij een lagere rente zal er...

a)

Meer geleend en meer gespaard worden

b)

Meer gespaard en minder geleend worden

c)

Meer geleend en minder gespaard worden

d)

Er verandert niets

11.

Vreemd vermogen zijn...

a)

Bezittingen

b)

Schulden

c)

Eigen vermogen

d)

Alle overige opties zijn juist

12.

Dividend is...

a)

Een soort belasting

b)

Winstuitkering voor aandeelhouders

c)

Schulden van aandeelhouders

d)

Eigen vermogen voor aandeelhouders

13.

De rente voor een lening is 0%. Tim gebruikt een individuele prijs van tijd van 3%. Gaat Tim sparen of lenen?

a)

Hij gaat sparen

b)

Hij gaat lenen

c)

Hij gaat niets doen

d)

Geen idee

14.

Je winst is een...

a)

Resultatenrekening

b)

Balansrekening

15.

Tomas heeft een eigen bedrijf. Hij verkoopt schoenen. Hij heeft een omzet gemaakt van €310.000. De inkoopwaarde van de schoenen bedraagt €110.000. Zijn bedrijfskosten zijn €50.000. Hij heeft....

a)

een winst van €150.000

b)

Een winst van €200.000

c)

Een winst van €310.000

d)

Hij heeft een verlies van €200.000

16.

Bij een hogere rente zal er...

a)

Meer geld in omloop zijn

b)

Minder geld in omloop zijn

17.

Waarom is de rente nu historisch zo laag?

a)

Om de economie te stimuleren (meer consumptie)

b)

Om minder te laten besteden

c)

Om ervoor te zorgen dat mensen meer sparen

d)

Alle overige opties zijn juist