wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Opfrisquiz erfelijkheid & evolutie

Total questions: 11

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Pim heeft een broertje Thijs en een zusje Anna.

Pim, Thijs en Anna hebben hetzelfde DNA.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Door mutaties en geslachtelijke voortplanting kunnen organismen ontstaan met nieuwe genotypen.

a)

juist

b)

onjuist

3.

Een albino is een mutant.

a)

juist

b)

onjuist

4.

Bij gewone celdeling verandert de informatie voor erfelijke eigenschappen.

a)

juist

b)

onjuist

5.

Straling is een mutagene invloed.

a)

juist

b)

onjuist

6.

Het ontstaan en verdwijnen van diersoorten zijn allebei onderdelen van evolutie.

a)

juist

b)

onjuist

7.

John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor dikker geworden. Is er bij John het fenotype veranderd?

a)

Ja

b)

Nee

8.
Wanneer komt het genotype van een baby tot stand? 
a)
bij de vorming van de eicel
b)
bij de bevruchting
c)
bij de geboorte
9.

Je hebt twee paar geslachtschromosomen.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Geslachtschromosomen bepalen of je man of vrouw bent. Welke combinatie is juist?

a)

XY = vrouw

b)

XY = man

11.

Hoeveel genen heb je voor één eigenschap?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46