wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 basis. Paragraaf 4.1 en 4.2

Total questions: 24

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent ''Arbeidsmotief''?

a)

Reden om te werken

b)

Dat je verplicht bent om te werken

2.

Is dit een arbeidsmotief? Juist of onjuist.


Werken om geld verdienen

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Is dit een arbeidsmotief? Juist of onjuist.


Werken om in contact te komen met mensen

a)

juist

b)

onjuist

4.

Is dit een arbeidsmotief? Juist of onjuist.


Werken om jezelf te ontwikkelen

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Er zijn drie productiesectoren. Agrarische sector, industriële sector en dienstensector. Is dit juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Welke sector is dit? Bedrijven die grondstoffen leveren en bestaat uit landbouw, visserij en mijnbouw.

a)

Agrarische sector

b)

Industriële sector

c)

Dienstensector

7.

Bedrijven die grondstoffen verwerken tot producten. Denk aan bedrijven die van olie benzine maken behoren tot de:

a)

Agrarische sector

b)

industriële sector

c)

Dienstensector

8.

Winkels, banken en de overheid behoren tot de:

a)

Agrarische sector

b)

industriële sector

c)

dienstensector

9.

Iemand die werk uitvoert heeft een

a)

Leidinggevende funtie

b)

Uitvoerende functie

10.

Iemand die werknemers aanstuurt heeft een...

a)

Leidinggevende functie

b)

UItvoerende functie

11.

Een schema, waarin je kan zien wie er leiding heeft en wie uitvoerend werk heeft, noem je een organigram. Juist of onjuist

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Beroepen waar je een opleiding voor nodig hebt noem je

a)

Geschoold werk

b)

Ongeschoold werk

13.

Beroepen waar je geen opleiding voor nodig hebt noem je...

a)

Geschoold werk

b)

Ongeschoold werk

14.

Wat zijn inkomensverschillen?

a)

Salarissen die verschillen door: leeftijd, ervaring, functie, verantwoordelijkheid

b)

Salarissen die weinig van elkaar verschillen

15.

Ander woord voor contract is...

a)

Arbeidsovereenkomst

b)

Arbeidsvoorwaarden

16.

Informatie in jouw contract over je salaris, hoeveel uren je werkt en vakantiedagen noem je..

a)

Arbeidsvoorwaarden

b)

Arbeidsregels

c)

Arbeidsovereenkomst

17.

De cao staat voor: Collectieve Arbeidsovereenkomst

a)

juist

b)

onjuist

18.

In de CAO staan afspraken die gelden voor alle werknemers van dezelfde soort bedrijven.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

De periode dat je maximaal twee maanden kan kijken binnen een bedrijf of het je bevalt noem je....

a)

proeftijd

b)

CAO

20.

Het salaris dat op je loonstrook staat waar belastingen in zit en die er nog van af moeten van je salaris noem je....

a)

Nettoloon

b)

Brutoloon

21.

Het salaris die je ontvangt en waar alle belastingen van zijn ingehouden noem je...

a)

Brutoloon

b)

Nettoloon

22.

Hoeveel een werknemer vanaf 23 jaar mimimaal moet verdienen noem je..

a)

Loon

b)

Minimumloon

c)

Minimumjeugdloon

23.

Regels die gaan over veilige en gezonde arbeidsomstandigheden noem je....

a)

Arbowet

b)

Arbeidstijdenwet

24.

Regels die gaan over werk- en rusttijden voor een werknemer noem je...

a)

Arbowet

b)

Arbeidstijdenwet

c)

Tijdenwet