wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Materie: deeltjesmodel

Total questions: 9

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.
In welke fase zijn de aantrekkingskrachten het grootst?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
d)
alle fasen
2.
Als je water kookt, gaat het verdampen. Wat gebeurt er dan met de snelheid van de moleculen?
a)
De moleculen gaan sneller bewegen.
b)
De moleculen gaan langzamer bewegen.
c)
De snelheid blijft gelijk.
3.
Een stuk zeep ruikt vaak lekker. In welke fase is een stof die je ruikt?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
4.

De moleculen trillen op hun plaats. Bij welke fase hoort deze beschrijving?

a)

Gas

b)

Vast

c)

Vloeibaar

d)

Opgelost

5.

Welke fase worden hier afgebeeld van links naar rechts?

a)

vast-vloeibaar-gas

b)

gas-vloeibaar-vast

c)

vast-gas-vloeibaar

d)

Uit deze afbeelding kan ik geen fase aflezen

6.

Wat gebeurt er met de moleculen als de temperatuur van een stof toeneemt?

a)

De moleculen gaan sneller bewegen.

b)

De moleculen gaan langzamer bewegen.

c)

De moleculen worden groter

d)

De moleculen worden kleiner

7.

Als ik een bak met vloeibaar water in mijn vriezer zet. Gaat het water bevriezen en bevindt het water zich in een vaste fase. Hoe noemen wij deze faseovergang?

a)

Smelten

b)

condenseren

c)

Stollen

d)

Verdampen

8.

Jan heeft vloeibaar waterijs gekocht. Hij stopt deze in zijn vriezer. Wat gebeurt er met de moleculen wanneer het ijs bevriest?

a)

De moleculen gaan sneller bewegen.

b)

De moleculen worden groter.

c)

De moleculen gaan langzamer bewegen.

d)

De moleculen worden kleiner.

9.

Bij faseovergangen is er sprake van een chemische reactie.

a)

Waar

b)

Niet waar