Font size
S
M
L
XL
WorksheetsStepping Stones 3TL Theme 5 vocab
Total questions: 114
Worksheet time: 57mins
Name
Class
Date
1.
access
a)
toegang
b)
geroosterde boterham
c)
erop staan
d)
grondgebied
2.
activity
a)
activiteit
b)
dikke pech
c)
inhouden
d)
je aanpassen
3.
admission
a)
toegang
b)
traditioneel
c)
smelten
d)
je ervan bewust zijn
4.
ancestor
a)
voorouder
b)
stam
c)
feesten
d)
dol zijn op
5.
barren
a)
dor, kaal
b)
zeeschildpad, waterschildpad
c)
besturen
d)
enthousiast zijn over
6.
beauty
a)
schoonheid
b)
ongemakkelijk
c)
afscheid nemen
d)
geacht worden, horen te zijn
7.
beetroot
a)
rode biet
b)
tenzij
c)
korter maken
d)
branden
8.
breeding
a)
fokken
b)
heuvel op
c)
tijd doorbrengen met
d)
zetten, brouwen
9.
climate
a)
klimaat
b)
uitgestrekt
c)
aaien
d)
kruipen
10.
coastline
a)
kustlijn
b)
vegetariër
c)
proeven
d)
niet leuk vinden
11.
continent
a)
werelddeel
b)
giftig
c)
wemelen van
d)
rijden
12.
contribution
a)
bijdrage
b)
panoramaterras
c)
opsporen
d)
binnengaan
13.
coral reef
a)
koraalrif
b)
wasmachine
c)
geroosterde boterham
d)
verzamelen
14.
culture
a)
cultuur
b)
manier, gewoonte
c)
dikke pech
d)
backpacken
15.
custom
a)
gebruik
b)
activiteit
c)
traditioneel
d)
uitbroeden
16.
deadly
a)
dodelijk
b)
toegang
c)
stam
d)
te bieden hebben
17.
delicacy
a)
lekkernij
b)
voorouder
c)
zeeschildpad, waterschildpad
d)
werpen, gooien
18.
down-to-earth
a)
nuchter
b)
dor, kaal
c)
ongemakkelijk
d)
erop staan
19.
downside
a)
nadeel
b)
schoonheid
c)
tenzij
d)
inhouden
20.
drought
a)
droogte
b)
rode biet
c)
heuvel op
d)
smelten
21.
easy-going
a)
ongedwongen, zorgeloos
b)
fokken
c)
uitgestrekt
d)
feesten
22.
exchange programme
a)
uitwisselingsprogramma
b)
klimaat
c)
vegetariër
d)
besturen
23.
fan
a)
ventilator
b)
kustlijn
c)
giftig
d)
afscheid nemen
24.
feelings
a)
gevoelens
b)
werelddeel
c)
panoramaterras
d)
korter maken
25.
festivity
a)
feestelijkheid
b)
bijdrage
c)
wasmachine
d)
tijd doorbrengen met
26.
fierce
a)
woest
b)
koraalrif
c)
manier, gewoonte
d)
aaien
27.
fireworks
a)
vuurwerk
b)
cultuur
c)
activiteit
d)
proeven
28.
flip-flops
a)
(teen)slippers
b)
gebruik
c)
toegang
d)
wemelen van
29.
footwear
a)
schoeisel
b)
dodelijk
c)
voorouder
d)
opsporen
30.
fresh water
a)
zoet water
b)
lekkernij
c)
dor, kaal
d)
geroosterde boterham
31.
glacier
a)
gletsjer
b)
nuchter
c)
schoonheid
d)
dikke pech
32.
habitat
a)
leefomgeving
b)
nadeel
c)
rode biet
d)
traditioneel
33.
hiking trail
a)
wandelpad
b)
droogte
c)
fokken
d)
stam
34.
holiday
a)
feestdag
b)
ongedwongen, zorgeloos
c)
klimaat
d)
zeeschildpad, waterschildpad
35.
hollow
a)
hol
b)
uitwisselingsprogramma
c)
kustlijn
d)
ongemakkelijk
36.
indigenous
a)
inheems
b)
ventilator
c)
werelddeel
d)
tenzij
37.
insight
a)
inzicht
b)
gevoelens
c)
bijdrage
d)
heuvel op
38.
laid-back
a)
relaxed
b)
feestelijkheid
c)
koraalrif
d)
uitgestrekt
39.
locals
a)
lokale bevolking
b)
woest
c)
cultuur
d)
vegetariër
40.
man-eating
a)
mensenetend
b)
vuurwerk
c)
gebruik
d)
giftig
41.
meaningful
a)
betekenisvol
b)
(teen)slippers
c)
dodelijk
d)
panoramaterras
42.
meat pie
a)
vleespastei
b)
schoeisel
c)
lekkernij
d)
wasmachine
43.
monthly
a)
maandelijks
b)
zoet water
c)
nuchter
d)
manier, gewoonte
44.
mountain range
a)
bergketen
b)
gletsjer
c)
nadeel
d)
activiteit
45.
national
a)
nationaal
b)
leefomgeving
c)
droogte
d)
toegang
46.
nature
a)
aard, karakter
b)
wandelpad
c)
ongedwongen, zorgeloos
d)
voorouder
47.
nostril
a)
neusgat
b)
feestdag
c)
uitwisselingsprogramma
d)
dor, kaal
48.
outback
a)
binnenland
b)
hol
c)
ventilator
d)
schoonheid
49.
outdoorsy
a)
gek op het buitenleven
b)
inheems
c)
gevoelens
d)
rode biet
50.
parade
a)
optocht
b)
inzicht
c)
feestelijkheid
d)
fokken
51.
paradise
a)
paradijs
b)
relaxed
c)
woest
d)
klimaat
52.
per cent
a)
procent
b)
lokale bevolking
c)
vuurwerk
d)
kustlijn
53.
personalised
a)
gepersonaliseerd
b)
mensenetend
c)
(teen)slippers
d)
werelddeel
54.
politeness
a)
beleefdheid
b)
betekenisvol
c)
schoeisel
d)
bijdrage
55.
population
a)
bevolking
b)
vleespastei
c)
zoet water
d)
koraalrif
56.
privilege
a)
voorrecht
b)
maandelijks
c)
gletsjer
d)
cultuur
57.
quirky
a)
eigenzinnig
b)
bergketen
c)
leefomgeving
d)
gebruik
58.
rare
a)
zeldzaam
b)
nationaal
c)
wandelpad
d)
dodelijk
59.
remote
a)
afgelegen
b)
aard, karakter
c)
feestdag
d)
lekkernij
60.
reserve
a)
reservaat
b)
neusgat
c)
hol
d)
nuchter
61.
sense of humour
a)
gevoel voor humor
b)
binnenland
c)
inheems
d)
nadeel
62.
sense of smell
a)
reukzin
b)
gek op het buitenleven
c)
inzicht
d)
droogte
63.
settlement
a)
nederzetting
b)
optocht
c)
relaxed
d)
ongedwongen, zorgeloos
64.
sheep
a)
schaap
b)
paradijs
c)
lokale bevolking
d)
uitwisselingsprogramma
65.
soft toy
a)
knuffel
b)
procent
c)
mensenetend
d)
ventilator
66.
solar power
a)
zonne-energie
b)
gepersonaliseerd
c)
betekenisvol
d)
gevoelens
67.
solid
a)
stevig
b)
beleefdheid
c)
vleespastei
d)
feestelijkheid
68.
spear
a)
speer
b)
bevolking
c)
maandelijks
d)
woest
69.
species
a)
(dier)soort
b)
voorrecht
c)
bergketen
d)
vuurwerk
70.
steep
a)
steil
b)
eigenzinnig
c)
nationaal
d)
(teen)slippers
71.
sunscreen
a)
zonnebrandcrème
b)
zeldzaam
c)
aard, karakter
d)
schoeisel
72.
territory
a)
grondgebied
b)
afgelegen
c)
neusgat
d)
zoet water
73.
to adapt
a)
je aanpassen
b)
reservaat
c)
binnenland
d)
gletsjer
74.
to be aware
a)
je ervan bewust zijn
b)
gevoel voor humor
c)
gek op het buitenleven
d)
leefomgeving
75.
to be fond of
a)
dol zijn op
b)
reukzin
c)
optocht
d)
wandelpad
76.
to be keen on
a)
enthousiast zijn over
b)
nederzetting
c)
paradijs
d)
feestdag
77.
to be supposed to
a)
geacht worden, horen te zijn
b)
schaap
c)
procent
d)
hol
78.
to blaze
a)
branden
b)
knuffel
c)
gepersonaliseerd
d)
inheems
79.
to brew
a)
zetten, brouwen
b)
zonne-energie
c)
beleefdheid
d)
inzicht
80.
to crawl
a)
kruipen
b)
stevig
c)
bevolking
d)
relaxed
81.
to dislike
a)
niet leuk vinden
b)
speer
c)
voorrecht
d)
lokale bevolking
82.
to drive
a)
rijden
b)
(dier)soort
c)
eigenzinnig
d)
mensenetend
83.
to enter
a)
binnengaan
b)
steil
c)
zeldzaam
d)
betekenisvol
84.
to gather
a)
verzamelen
b)
zonnebrandcrème
c)
afgelegen
d)
vleespastei
85.
to go backpacking
a)
backpacken
b)
grondgebied
c)
reservaat
d)
maandelijks
86.
to hatch
a)
uitbroeden
b)
je aanpassen
c)
gevoel voor humor
d)
bergketen
87.
to have to offer
a)
te bieden hebben
b)
je ervan bewust zijn
c)
reukzin
d)
nationaal
88.
to hurl
a)
werpen, gooien
b)
dol zijn op
c)
nederzetting
d)
aard, karakter
89.
to insist
a)
erop staan
b)
enthousiast zijn over
c)
schaap
d)
neusgat
90.
to involve
a)
inhouden
b)
geacht worden, horen te zijn
c)
knuffel
d)
binnenland
91.
to melt
a)
smelten
b)
branden
c)
zonne-energie
d)
gek op het buitenleven
92.
to party
a)
feesten
b)
zetten, brouwen
c)
stevig
d)
optocht
93.
to rule
a)
besturen
b)
kruipen
c)
speer
d)
paradijs
94.
to say goodbye
a)
afscheid nemen
b)
niet leuk vinden
c)
(dier)soort
d)
procent
95.
to shorten
a)
korter maken
b)
rijden
c)
steil
d)
gepersonaliseerd
96.
to spend time with
a)
tijd doorbrengen met
b)
binnengaan
c)
zonnebrandcrème
d)
beleefdheid
97.
to stroke
a)
aaien
b)
verzamelen
c)
grondgebied
d)
bevolking
98.
to taste
a)
proeven
b)
backpacken
c)
je aanpassen
d)
voorrecht
99.
to teem with
a)
wemelen van
b)
uitbroeden
c)
je ervan bewust zijn
d)
eigenzinnig
100.
to trace
a)
opsporen
b)
te bieden hebben
c)
dol zijn op
d)
zeldzaam
101.
toast
a)
geroosterde boterham
b)
werpen, gooien
c)
enthousiast zijn over
d)
afgelegen
102.
tough luck
a)
dikke pech
b)
erop staan
c)
geacht worden, horen te zijn
d)
reservaat
103.
traditional
a)
traditioneel
b)
inhouden
c)
branden
d)
gevoel voor humor
104.
trunk
a)
stam
b)
smelten
c)
zetten, brouwen
d)
reukzin
105.
turtle
a)
zeeschildpad, waterschildpad
b)
feesten
c)
kruipen
d)
nederzetting
106.
uncomfortable
a)
ongemakkelijk
b)
besturen
c)
niet leuk vinden
d)
schaap
107.
unless
a)
tenzij
b)
afscheid nemen
c)
rijden
d)
knuffel
108.
uphill
a)
heuvel op
b)
korter maken
c)
binnengaan
d)
zonne-energie
109.
vast
a)
uitgestrekt
b)
tijd doorbrengen met
c)
verzamelen
d)
stevig
110.
vegetarian
a)
vegetariër
b)
aaien
c)
backpacken
d)
speer
111.
venomous
a)
giftig
b)
proeven
c)
uitbroeden
d)
(dier)soort
112.
viewing platform
a)
panoramaterras
b)
wemelen van
c)
te bieden hebben
d)
steil
113.
washing machine
a)
wasmachine
b)
opsporen
c)
werpen, gooien
d)
zonnebrandcrème
114.
way
a)
manier, gewoonte
b)
aaien
c)
stevig
d)
steil
Reset
