wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Brugklas 3.1-3.3-3.5

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Organismen zijn ingedeeld in in verschillende domeinen. In welk domein hoort een eencellig organisme zonder celkern?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Planten

d)

Dieren

2.

Welke celkenmerken horen bij een plantencel? (meerdere goed)

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celkern

c)

Celmembraan

d)

Celwand

3.

Bekijk het plaatje. Bij welk rijk hoort deze cel?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Planten

d)

Dieren

4.

Bekijk de stamboom. Welk organisme is het meest verwant aan de zweepstaartschorpioen (tweede van onderaan)?

a)

Schizomida

b)

Zweepspin

c)

Palpigradi

d)

Hooiwagen

5.

Welke uitspraak klopt over bacteriën en schimmels?

a)

Een bacterie heeft een celkern en een schimmel niet.

b)

Een bacterie heeft geen celkern en een schimmel wel.

c)

Een bacterie heeft geen celmembraan en een schimmel ook niet.

d)

Een bacterie heeft een celwand en een schimmel niet.

6.

Zijn reducenten nuttig of gevaarlijk?

a)

Nuttig, want ze zetten resten van organismen om in bouwstoffen.

b)

Nuttig, want ze helpen bij het bereiden van voedingsmiddelen.

c)

Gevaarlijk, want ze kunnen verschillende infecties veroorzaken.

d)

Gevaarlijk, want ze zorgen voor voedselbederf.

7.

Bij zwemmerseczeem is de huid tussen de tenen ontstoken door een schimmel. Hoe kan je zwemmerseczeem ook wel noemen?

a)

Bacteriële infectie

b)

Penicilline

c)

Schimmelinfectie

d)

Infectie

8.

Op het plaatje zijn verschillende onderdelen van verschillende schimmels weergegeven. Bij welk(e) nummer(s) ontstaan sporen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

1 en 2

e)

1, 2 en 3

9.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

10.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke dieren zien we?

a)

ongewervelden, geleedpotigen

b)

ongewervelden, reptielen

c)

gewervelden, reptielen

d)

gewervelden, geleedpotigen

11.

Je ziet hier 2 ijsberen. Welke aanpassingen hebben ijsberen dat zij goed kunnen overleven in op de Noordpool?

a)

ze zijn koudbloedig en hebben een dikke vacht

b)

ze zijn koudbloedig en lopen op hun hele voet

c)

ze zijn warmbloedig en hebben een dikke vacht

d)

ze zijn warmbloedig en lopen op hun hele voet

12.

Een zebra leeft in warme gebieden. Zou een zebra ook in koude gebieden (Alaska, Noordpool) kunnen leven? En een krokodil?

a)

zebra wel, krokodil wel

b)

zebra wel, krokodil niet

c)

zebra niet, krokodil wel

d)

zebra niet, krokodil niet

13.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- huid met vacht

- levendbarend

- planteneter

Welke groep is dit?

a)

reptielen

b)

amfibiën

c)

geleedpotigen

d)

zoogdieren

14.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- geen vacht

- bestaat uit laagjes (geledingen)

- heeft 10 poten, waarvan 2 fungeren als vorken en grijpers

a)

insecten

b)

spinnen

c)

krabben /kreeftachtigen

d)

duizendpoten

15.

De organismen van deze afbeelding hebben ...

a)

een celwand en een vacuole

b)

een celwand en bladgroen

c)

alleen een celmembraan en een vacuole

d)

bladgroen en een vacuole