wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

basiskennis IB

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een progressief belastingstelsel?

a)

belastingstelsel waarbij je in euro's meer belasting betaalt bij een hoger inkomen

b)

belastingstelsel waarbij je in euro's minder belasting betaalt bij een hoger inkomen

c)

belastingstelsel waarbij je in verhouding een groter deel van je inkomen aan belasting betaalt bij een hoger inkomen

2.

Wat is juist over het belastingstelsel?

a)

de heffingskorting is nodig voor het berekenen van het belastbaar inkomen in box 1

b)

de aftrekpost haal je er aan het eind af nadat je de optelsom hebt berekend van de belastingen (en premies) box 1 + box 2 + box 3

c)

de heffingskorting haal je er aan het eind af nadat je de optelsom hebt berekend van de belastingen (en premies) box 1 + box 2 + box 3

3.

Het eigenwoningforfait is .....

a)

een bijtelling in box 1 en is een percentage van de WOZ-waarde

b)

een bijtelling in box 2 en is een percentage van de hypotheekschuld

c)

een aftrekpost in box 3 en is een percentage van de WOZ-waarde

4.

De inkomstenbelasting is een ....

a)

directe belasting

b)

indirecte belasting

5.

Welk begrip past bij deze omschrijving? "Hier is sprake van wanneer iemand ten minste 5% van de

aandelen van een bedrijf in bezit heeft."

a)

aanmerkelijk belang

b)

eigenwoningforfait

c)

box 3

d)

hypotheekrenteaftrek

6.

Hypotheekrente

a)

betaal je aan de bank en het betaalde bedrag mag je opvoeren als aftrekpost in box 1 van de inkomstenbelasting

b)

wordt geheel betaald door de belastingdienst

c)

betaal je aan de bank en het betaalde bedrag moet je opvoeren als bijtelling in box 1 van de inkomstenbelasting

7.

Bij een NV ...(a).... en bij een BV ...(b)....

a)

(a) = staan de aandelen op naam ; (b) zijn de aandelen vrij verhandelbaar

b)

(a) zijn de aandelen vrij verhandelbaar ; (b) = staan de aandelen op naam

8.

Wie profiteert relatief het meest van hetzelfde bedrag aan heffingskorting?

a)

de mensen met lage inkomens, want die krijgen in euro's meer korting

b)

de mensen met hoge inkomens, want die krijgen in euro's meer korting

c)

de mensen met lage inkomens, want in procenten van het belastingbedrag is eenzelfde bedrag aan heffingskorting groter

9.

Wie heeft er het meeste nadeel van als het hoogste schijftarief in box 1 verhoogd wordt?

a)

de lage inkomensgroepen

b)

de hoge inkomensgroepen

10.

Het vermogen zoals spaargeld of belegvermogen moet worden aangegeven in box

a)

1

b)

2

c)

3

11.

In box 3 van het belastingstelsel wordt er gewerkt met

a)

het werkelijk rendement

b)

het fictieve rendement gebaseerd op het gemiddelde rendement van de afgelopen 5 jaren