wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VVJ Thema 5 Thuis in je huis BK

Total questions: 68

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Je doet wat er van je verwacht wordt.

Is dat rolgedrag?

a)

ja

b)

nee

2.

Is werken bij de brandweer een mannenberoep?

a)

ja

b)

nee

3.

Hans en Meriam hebben dezelfde opleiding. En ze doen hetzelfde werk.

Mag hun werkgever (baas) Hans meer loon geven?

a)

ja

b)

nee

4.

Vrouwen werken .... in deeltijd dan mannen

a)

minder vaak

b)

vaker

5.

Is een aanleunwoning een manier voor ouderen om zelfstandig te kunnen blijven wonen?

a)

ja

b)

nee

6.

Doen tegenwoordig steeds meer mannen het huishouden?

a)

ja

b)

nee

7.

Emancipatie is dat een groep die eerst minder rechten had nu dezelfde rechten heeft als de andere groepen.

a)

waar

b)

niet waar

8.

is afwassen een zorgtaak?

a)

ja

b)

nee

9.

Kun je samenleven zonder dat je een liefdesrelatie hebt?

a)

ja

b)

nee

10.

Bekijk de afbeelding. Wat voor samenlevingsvorm is dit?

a)

grootfamilie

b)

samengesteld gezin

11.

Jason woont samen met zijn dochter Aliyah. Welke type gezin vormen zij samen?

a)

grootfamilie

b)

samengesteld gezin

c)

eenouder gezin

12.

Moet je eerst met een natte doek schoonmaken?

a)

ja

b)

nee

13.

je maakt schoon van onder naar boven.

a)

ja

b)

nee

14.

Een reden om op te ruimen is dat je dan alles sneller kan vinden.

a)

ja

b)

nee

15.

Mensen kunnen allergisch zijn voor huisstofmijt.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Amir is zijn rekenmachine kwijt, hij heeft hem voor het laatst op zijn slaapkamer gebruikt. Heeft hij een opgeruimde kamer?

a)

ja

b)

nee

17.

Bekijk de afbeelding. Welke dieren zie je?

a)

huisstofmijten

b)

mieren

c)

spinnen

d)

zilvervisjes

18.

Schoonmaken is het verwijderen van stof en vuil.

a)

waar

b)

niet waar

19.

Waar houden huisstofmijten van? Meerdere antwoorden zijn goed.

a)

donkere plekken

b)

lichte plekken

c)

vocht

d)

droogte

20.

Moet je bij het sorteren van de was op de kleur van het wasgoed letten?

a)

ja

b)

nee

21.

Houdt wol je goed warm?

a)

ja

b)

nee

22.

Krimpt dit kledingstuk als ik het op 60°C was?

a)

ja

b)

nee

23.

Bekijk de afbeelding.

Is dit wasmiddel geschikt voor de witte was?

a)

ja

b)

nee

24.

Femke gebruikt voor de zekerheid meer wasmiddel dan op het etiket staat. Wordt de was nu schoner?

a)

ja

b)

nee

25.

Bekijk de afbeelding.

Staat er in de was-aanwijzingen hoeveel wasmiddel je nodig hebt?

a)

ja

b)

nee

26.

Bestaat een draad uit vezels?

a)

ja

b)

nee

27.

Smelten synthetische stoffen als ze branden?

a)

ja

b)

nee

28.

Wat staat er op en kledingetiket?

Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

hoe je het moet onderhouden

b)

van welke stof(fen) het is gemaakt

c)

hoeveel wasmiddel je moet gebruiken

29.

Bekijk de afbeelding. Wat betekent dit symbool?

a)

drogen

b)

strijken

c)

wassen

d)

bleken

30.

Wat is bonte was?

a)

was met gekleurde kleding

b)

was met kleding gemaakt van bont

c)

was met witte kleding

31.

Bekijk de afbeelding.

In een onderhoudsetiket staat dit plaatje. Hoe moet je dit kledingstuk strijken?

a)

lauw

b)

warm

c)

heet

32.

Abel heeft een t-shirt aan van katoen. Van welke vezels is zijn t-shirt gemaakt?

a)

dierlijke vezels

b)

plantaardige vezels

c)

synthetische vezels

33.

Bekijk de afbeelding. Wat betekent dit onderhoudssymbool?

a)

wassen

b)

chemisch reinigen

c)

bleken

d)

drogen

34.

Je lievelingstrui is een witte wollen trui.

Welk wasmiddel kun je hiervoor het beste gebruiken?

a)

witwasmiddel

b)

bontwasmiddel

c)

totaalwasmiddel

d)

fijnwasmiddel

35.

Hoe noem je het merkteken waardoor je weet dat een apparaat veilig is?

a)

CE

b)

C&A

36.

Mag je een schoonmaakmiddel in een limonadefles bewaren?

a)

ja

b)

nee

37.

Zit op flessen met een gevaarlijk schoonmaakmiddel een kindveilige dop?

a)

ja

b)

nee

38.

Je kleine zusje heeft een giftige stof ingeslikt.

Waarom moet je 112 of je huisarts bellen?

a)

de aanwijzingen op het etiket kloppen niet altijd

b)

de huisarts moet snel weten wat er is gebeurd

c)

zij geven je na een korte uitleg advies over hoe je moet handelen

39.

Kan elektriciteit brand veroorzaken?

a)

ja

b)

nee

40.

Bekijk de afbeelding.

Wat betekent dit symbool?

a)

bijtend

b)

explosief

c)

giftig

d)

schadelijk voor het milieu

41.

Kunnen ongelukken in huis komen door onveilig gedrag?

a)

ja

b)

nee

42.

Pim heeft op de tafel getekend en moet dit verwijderen van de leraar. Pim mengt allesreiniger en spiritus om het schoon te maken. Mag je schoonmaakmiddelen mengen?

a)

ja

b)

nee

43.

Kan een gaslek een schok veroorzaken?

a)

ja

b)

nee

44.

Stephanie laat het gas aanstaan nadat ze klaar is met het koken van pasta. Dit is een voorbeeld van...

a)

onveilig gedrag

b)

een onveilige omgeving

c)

onveilig materiaal

45.

Bekijk de afbeelding.

Wat betekent dit gevarensymbool?

a)

giftig

b)

explosief

c)

bijtend

d)

ontvlambaar

46.

Zijn chemische bestrijdingsmiddelen goed voor het milieu?

a)

ja

b)

nee

47.

Bekijk de afbeelding.

Is dit schoonmaakmiddel goed voor het milieu?

a)

ja

b)

nee

48.

Bram zit op voetbal. Op zijn voetbalshirt zit een grasvlek. Na de wedstrijd was hij zijn voetbalkleding. Hij gebruikt voor de zekerheid extra veel wasmiddel. Is dat milieuvriendelijk?

a)

ja

b)

nee

49.

Bekijk de afbeelding. Dit staat op het etiket van een kledingstuk. Is dit milieuvriendelijk?

a)

ja

b)

nee

50.

Zijn bleekmiddelen slecht voor het milieu?

a)

ja

b)

nee

51.

Zijn kleurstoffen slecht voor het milieu?

a)

ja

b)

nee

52.

Milieubewust betekent dat je zo min mogelijk schade toebrengt aan je leefomgeving.

a)

waar

b)

niet waar

53.

Thomas en Auke praten over milieuvriendelijk wassen.

Auke zegt dat je was beter in de wasdroger kunt drogen.

Thomas zegt dat je de trommel het beste helemaal kunt vullen.


Wie heeft of hebben gelijk?

a)

Auke heeft gelijk

b)

Auke en Thomas hebben gelijk

c)

Thomas heeft gelijk

54.

Op welke producten vind je milieukeurmerken?

Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

kleding

b)

papier

c)

voedingsmiddelen

55.

Korter douchen is milieubewust. Waarom?

Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

je hebt minder was

b)

je verbruikt minder water

c)

je verbruikt minder energie

d)

je verbruikt minder shampoo

56.

Een uitgave is geld dat je krijgt.

a)

waar

b)

niet waar

57.

Bekijk de afbeelding.

Is beste koop het beste product uit de test van de Consumentenbond?

a)

ja

b)

nee

58.

Is een persoonlijke uitgave een uitgave voor het gezin?

a)

ja

b)

nee

59.

Moet je bij garantie de reparatie zelf betalen?

a)

ja

b)

nee

60.

Een consument is iemand die iets verkoopt.

a)

waar

b)

niet waar

61.

Felix koopt een nieuwe rugzak via een webwinkel. Heeft hij veertien dagen bedenktijd?

a)

ja

b)

nee

62.

Je neemt je nieuwe laptop mee naar school. Het regent onderweg. Je laptop wordt nat, want er zit geen hoes omheen. De laptop doet het niet meer. Je gaat terug naar de winkel.


Krijg je garantie?

a)

ja, bij een kapot product krijg je altijd garantie

b)

ja, de laptop moet tegen regen kunnen

c)

nee, je krijgt nooit garantie op een laptop

d)

nee, je hebt het product niet goed verzorgd

63.

Is een product iets wat je kunt kopen?

a)

ja

b)

nee

64.

Hoe noem je een product dat je niet kunt gebruiken?

a)

deugdelijk

b)

ondeugdelijk

65.

Hoe noem je een uitgave voor het hele gezin?

a)

gezinsuitgave

b)

persoonlijke uitgave

66.

Heeft de koper van een ondeugdelijk product rechten?

a)

ja

b)

nee

67.

Heeft de koper van een aankoop de plicht te betalen?

a)

ja

b)

nee

68.

Hoe noem je iemand die iets koopt?

a)

verkoper

b)

consument