wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

spaans moeilijke woorden hst 1 t/m 4

Total questions: 79

Worksheet time: 1hrs 19mins

Name
Class
Date
1.

Kun je het nog een keer zeggen?

(a)  

2.

Tot volgende week

(a)  

3.

hoe heet dat in het spaans?

(a)  

4.

wat betekend?

(a)  

5.

nog een keer

(a)  

6.

de strandstoelen

(a)  

7.

de pannen

(a)  

8.

een hart

(a)  

9.

het kussen

(a)  

10.

de avocado

(a)  

11.

een steen

(a)  

12.

he

(a)  

13.

eens kijken

(a)  

14.

een schrift

(a)  

15.

een enquete

(a)  

16.

een rugzak

(a)  

17.

het tijdschrift

(a)  

18.

wat is je achternaam?

(a)  

19.

waar woon je

(a)  

20.

in mijn vrije tijd

(a)  

21.

Ik studeer journalastiek

(a)  

22.

de beroemste laan heet

(a)  

23.

ik ben verpleger

(a)  

24.

ik ben redacteur bij een tijdschrift

(a)  

25.

fijn, aangenaam

(a)  

26.

belgische achternaam

(a)  

27.

een wijk

(a)  

28.

gezond eten

(a)  

29.

de westkust

(a)  

30.

oostkust

(a)  

31.

thuis

(a)  

32.

bij een bedrijf

(a)  

33.

fris / vers

(a)  

34.

licht

(a)  

35.

een nieuw appartement

(a)  

36.

een genoegen

(a)  

37.

een marokkaans gerecht

(a)  

38.

een beetje

(a)  

39.

oud

(a)  

40.

Wat doe je voor werk?

(a)  

41.

komen jullie hier vandaan?

(a)  

42.

a veces

(a)  

43.

zo is het

(a)  

44.

we delen een appartement

(a)  

45.

ik schrijf artikelen over

(a)  

46.

ik ben gepensioneerd

(a)  

47.

ze wonen samen

(a)  

48.

ik betaal meer

(a)  

49.

vooral

(a)  

50.

de makelaar

(a)  

51.

iemand

(a)  

52.

daar

(a)  

53.

een verdwaald kind

(a)  

54.

leren

(a)  

55.

het fijne zand

(a)  

56.

een badgast

(a)  

57.

een strandwacht

(a)  

58.

best goed

(a)  

59.

een terras

(a)  

60.

bloguero

(a)  

61.

dankbaar werk

(a)  

62.

iedere dag

(a)  

63.

het hele jaar

(a)  

64.

zanger

(a)  

65.

de buitenlandse toeristen

(a)  

66.

bijna alles

(a)  

67.

met de trein

(a)  

68.

bijna allemaal

(a)  

69.

begrijpen

(a)  

70.

verkopen

(a)  

71.

van mei tot oktober

(a)  

72.

wensen

(a)  

73.

een kwallenbeet

(a)  

74.

de electricien

(a)  

75.

de gasten

(a)  

76.

bij de bakker

(a)  

77.

de masseur

(a)  

78.

bij een bank

(a)  

79.

de directeur

(a)