WorksheetsZinsontleding; lijdend voorwerp
Total questions: 14
Worksheet time: 14mins
Wat is het lijdend voorwerp?
De dokter onderzoekt mijn zus.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De zon laat planten groeien.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Ik bel mijn moeder morgen op.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Bella geeft haar baasje een lik.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Mijn nichtje krijgt een puppy.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Jack zag jou gisteren
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Leo eet een reep chocolade.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Ik neem mijn tekenboek mee.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Fred eet een bruine boterham.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
De dokter geeft mijn zus een prik.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Mijn vader bakt vanavond een lekkere vis.
(a)
Wa tis het lijdend voorwerp?
Voor jouw slang zal ik een paar vette muizen vangen.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
Chris geeft een rondleiding door het gebouw.
(a)
Wat is het lijdend voorwerp?
In het bos vangst de wolf zijn prooi.
(a)
