wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 BKGT | Waarnemen | BS 2, 3 en 4

Total questions: 46

Worksheet time: 2hrs 32mins

Name
Class
Date
1.

Tik alle ZINTUIGEN aan

a)

Ogen

b)

Huid

c)

Impuls

d)

Zien

e)

Hersenen

2.

Geluid en licht zijn voorbeelden van impulsen

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Je tong is een zintuig

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Deze prikkels horen bij je oren

a)

geluid

b)

licht

c)

geur

d)

smaak

e)

aanraking

5.

Deze prikkels horen bij je ogen

a)

geluid

b)

licht

c)

geur

d)

smaak

e)

aanraking

6.

Deze prikkels horen bij je neus

a)

geluid

b)

licht

c)

geur

d)

smaak

e)

aanraking

7.

Deze prikkels horen bij je tong

a)

geluid

b)

licht

c)

geur

d)

smaak

e)

aanraking

8.

Deze 3 prikkels horen bij je huid

a)

geluid

b)

pijn

c)

kou en warmte

d)

smaak

e)

aanraking

9.

Welk begrip hoort bij de beschrijving?


Met deze speciale cellen vangen je zintuigen prikkels op

a)

zintuigcellen

b)

impulsen

c)

hersenen

d)

gewenning

e)

drempelwaarde

10.

Welk begrip hoort bij de beschrijving?


Stroompjes die over je zenuwen gaan. Ze brengen berichtjes rond van of aan het zenuwstelsel

a)

zintuigcellen

b)

impulsen

c)

hersenen

d)

gewenning

e)

drempelwaarde

11.

Welk begrip hoort bij de beschrijving?


Hoe sterk een prikkel moet zijn om hem te kunnen waarnemen.

a)

zintuigcellen

b)

impulsen

c)

hersenen

d)

gewenning

e)

drempelwaarde

12.

Signalen die uit je omgeving komen zijn de...

a)

prikkels

b)

impulsen

13.

Signalen die IN je lichaam verstuurt worden zijn de...

a)

prikkels

b)

impulsen

14.

Let op je spelling! Welk onderdeel van het zenuwstelsel wordt aangewezen door nummer 2?

(a)  

15.

Let op je spelling! Welk onderdeel van het zenuwstelsel wordt aangewezen door nummer 3?

(a)  

16.

Een bewuste beweging om iets op te pakken legt de volgende weg af:


prikkel --> zintuig --> ? --> hersenen --> ? --> spier


Welk begrip moet er op de ? staan

a)

Impuls

b)

Adequate prikkel

c)

Drempelwaarde

d)

Gewenning

17.

Bij een REFLEX gaan de impulsen naar de hersenen

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Een potlood pakken is een voorbeeld van een reflex

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Dat je pupil in het licht kleiner wordt is een voorbeeld van een reflex

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

De bovenste huidlaag is de...

a)

opperhuid

b)

lederhuid

c)

onderhuids bindweefsel

21.

De hoornlaag en kiemlaag vormen samen de...

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Onderhuids bindweefsel

22.

Waar uit bestaat de hoornlaag van onze huid?

a)

Bindweefsel

b)

Vet cellen

c)

Levende huidcellen

d)

Dode huidcellen

23.

Uit welke 2 lagen bestaat de opperhuid?

a)

Kiemlaag

b)

Lederhuid

c)

Opperhuid

d)

Hoornlaag

24.

De hoornlaag bestaat uit:

a)

Dode cellen

b)

Levende cellen

25.

De kiemlaag bestaat uit:

a)

Dode cellen

b)

Levende cellen

26.

Klik op de afbeelding om hem groter te maken.


Bij welk nummer vind je de pijnpunten?

a)

7

b)

5

c)

11

d)

9

27.

Klik op de afbeelding om hem groter te maken.


Bij welk nummer vind je het vet onder de huid?

a)

4

b)

2

c)

12

d)

9

28.

Klik op de afbeelding om hem groter te maken.


Bij welk nummer vind je het drukzintuigje?

a)

11

b)

5

c)

7

d)

9

29.

Klik op de afbeelding om hem groter te maken.


Wat is nummer 12?

a)

Zweetkliertje

b)

Talgklier

c)

Tastzintuigje

d)

Haar

30.

Klik op de afbeelding om hem groter te maken.


Wat is nummer 6?

a)

Zweetkliertje

b)

Talgklier

c)

Tastzintuigje

d)

Haar

31.

Klik op de afbeelding om hem groter te maken.


Wat is nummer 5?

a)

Zweetkliertje

b)

Talgklier

c)

Tastzintuigje

d)

Haar

32.

Bij een mee-eter is een porie afgesloten

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

Als je een puistje hebt is dit onderdeel door bacteriën ontstoken

a)

Talgklier

b)

Zweetklier

c)

Haarspier

34.

Met deze 2 zintuigjes uit de huid kun je verschillen in temperatuur voelen.

a)

Warmtezintuigjes

b)

Tastzintuigjes

c)

Drukzintuigjes

d)

Koudezintuigjes

e)

Pijnpunten

35.

Bij een derde graads brandwond zijn de zintuigen beschadigd. Een patiënt zal hierdoor het gevoel in de verbrandde huid verliezen.


Welke huidlaag is er bij een derdegraads brandwond doorgebrand?

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Hoornlaag

d)

Kiemlaag

36.

Plaktattoo's zijn ''semi-permanent''. Dit betekent dat ze wel even op je huid blijven zitten, maar na een paar dagen weg zijn.


Op welke huidlaag worden plaktattoo's aangebracht?

a)

Hoornlaag

b)

Kiemlaag

c)

Lederhuid

37.

Welke uitspraken over UV-straling zijn waar? Er zijn 3 antwoorden goed!

a)

Door UV gaat je huid er sneller oud uit zien

b)

Door UV maak je vitamine D aan voor sterke botten

c)

Door UV wordt je kans op huidkanker groter

d)

Door UV gaat je haar sneller groeien

e)

Door UV worden je ogen lichter

38.

Waar wordt je je bewust van wat je ruikt?

a)

in je neusholte en slijmvlies

b)

in je zenuwen

c)

in je hersenen

39.
Stelling: Als je verkouden bent, kun je minder goed proeven.
a)
Juist
b)
Onjuist
40.

Welke zintuigen zitten in je neus?

a)

Reukzintuigen

b)

Warmtezintuigen

c)

Tastzintuigen

d)

Koudezintuigen

41.

Dit onderdeel van je neus vangt slechte bacteriën en stofjes op. Er zijn 2 antwoorden goed!

a)

Neusslijmvlies

b)

Neushaartjes

c)

Neusholte

d)

Reukzintuig

42.

Welke smaken kun je proeven met je TONG?

a)

Zoet

b)

Zuur

c)

Aardbei

d)

Chocolade

e)

Bitter

43.

Zweet stinkt van zichzelf niet. Het gaat stinken door...

a)

Bacteriën

b)

Warmte

c)

Vocht

44.

Wanneer je natuurlijke stoffen zoals katoen of wol draagt, zal je minder snel naar zweet stinken.

a)

Waar

b)

Niet waar

45.

Honden kunnen véél beter ruiken als mensen omdat ze meer reukzintuigjes in hun neus hebben!

a)

Waar

b)

Niet waar

46.

Welke 2 uitspraken over geuren zijn WAAR?

a)

Vieze geuren kunnen je waarschuwen voor gevaar

b)

Baby's herkennen de tepels van hun moeder aan de geur om te drinken

c)

Je kan met je tong eigenlijk ook geur herkennen

d)

Vaders herkennen hun baby's aan de geur