wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 7 en 8

Total questions: 48

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de onderstaande mogelijkheden hoort NIET bij uitscheiding?

a)

zweten

b)

poepen

c)

plassen

d)

uitademen

2.

Welke afvalstof haalt dit orgaan uit je bloed?

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

alcohol

d)

zouten

3.

Welke afvalstof haalt dit orgaan uit je bloed?

a)

zuurstof

b)

koolstofdioxide

c)

alcohol

d)

zouten

4.

Welke organen zijn uitscheidingsorganen?

a)

nieren

b)

longen

c)

neusslijmvlies

d)

tong

5.

Wat doet je lever wel?

a)

het maken van gal

b)

het uitscheiden van zouten

c)

de afbraak van medicijnen

d)

de opslag van gal

6.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
7.
Deze afbeelding is een schematische tekening van
a)
een longlaasje
b)
een luchttakje
c)
een bronchie
d)
de luchtpijp
8.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
9.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
10.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
11.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht vochtiger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht droger wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
12.

Wat is de juiste stand voor ademhalen?

a)
huig in stand 1, strotklepje in stand 1
b)
huig in stand 1, strotklepje in stand 2
c)
huig in stand 2, strotklepje in stand 1
d)
huig in stand 2, strotklepje in stand 2
13.

Dit wordt gemaakt in de lever en niet in de galblaas

a)

speeksel

b)

alvleessap

c)

gal

d)

maagsap

14.

Dit sap maakt bacteriën dood

a)

alvleessap

b)

maagsap

c)

gal

d)

darmsap

15.

Nummer 2 is de

a)

maag

b)

lever

c)

dikke darm

d)

slokdarm

16.

verteerde voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed in nummer

a)

2

b)

3

c)

11

d)

9

17.

Nummer 11 is de

a)

slokdarm

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

dikke darm

18.

Deze voedingsstoffen moeten wel verteerd worden

a)

mineralen water en vet

b)

eiwitten vet en vitamines

c)

eiwitten vet en koolhydraten

d)

koolhydraten eiwitten en water

19.

De kneedbewegingen van je darm zijn de (goed lezen!)

a)

periklastische bewegingen

b)

perilastische bewegingen

c)

peristaltische bewegingen

d)

sperliatische bewegingen

20.

een voedingsmiddel is

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

brood

d)

vet

21.

In wat voor soort eten kan je voornamelijk eiwitten vinden?

a)

Pasta, brood, rijst of aardappelen

b)

Fruit, honing, suiker of snoep

c)

Vlees, vis, noten, kaas of yoghurt

d)

Boter, olie, friet of pizza

22.

Speeksel is een verteringssap. Welk type voedingsstof kan speeksel afbreken?

a)

Eiwitten

b)

Vetten

c)

Koolhydraten

d)

Eiwitten, vetten & koolhydraten

23.

Waarom is geplooid om het oppervlak te vergroten. Maar wat hebben we hier aan?

a)

Om beter voedingsstoffen op te nemen

b)

Zodat de verteringssappen er beter bij kunnen

c)

Zodat de vetten niet blijven plakken

d)

Zodat het water makkelijker kan worden opgenomen

24.

In welk van de volgende opties wordt er GEEN verteringssap toegevoegd?

a)

Mond

b)

Maag

c)

Dunne darm

d)

Twaalfvingerige darm

25.

De aorta komt uit de ...

a)

Linkerkamer

b)

Rechterkamer

c)

Linkerboezem

d)

Rechterboezem

26.

De longaders zijn ...

a)

Zuurstofarm

b)

zuurstofrijk

27.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)
7
b)
9
c)
10
d)
12
28.
Iemand heeft longontsteking hiertegen medicijnen. Via welke weg komen de geslikte medicijnen, na opnamen in het bloed, in de cellen van de longen terecht?
a)
Via de grote en de kleine bloedsomloop
b)
alleen via de kleine bloedsomloop
c)
Alleen via de grote bloedsomloop
d)
Niet via de kleine en via de grote bloedsomloop
29.
Welke kenmerk hoort niet bij slagaders?
a)
Liggen diep in het lichaam
b)
Hoge bloed druk
c)
Dikke elastische wand
d)
Bevat veel kleppen
30.
In de afbeelding hiernaast tref je een aantal verschillende bloeddeeltjes aan. Wat wordt in de afbeelding aangegeven met nummer 3
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedpaatjes
d)
Bloedplasma
31.
Welk  bloedbestanddeel van de mens is het meest geschikt om voedingsstoffen te transporteren (vervoeren)?
a)
Rode bloedcellen
b)
Bloedplaatjes 
c)
Witte bloedcellen
d)
Bloedplasma
32.

Wat is lymfe?

a)

Bloed zonder rode bloedcellen

b)

Weefselvloeistof dat niet opnieuw wordt opgenomen in de bloedsomloop

c)

Celvloeistof zonder nuttige deeltjes

d)

Overtollig water dat moet worden afgevoerd

33.

In de afbeelding zie je een doorsnede van weefsel met omliggende cellen en een haarvat. Wat voor een vocht wordt aangewezen met pijl P?

a)

Bloedplasma

b)

Lymfe

c)

Weefselvloeistof

34.
Wat is de functie van witte bloedcellen
a)
Ziekteverwekkers opwekken
b)
Ziekteverwekkers bestrijden
c)
vervoer van CO2 en zuurstof
d)
Bloedstolling
35.

Welke zin over voedingsvezels is juist

a)

voedingsvezels kunnen niet worden verteerd

b)

Voedingsvezels zorgen voor energie

c)

Voedingsvezels zorgen voor bouwstoffen

d)

Voedingsvezels is een voedingstof

36.

Wat is geen voedingsmiddel?

a)

Aardappel

b)

Ei

c)

Banaan

d)

Zetmeel

37.

Alle producten die je eet of drinkt noem je

a)

Voedingsproducten

b)

Voedsel

c)

Voedingsmiddelen

38.
Wat is karnemelk?
a)
Een plantaardig voedingsmiddel
b)
Een dierlijk voedingsmiddel
39.
Wat is geen functie van een voedingsstof?
a)
Beschermen
b)
Bouwen
c)
Reserve
d)
Afbreken
40.
Is water een voedingsstof?
a)
Ja
b)
Nee
41.

Vooral een tekort aan deze voedingsstoffen kan ziekte veroorzaken

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

42.

Wat is de oorzaak van de meeste voedselvergiftigingen?

a)

De producten waren op de datum

b)

De producten voldeden niet aan de schijf van 5

c)

De producten waren niet lekker.

d)

Slechte hygiëne

43.

Welke productgroep is in de Schijf van 5 het grootste?

a)

Brood, graanproducten en aardappelen

b)

Dranken

c)

Groente en fruit

d)

Vlees, ei, zuivel, noten, vis en peulvruchten

44.

Wat is de schijf van vijf?

a)

Een bamischijf

b)

De top 5 gezondste producten

c)

Een schijf met gezonde voedingsmiddelen

d)

Vijf producten met veel vitamines

45.

Deze voedingsstoffen worden opgeslagen in bepaalde delen van je lichaam

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

bouwstoffen

d)

reservestoffen

46.

Het voedsel dat een organisme eet, bepaalt zijn gebit. Alleseters hebben ... om het eten te vermalen.

a)

knipkiezen

b)

plooikiezen

c)

knobbelkiezen

47.

Je ziet hier een afbeelding van een kies. Wat is nummer 3?

a)

tandholte

b)

tandbeen

c)

glazuur

d)

cement

48.

Wat is anorexia

a)

Wanneer je eetpatroon anders dan normaal is

b)

Dan eet je minder dan dat je zou moeten eten

c)

Dan eet je meer dan dat je zou moeten eten

d)

Dan eet je helemaal niet of bijna niks