Worksheets3 Basis leesvaardigheid 3-5
Total questions: 15
Worksheet time: 10mins
Bij een overtuigende tekst
geef jij als lezer je mening
geeft de schrijver zijn mening
is de mening niet belangrijk
zijn alleen de feiten belangrijk
In de inleiding van een overtuigende tekst
staan alleen feiten en verder niets
staat alleen een mening en verder niets
worden argumenten uitgelegd
geeft de schrijver zijn mening en wordt het 'probleem' geïntroduceerd/
In de kern van een overtuigende tekst...
staan de argumenten uitgelegd
wordt de mening ven de schrijver herhaald
herhaalt de schrijver zijn standpunt of mening
gebruikt de schrijver nooit meer dan één alinea
In het slot van een overtuigende tekst
komen allerlei nieuwe standpunten aan bod
worden argumenten uitgelegd
wordt de mening van de schrijver geïntroduceerd
herhaalt de schrijver zijn standpunt of mening
Welk van de onderstaande signaalwoorden geeft een voorbeeld aan?
dan ook
kortom
bijvoorbeeld
want
Welk van de onderstaande signaalwoorden geeft een conclusie aan?
kortom
zo
zoals
omdat
Welk van de onderstaande signaalwoorden geeft een reden aan?
zoals
kortom
dus
vanwege
De hoofdgedachte van een tekst vind je door....
de vraag te stellen: "waar gaat de tekst over?"
de vraag te stellen: "wat schrijft de schrijver over het onderwerp?"
te kijken naar tussenkopjes / deeltitels
te kijken wat de bron van de tekst is
Een voorbeeld van een informatieve tekst is
een betoog
een recensie
een schoolboek
een stripverhaal
Wat wordt bij een instructie niet gebruikt?
de mening van de schrijver
grafieken
afbeeldingen
de bron van de tekst
Bij een activerende tekst....
wil de schrijver dat de lezer niets gaat doen
wil de schrijver dat je zijn mening overneemt
wil de schrijver de lezer informatie geven
wil de schrijver de lezer vermaken
Een voorbeeld van een activerende tekst is een:
betoog
filmrecensie
nieuwsbericht
uitnodiging voor een verjaardagsfeestje
Aan de opmaak van een tekst zie je ....
vaak snel wat voor soort tekst het is
nog niet wat voor tekst het is
waar een tekst vandaan komt
wat voor tekstdoel de tekst heeft
Waarbij gaat het niet om een opmaakelement?
kaders
witregels
gebruik van vette of cursieve letters
de bron
Noem zelf drie voorbeelden van een opmaakelement.
