wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 en H4

Total questions: 33

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Als je schade claimt, dan stijgt de premie van je autoverzekering.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Een WA-verzekering voor motorvoertuigen is verplicht.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Wat is een deugdelijk product?

a)

Het product is kapot.

b)

Het product gaat bij normaal gebruik een bepaalde tijd mee.

c)

Een product dat een A-merk is.

d)

Een product dat een B-merk is.

4.

Welke wet hoort bij de volgende omschrijving: "Deze wet verbiedt de verkoop van levensmiddelen en andere producten die een gevaar vormen voor je gezondheid of veiligheid."

a)

De warenwet.

b)

De wet koop op afstand.

c)

Colportagewet.

d)

Wet productaansprakelijkheid.

5.

Welke wet hoort bij de volgende omschrijving: "Aankopen via internet, de telefoon of via een bestelbon zijn aankopen op afstand. De speciale regels die hier voor gelden staan in de ......"

a)

De warenwet.

b)

De wet koop op afstand.

c)

Colportagewet.

d)

Wet productaansprakelijkheid.

6.

Welke wet hoort bij de volgende omschrijving: "stelt de producent aansprakelijk wanneer een gebrekkig product schade veroorzaakt."

a)

De warenwet.

b)

De wet koop op afstand.

c)

Colportagewet.

d)

Wet productaansprakelijkheid.

7.

Wanneer geldt het consumentenrecht niet?

a)

Als ik iets in een winkel koop.

b)

Als ik iets online bij bol.com koop.

c)

Als ik iets op een Tupperware party koop.

d)

Als ik iets tweedehands koop.

8.

Welke wet hoort bij de volgende omschrijving: "Deze wet beschermt de consument tegen aankopen waar je van tevoren niet goed over hebt kunnen nadenken."

a)

De warenwet.

b)

De wet koop op afstand.

c)

Colportagewet.

d)

Wet productaansprakelijkheid.

9.

Waar kun je een klacht indienen als je er met de leverancier niet uitkomt?

a)

NVWA

b)

Consumentenbond

c)

Nibud

d)

De Stichting geschillencommissies consumentenzaken

10.

Hoeveel moet het aankoopbedrag van een product minimaal zijn om je aankoop terug te draaien (colportage wet)

a)

50

b)

60

c)

200

d)

100

11.

Wat betekend de afkorting NVWA

a)

Nederlandse vereniging warenautoriteit

b)

Nederlandse voedsel en warenautoriteit

12.

Wat is een ander woord voor bedenktijd

a)

Retourtermijn

b)

Zichttermijn

c)

Bedenktermijn

13.

Hoeveel dagen bedenktijd heb je volgens de wet Koop op afstand?

a)

30

b)

14

c)

100

d)

20

14.

Je oma heeft aan de deur een nieuw messenset gekocht van €39,99. Kan dit volgens de colportagewet terug?

a)

Ja

b)

Nee

15.

SNEL SNEL SNEL


De woningmarkt kun je verdelen in de markt voor huur- en koopwoningen

a)

waar

b)

niet waar

16.

Huurtoeslag is een financiële bijdrage van de overheid waarmee je een deel van de huur kunt betalen.


Deze vraag je aan bij de ........

a)

de UWV

b)

de makelaar

c)

de belastingdienst

d)

de woningcorporatie

17.

Koop je een bestaande woning, dan moet je ook kosten koper (k.k.) betalen!


Deze kosten koper bestaan onder meer uit

a)

hondenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing

b)

overdrachtsbelasting, makelaarskosten en kosten voor de WOZ-waarde

c)

overdrachtsbelasting, kosten voor de WOZ-waarde en notaris

d)

overdrachtsbelasting, makelaarskosten en kosten voor de notaris

18.

snel snel snel


Als het voorlopig koopcontract is getekend, stelt de makelaar een transportakte op

a)

waar

b)

niet waar

19.

Wat is een onzeker voorval?

a)

Een gebeurtenis die je niet vooraf kunt voorspellen.

b)

Een gebeurtenis waarbij de verzekering geen schade vergoed.

c)

Een gebeurtenis waarvoor je geen dekking kunt krijgen.

d)

Een gebeurtenis waarvoor je niet verzekerd bent.

20.
In de ....... staan de rechten en plichten van de verzerkaar en verzekerde
a)
premie
b)
polis
c)
verzekering
d)
dekking
21.

Bij welke verzekering kun je fysiotherapie laten vergoeden?

a)

WA-verzekering

b)

AVP

c)

Basisverzekering

d)

Aanvullende verzekering

22.

Het bedrag dat je betaalt voor een verzekering.

a)

polis

b)

premie

c)

aflossing

d)

rente

23.

Een deel van de schade die je zelf moet betalen omdat die niet wordt vergoed door de verzekeraar.

a)

eigen premie

b)

eigen polis

c)

eigen risico

d)

eigen deel

24.

Het aantal ouderen in Nederland neemt drastisch toe. Waarom is dit voor de maatschappij een groot probleem?

a)

De uitvaartkosten voor ouderen zijn hoog

b)

De vakantiekosten voor ouderen zijn hoog

c)

De zorgkosten voor ouderen zijn hoog

d)

De werkloosheidsuitkeringen voor ouderen zijn hoog

25.

De OZB wordt betaald door ...

a)

Hondeneigenaren

b)

Huizenbezitters

c)

Ouders

d)

De buren

26.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

Inboedelverzekering

b)

Opstalverzekering

c)

Huisverzekering

d)

Aansprakelijkheidsverzekering

27.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

Wa-verzekering

b)

Onderverzekerd

c)

Bonus-malusladder

d)

Zorgverzekering

28.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

inboedelverzekering

b)

Onzeker voorval

c)

Opstalverzekering

d)

Cascoverzekering

29.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

Verzekerde

b)

Zorgtoeslag

c)

Eigen risico

d)

Zorgverzekering

30.

Welke van de onderstaande uitspraken zijn juist?

a)

Als je een eigen risico hebt, hoeft de verzekeraar minder schade te vergoeden.

b)

Bij een verzekering met eigen risico moet je een deel van de schade zelf betalen.

c)

Een onzeker voorval krijg je alleen vergoed als je een eigen risico hebt.

d)

Wanneer je een eigen risico hebt, moet je een hogere premie betalen.

31.

Welke deel van de zorgverzekering is voor iedereen verplicht?

(a)  

32.
Procent betekend:
a)
iets met getallen
b)
per honderd
c)
per 1000
d)
per duizend
33.
De formule om een percentage te berekenen is: 
a)
deel : geheel x 100%
b)
nieuw-oud x 100%
c)
deel + geheel x 1000
d)
geheel:100 x 1/2