wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vwo 1 Oefentoets 6.2-6.4

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke hoort niet in het rijtje van een biotoop thuis?

a)

Heide

b)

Weiland

c)

Sloot

d)

Akker

e)

Het zijn allemaal biotopen

2.

Wind is een voorbeeld van een:

a)

Abiotische factor

b)

Biotische factor

c)

Zowel abiotisch als biotisch

3.

Als heel veel organismen bij elkaar leven noem je dat een:

a)

Weiland

b)

Levensgemeenschap

c)

Soortenbijeenkomst

d)

Soortengroep

4.

Sjaak en boer Henk vinden allebei snoepjes lekker en vechten hierom. Ze zijn elkaars:

a)

Vijanden

b)

Concurrenten

c)

Vrienden

d)

Rivalen

5.

Welke van de onderstaande zinnen bevat de meeste biodiversiteit?

a)

Een konijn leeft in een weiland met veel gras

b)

Veel konijnen leven in een weiland met twee verschillende soorten bloemen

c)

Konijnen, hazen en vogels leven in een weiland met acht soorten bloemen

d)

Een sloot met 500 kikkervisjes

6.

Hoe heet het als mensen de natuur een handje helpen?

a)

Natuurdienst

b)

Natuurcomplot

c)

Natuurbouw

d)

Natuurontwikkeling

7.

Wat betekent O2?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Zuurstof

d)

Glucose

8.

Wat verlaat de plant via de huidmondjes?

a)

O2 en Glu

b)

H2O en Glu

c)

Alleen Glu

d)

Alleen O2

9.

Glucose wordt door de plant omgezet in andere stoffen. Welke stof hoort daar niet bij?

a)

Zetmeel

b)

Eiwitten

c)

Mineralen

d)

Vetten

10.

Welke soorten vaten heeft een plant?

a)

Bast en kurkvaten

b)

Hout en watervaten

c)

Hout en bastvaten

d)

Hout en glucosevaten

11.

Een vos eet een kip op. Dit is een voorbeeld van een:

a)

Uitgebreid voedselweb

b)

Voedselrelatie

c)

Voedselkringloop

d)

Voedselverspilling

12.

Waarom verminderen de energiestoffen, naarmate je omhoog gaat in een voedselpiramide?

a)

Bouwstoffen worden meer, energie wordt juist minder. Roofdieren kunnen alle stoffen gebruiken van hun prooi.

b)

Roofdieren kunnen niet alle energiestoffen van hun prooi gebruiken

c)

Het wordt niet verminderd, het wordt juist meer.

13.

Welke van de onderstaande is een afvaleter?

a)

Mestkever

b)

Lieveheersbeestje

c)

Rups

d)

Meeuw

14.

Waarom zijn afvaleters zo belangrijk?

a)

Ze maken mineralen

b)

Ze poepen humus uit

c)

Ze jagen op afval

d)

Ze eten schimmels op

15.

Welke groep kan worden gemist in een kringloop?

a)

Consumenten

b)

Reducenten

c)

Producenten

d)

Afvaleters

16.

Onvruchtbare grond mist een belangrijk component. Dit zijn:

a)

Mineralen

b)

Eiwitten

c)

Vetten

d)

Vitamines