Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Rampen in Japan par 1-3 1h/m

Total questions: 33

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet de stad aangegeven met cijfer 3? (leerdoel 1)

a)

Tokyo

b)

Kyoto

c)

Kobe

d)

Hiroshima

2.

Hoe heet het eiland aangegeven met de Romeinse cijfer III? (leerdoel 1)

a)

Sapporo

b)

Sendai

c)

Honshu

d)

Hokkaido

3.

Hoe heet de zee aangegeven met de letter a? (leerdoel 1)

a)

Japanse Zee / Oostzee

b)

Grote Oceaan

c)

Oost-Chineze Zee

d)

Atlantische Oceaan

4.

Hoe heet de zee aangegeven met de letter b? (leerdoel 1)

a)

Japanse Zee / Oostzee

b)

Grote Oceaan

c)

Oost-Chineze Zee

d)

Atlantische Oceaan

5.

Hoe heet de stad aangegeven met cijfer 1? (leerdoel 1)

a)

Sendai

b)

Kyoto

c)

Sapporro

d)

Hiroshima

6.

Bij welke 2 plaatbewegingen komen zware aardbevingen voor? (leerdoel 2 en 14)

a)
b)
c)
7.

Welke uitspraken over vulkanen zijn juist (leerdoel 2 & 5)

a)

Aardbevingen ontstaan door bewegende platen

b)

Aardbevingen ontstaan door de beweging van magma in de kern van de aarde

c)

Aardbevingen zijn endogene krachten

d)

Aardbevingen zijn exogene krachten

8.

Heet vloeibaar gesteente binnen de aarde heet ... (leerdoel 3)

(a)  

9.

Krachten die van buitenaf de aardkorst veranderen zoals verwering en erosie (slijten van gesteente door wind, water of ijs) (leerdoel 5)

a)

endogene krachten

b)

exogene krachten

10.

Hoe bewegen de Afrikaanse plaat en de Zuid-Amerikaanse plaat ten opzichte van elkaar? (leerdoel 6)

a)

Naar elkaar toe: convergeren

b)

Uit elkaar: divergeren

c)

Langs elkaar: transform of transversaal

11.

Welke letter geeft convectiestromen aan? (leerdoel 6)

a)

Letter A

b)

Letter B

c)

Letter C

d)

Letter D

12.

Met welke letter wordt de aardkorst aangegeven (leerdoel 6)

a)

letter A

b)

letter D

c)

letter C

13.

Bij een subductiezone (waarbij een oceanische plaat onder een continentale plaat duikt) kunnen natuurrampen voorkomen. Welke natuurramp als gevolg van de subductie zie je in de afbeelding? (leerdoel 6)

a)

vulkanisme

b)

aardbevingen

c)

tsunami

14.

Welk onderdeel van de vulkaan wordt aangegeven met de letter A? (leerdoel 7)

a)

Magmakamer

b)

Krater

c)

Vulkanisch as

d)

Aardkern

15.

Welk onderdeel van de vulkaan wordt aangegeven met de letter A? (leerdoel 7)

a)

Magmakamer

b)

Krater

c)

Vulkanisch as

d)

Aardkern

16.

Maak de volgende zin af:

'Hoe dichterbij het ...(1)... hoe (...2...) de schokken zijn en hoe ...(3...) de schade is.' (leerdoel 9)

a)

1 = epicentrum, 2 = zwaarder, 3 = groter

b)

1 = epicentrum, 2 = lichter, 3 = kleiner

c)

1 = hypocentrum, 2 = lichter, 3 = groter

d)

1 = hypocentrum, 2 = lichter, 3 = kleiner

e)

1 = epicentrum, 2 = zwaarder, 3 = lichter

17.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'Plaats diep in de aardkorst waar de aardbeving begint (aardbevingshaard)' (leerdoel 9a)

(a)  

18.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'Het punt waar de aardbeving aan de aardoppervlakte komt, direct boven het hypocentrum' (leerdoel 9a)

(a)  

19.

Hoe heet de schaal waarmee de kracht van een aardbeving wordt aangegeven? (leerdoel 10)

a)

Schaal van Linker

b)

Schaal van Rechter

c)

Schaal van Richter

d)

Schaal van subductie

20.

Hoe heten de wetenschappers die zich bezighouden met het bestuderen van aardbevingen? (leerdoel 10)

a)

seismograaf

b)

seismoloog

c)

geothermoloog

d)

geograaf

e)

geoloog

21.

Kies het juiste rode woord:

'Een tsunami is een oorzaak / gevolg van een zeebeving (aardbeving in de zeebodem)' (leerdoel 9)

a)

oorzaak

b)

gevolg

22.

Zet onderstaande gebeurtenissen in de juiste volgorde: (leerdoel 12)

1 = de beving veroorzaakt een golf over een lengte van 200 km.

2 = in ondiep water worden de golven afgeremd en nemen ze in hoogte toe

3 = onderzeese aardbeving

4 = het water komt met grote kracht op het strand aan

5 = in diep water kunnen de golven snelheden halen van 800 km/uur

a)

1 - 2 - 3 - 4 - 5

b)

3 - 5 - 1 - 4 - 2

c)

3 - 1 - 5 - 2 - 4

d)

3 - 4 - 2 - 1 - 5

e)

3 - 5 - 1 - 2 - 4

23.

Welk schaalniveau heeft bovenstaande afbeelding? (vaardigheid)

a)

lokaal

b)

nationaal

c)

continentaal

d)

mondiaal

24.

Wanneer een continentale plaat tegen een oceanische plaat botst, duikt de continentale plaat onder de oceanische plaat, omdat een continentale plaat zwaarder is dan een oceanische plaat. (leerdoel 14)

a)

juist

b)

onjuist

25.

Bij welke plaatbeweging duikt een oceanische plaat onder een continentale plaat? (leerdoel 14)

a)
b)
c)
26.

Welk voordeel van vulkanisme zie je in de foto? (leerdoel 15)

a)

landbouw

b)

toerisme

c)

vruchtbare bodems

d)

opleidingsplekken voor vulkanologen

27.

Langs welke plaatranden komen vulkanen vooral voor? (leerdoel 18)

a)

Uit elkaar en langs elkaar

b)

Onder elkaar en tegen elkaar

c)

Onder elkaar en uit elkaar

d)

Langs elkaar en tegen elkaar

28.

De vulkaan in A is een (a)   (leerdoel 18a)

29.

Een caldeira was ooit een stratovulkaan. Klik de caldeira aan (leerdoel 18a)

a)
b)
c)
30.

Wat voor vulkaan zie je hier? (leerdoel 18a)

a)

stratovulkaan

b)

schildvulkaan

c)

caldeira

31.

Wat voor soort vulkaan zie je hier? (leerdoel 18a)

a)

Stratovulkaan

b)

Schildvulkaan

c)

Spleetvulkaan

d)

Caldeira

32.

Deze vulkaan heeft meestal een rustige (effusieve) uitbarsting. Dit komt doordat hij ontstaat bij platen die uit elkaar bewegen. Er komt vooral veel lava uit de vulkaan, waardoor slachtoffers vallen. Kies twee antwoorden (leerdoel 18cd)

a)
b)
c)

Schildvulkaan

d)

Stratovulkaan

33.

Deze vulkaan ontstaat bij plaatbewegingen die uit elkaar bewegen, waarbij de lava dun is en ver kan stromen voordat het stolt. (leerdoel 18bd)

a)
b)