Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets Thema 7 lj1

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Onderdeel 1 is:

a)

Stempel

b)

Stijl

c)

Vruchtbeginsel

d)

Zaadbeginsel

2.

Onderdeel 7 is

a)

Kelkblad

b)

Kroonblad

c)

Meeldraad

d)

Stuifmeel

3.

Welk nummer geeft het mannelijke deel van de plant aan?

a)

1

b)

2

c)

5

d)

8

4.

De functie van nummer 8 is

a)

Insecten lokken

b)

Stuifmeel maken

c)

De bloem in de knop beschermen

d)

Stuifmeel verspreiden

5.

De kelkbladeren hebben allemaal verschillende kleuren

a)

waar

b)

niet waar

6.

In een vruchtbeginsel zit maximaal 1 eicel.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

In een zaadbeginsel zit maximaal 1 eicel.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Waar maken de meeldraden?

a)

Eicellen

b)

Zaadcellen

c)

Stuifmeel

d)

Nectar

9.

Wanneer vindt bestuiving plaats?

a)

Een stuifmeelkorrel valt op de stempel

b)

De stuifmeelbuis groeit door de stijl heen

c)

De eicel en de kern van de stuifmeelkorrel versmelten met elkaar.

10.

Stuifmeel van een perenboom komt op de stempel van een appelboom. Er vindt nu bestuiving plaats.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Windbloemen hebben:

a)

Opvallende kleuren

b)

Net opvallende kleuren

12.

Waarom hangen de meeldraden bij een windbloem buiten de bloem?

a)

Zodat insecten er beter bij kunnen

b)

Zodat de wind het stuifmeel goed mee kan nemen

c)

Zodat ze goed zichtbaar zijn.

13.

Insectenbloemen hebben nectar.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Insectenbloemen vallen erg op.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Insecten zorgen voor de bestuiving van windbloemen

a)

waar

b)

niet waar

16.

Stuifmeel van een roos komt op de stempel van een andere roos. Er vindt nu bevruchting plaats.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Als de kern van de stuifmeelkorrel en de kern van de eicel samensmelten ontstaat een:

a)

Bevruchte eicel

b)

Kiem

c)

Nieuw plantje

d)

Zaadcel

18.

Hoeveel zaadbeginsels zitten er in dit vruchtbeginsel?

a)

1

b)

3

c)

6

d)

7

19.

Hoeveel eicellen zie je in het totaal op dit plaatje?

a)

2

b)

6

c)

7

d)

10

20.

In ieder zaadbeginsel zitten twee eicellen

a)

waar

b)

niet waar

21.

De stuifmeelbuis vervoert de kern van de eicel.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Een kiem kan uitgroeien tot een nieuwe plant.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Je ziet hier een vrucht.

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Elk zaadbeginsel groeit uit tot een vrucht.

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Na de bevruchting vallen de kelkbladeren van de bloem.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Bonen zijn zaden?

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Tomaten zijn zaden

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

In een komkommer zitten meerdere vruchten.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

Als je bruine bonen eet, dan eet je een vrucht.

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

Wat zit er in een zaad?

a)

Eten voor de mensen.

b)

Reservevoedsel voor het kiemplantje.

c)

Eten voor de dieren.