wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geschiedenis H6 en 7.5

Total questions: 38

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel mannen mochten er in 1900 stemmen?

a)

1/3

b)

2/3

c)

Iedere man mocht stemmen

2.

Welke uitspraken kloppen?

a)

Er was eerst algemeen vrouwen kiesrecht en daarna pas dat van de mannen

b)

In 1919 kwam er algemeen kiesrecht voor mannen

c)

In 1917 kwam er algemeen kiesrecht voor mannen

d)

In 1918 kwam er algemeen kiesrecht voor vrouwen

e)

In 1919 kwam er algemeen kiesrecht voor vrouwen

3.

Uit welke zuil kwam de man: Abraham Kuyper waardoor door zijn ideeën de verzuiling begon?

a)

Liberalen

b)

Socialisten

c)

Katholieks

d)

Protestants

4.

Welke zuilen deden daarna Abraham Kuyper na?

a)

Liberalen

b)

Socialisten

c)

Katholieks

d)

Protestants

5.

Welke zuil wilde liever niet de verzuiling?

a)

Liberalen

b)

Socialisten

c)

Katholieks

d)

Protestants

6.

De 4 zuilen werkten niet samen

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

In welk jaar ontstond de eerste feministische golf?

a)

1880

b)

1890

c)

1900

d)

1910

8.

Wanneer kwam er een einde aan de eerste feministische golf?

a)

Toen de tweede feministische golf begon

b)

Na de eerste wereldoorlog

c)

Toen het algemeen vrouwenkiesrecht werd ingevoerd

9.

Uit welk land kwamen de meeste vluchtelingen naar Nederland toe tijdens de eerste wereldoorlog?

a)

Frankrijk

b)

Duitsland

c)

Australië

d)

België

e)

Rusland

10.

Welk land heeft zonder waarschuwing allemaal schepen die handel voeren aangevallen?

a)

Frankrijk

b)

Duitsland

c)

Australië

d)

België

e)

Rusland

11.

Wat deed minister Hendrik Colijn om de economische crisis tegen te gaan in 1929?

a)

Bezuinigen op de overheidsuitgaven door de uitkeringen en de lonen van ambtenaren te verlagen

b)

Vasthouden aan een vaste en hoge waarde van de gulden

c)

De waarde van de gulden omlaag brengen zodat er meer handel met Nederland zou gedreven worden

12.

In welk jaar werd de waarde van de gulden toch nog verlaagd?

(a)  

13.

Aan wat was gebrek tijdens de wederopbouw?

a)

Voedsel

b)

Grondstoffen

c)

Brandstof

d)

Geld

e)

Werknemers

14.

Wat waren de zorgen van de wederopbouw?

a)

De dreigende inflatie

b)

Het weer op gang brengen van de industrie

c)

Het voedseltekort

15.

Welk begrip hoort hierbij? Nederlanders namen steeds meer de gewoontes van Amerika over

(a)  

16.

Welk begrip hoort hierbij? Naar Amerikaans voorbeeld zou zo ook Nederland in de jaren 60 een ... worden. Veel mensen konden met hun salaris dure dingen kopen

(a)  

17.

Wat past bij het begrip verzorgingsstaat?

a)

AOW

b)

Welvaart groeide

c)

Welzijn groeide

d)

Armoede

e)

PvdA

18.

Noem een kenmerk van een nozem (uiterlijk)

(a)  

19.

Waar zijn de nozems een voorbeeld van?

(a)  

20.

Door welke generatie begon de ontzuiling?

a)

Kinderen

b)

Jongeren

c)

Volwassenen

d)

Bejaarden

21.

Leg het witte fietsenplan uit

4 lines
22.

Zet in de goede volgorde:

A er gingen door de economische groei meer vrouwen werken

B Vrouwen kwamen steeds meer in protest omdat op elk kantoor er een man de baas is

C het was volstrekt normaal dat alleen mannen buitenshuis werkten

D vrouwen richtten groepen op om te vechten voor gelijke rechten

Voorbeeldantwoord: ABCD

(a)  

23.

Wat wilden feministen?

a)

Gelijke kansen voor mannen en vrouwen

b)

Betere scholing voor jongens en meisjes

c)

Recht op voltijdwerk

d)

Goede kinderopvang

e)

Recht op gelijke beloning

24.

Wat wilden feministen?

a)

Een eerlijke verdeling over het huishouden

b)

Ze wilden zelf dingen kiezen om te kopen

c)

Recht op abortus

25.

Wat zijn de verschillen tussen de eerste en de tweede feministische golf?

a)

Eerste: rond 1900 Tweede: 1980

b)

Eerste rond 1900 Tweede: 1970

c)

Eerste: algemeen kiesrecht en recht op hoger onderwijs Tweede: Onderwijs, werk en gelijkheid

d)

Eerste: Onderwijs, werk en gelijkheid Tweede: algemeen kiesrecht en recht op hoger onderwijs

26.

Koppelen maar:

1 eerste golf mensen van een ander land in Nederland

2 tweede golf mensen van een ander land in Nederland

3 derde golf mensen van een ander land in Nederland

4 vierde golf mensen van een ander land in Nederland

A Irak, Iran, Somalië, Afghanistan en voormalig Joegoslavië

B Spanje, Italië, Turkije en Marokko

C Suriname

D Indische- Nederlanders en molukkers

Voorbeeldantwoord: A1B2C3D4 of 1A2B3C4D

(a)  

27.

Welke oorzaak past het best bij de golf mensen uit andere landen?

Indische- Nederlanders en molukkers

a)

Onzeker over toekomst land(en)

b)

Onafhankelijkheidsverklaring

c)

Vluchten

d)

Gastarbeiders

28.

Welke oorzaak past het best bij de golf mensen uit andere landen?

Spanje, Italië, Turkije en Marokko

a)

Onzeker over toekomst land(en)

b)

Onafhankelijkheidsverklaring

c)

Vluchten

d)

Gastarbeiders

29.

Welke oorzaak past het best bij de golf mensen uit andere landen?

Suriname

a)

Onzeker over toekomst land(en)

b)

Onafhankelijkheidsverklaring

c)

Vluchten

d)

Gastarbeiders

30.

Welke oorzaak past het best bij de golf mensen uit andere landen?

Irak, Iran, Somalië, Afghanistan en voormalig Joegoslavië

a)

Onzeker over toekomst land(en)

b)

Onafhankelijkheidsverklaring

c)

Vluchten

d)

Gastarbeiders

31.

Hoe noem je het wat Nederland nu is met alle mensen uit andere landen hier?

(a)  

32.

Wat is waar over de NAVO?

a)

De militaire bond speelde een belangrijke rol in de tweede wereld oorlog

b)

De militaire bond speelde een belangrijke rol in de koude oorlog

c)

de NAVO houdt zich vooral bezig met het bestrijden van terrorisme

d)

de NAVO houdt zich vooral bezig met het bestrijden overschrijding van mensenrechten

33.

Wat is waar over de VN?

a)

Staat voor Verenigde Nederlanden

b)

Staat voor Verenigde Naties

c)

Sinds 1945 maakt Nederland daar deel aan uit

d)

Sinds 1955 maakt Nederland daar deel aan uit

e)

Opgericht om vrede te handhaven en toe te zien op de naleving van mensenrechten

34.

Door de NAVO en de VN werken land steeds meer samen. Dit noemen we?

(a)  

35.

Vul de ontbrekende woorden in:

Redenen waarom Nederland moet samenwerken

Dan zou er niet nog een wereldoorlog ontstaan. Daarom spraken in 1951 (1), West-Duitsland, Italië, België en luxemburg af hoeveel (2) en staal zij zouden produceren Dit zijn de grondstoffen die nodig zijn voor het maken van wapens.

Na de tweede wereldoorlog lag Nederland in puin en moest ieder land zijn eigen economie weer op gang brengen. Vanaf 1948 steunden de (3) Europese landen met Marshallhulp In ruil hiervoor moesten Europese landen de Europese Economische Gemeenschap (4) oprichten

Voorbeeldantwoord:

1 Antwoord 2 Antwoord 3 Antwoord 4 Antwoord

(a)  

36.

Wat is waar over de EEG?

a)

Tussen 1958 en 1972 werd de handel tussen EEG-landen drie keer zo groot

b)

Meer landen sloten zich aan zoals Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken

c)

Na veertig jaar bestond bestond de samenwerking van de Europese landen niet alleen meer uit het stimuleren van de economie, ook op het gebied van politie, rechtspraak, onderwijs en cultuur.

d)

Tussen 1958 en 1972 werd de handel tussen EEG-landen zes keer zo groot

37.

Wat is waar over de EU?

a)

Door het beëindigen van de koude oorlog groeide de EU snel van 12 kandidaten in 1995 naar 28 in 2014.

b)

In 2002 werd in 12 landen van de EU een gezamenlijke munt ingevoerd: de euro

c)

Inmiddels hebben 19 van de 29 van de landen uit de EU de euro als munt ingevoerd

38.

Hoe vond je de quiziz?

a)

Goed

b)

Wel prima

c)

Beetje matig

d)

Slecht