NEW
Font size
WorksheetsBB1
Total questions: 25
Worksheet time: 14mins
Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.
Mijn vader
viert
zijn
morgen
Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.
mijn best
toetsen
doe
Ik
Wat is de pv: Waarom zijn bananen krom?
krom
zijn
bananen
Waarom
Maandag heeft Sonja een wedstrijd in de stad.
Wat is het onderwerp in de zin hierboven?
Maandag
een wedstrijd
Sonja
heeft
Wat is het onderwerp?
Kleding / kopen / mijn vriendinnen / altijd / in de uitverkoop.
kleding
mijn vriendinnen
in de uitverkoop
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
gebeurde
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.
De arts (verbinden) ............ zijn knie.
verbindt
verbint
verbond
verbind
Vul de persoonsvorm verleden tijd in.
De smaak (verrassen) ..... me heel erg.
verraste
verraste
verrastte
verrasste
Vul het juiste voltooid deelwoord in.
Wij zijn (verhuizen) .... naar Amsterdam.
verhuist
verhuisd
verhuizt
verhuizd
Wat is correct?
Hij houdt niet van spruitjes
Hij houd niet van spruitjes
Wat is correct?
Word jij voor die rol gevraagd?
Wordt jij voor die rol gevraagd?
Hoeveel lidwoorden hebben we in het Nederlands?
1
2
3
4
Waar of niet waar?
Namen zijn zelfstandige naamwoorden.
waar
niet waar
Zelfstandige naamwoorden?
Op de pont moesten leerlingen een mondkapje dragen.
pont, leerlingen
leerlingen, mondkapje
pont, leerlingen, dragen
pont, leerlingen, mondkapje
Bijvoeglijke naamwoorden?
Die lieve leerlingen kunnen helaas geen heerlijke panini kopen in de aula.
lieve, leerlingen
lieve, heerlijke, panini
lieve, helaas, heerlijke
lieve, heerlijke
Ik koop een bal.
De leerkracht is niet oud.
Hij koopt die auto.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:
Daarom wil ik het tamme konijn kopen.
wil
ik
tamme
konijn
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:
Het snelle konijn werd niet gevangen.
snelle
konijn
werd
gevangen
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:
Hij heeft een grote vis gevangen.
heeft
grote
vis
gevangen
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:
Roze koeken vind ik lekker.
roze
koeken
vind
lekker
