wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BB1

Total questions: 25

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.

a)

Mijn vader

b)

viert

c)

zijn

d)

morgen

2.

Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.

a)

mijn best

b)

toetsen

c)

doe

d)

Ik

3.

Wat is de pv: Waarom zijn bananen krom?

a)

krom

b)

zijn

c)

bananen

d)

Waarom

4.

Maandag heeft Sonja een wedstrijd in de stad.


Wat is het onderwerp in de zin hierboven?

a)

Maandag

b)

een wedstrijd

c)

Sonja

d)

heeft

5.

Wat is het onderwerp?

Kleding / kopen / mijn vriendinnen / altijd / in de uitverkoop.

a)

kleding

b)

mijn vriendinnen

c)

in de uitverkoop

6.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

Het (gebeuren) .......... zelden dat jij je mond houdt.

a)

gebeurd

b)

gebeurt

c)

gebeurdt

d)

gebeurde

7.

Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in.

De arts (verbinden) ............ zijn knie.

a)

verbindt

b)

verbint

c)

verbond

d)

verbind

8.

Vul de persoonsvorm verleden tijd in.

De smaak (verrassen) ..... me heel erg.

a)

verraste

b)

verraste

c)

verrastte

d)

verrasste

9.

Vul het juiste voltooid deelwoord in.

Wij zijn (verhuizen) .... naar Amsterdam.

a)

verhuist

b)

verhuisd

c)

verhuizt

d)

verhuizd

10.
Vul de juiste vorm in. Hij (gamen) ..... de hele dag door.
a)
gamt
b)
gamet
c)
gamed
d)
gammet
11.
... (vermoeden) je zus dat er iets aan de hand is?
a)
vermoed
b)
vermoedt
12.

Wat is correct?

a)

Hij houdt niet van spruitjes

b)

Hij houd niet van spruitjes

13.

Wat is correct?

a)

Word jij voor die rol gevraagd?

b)

Wordt jij voor die rol gevraagd?

14.

Hoeveel lidwoorden hebben we in het Nederlands?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

15.

Waar of niet waar?

Namen zijn zelfstandige naamwoorden.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Zelfstandige naamwoorden?

Op de pont moesten leerlingen een mondkapje dragen.

a)

pont, leerlingen

b)

leerlingen, mondkapje

c)

pont, leerlingen, dragen

d)

pont, leerlingen, mondkapje

17.

Bijvoeglijke naamwoorden?

Die lieve leerlingen kunnen helaas geen heerlijke panini kopen in de aula.

a)

lieve, leerlingen

b)

lieve, heerlijke, panini

c)

lieve, helaas, heerlijke

d)

lieve, heerlijke

18.
Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin:
Ik koop een bal.
a)
Ik
b)
koop
c)
een
d)
bal
19.
Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin:
De leerkracht is niet oud.
a)
De
b)
leerkracht
c)
niet
d)
oud
20.
Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin:
Hij koopt die auto.
a)
Hij
b)
koopt
c)
die
d)
auto
21.
Waar zegt een bijvoeglijk naamwoord iets over?
a)
Een lidwoord
b)
Een werkwoord
c)
Een zelfstandig naamwoord
d)
Een bijwoord
22.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:


Daarom wil ik het tamme konijn kopen.

a)

wil

b)

ik

c)

tamme

d)

konijn

23.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:


Het snelle konijn werd niet gevangen.

a)

snelle

b)

konijn

c)

werd

d)

gevangen

24.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:


Hij heeft een grote vis gevangen.

a)

heeft

b)

grote

c)

vis

d)

gevangen

25.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in:


Roze koeken vind ik lekker.

a)

roze

b)

koeken

c)

vind

d)

lekker