Font size
WorksheetsNederlands: werkwoordspelling
Total questions: 12
Worksheet time: 12mins
Anton (vinden) het een geweldig idee. (tegenwoordige tijd)
(a)
Vroeger (kletsen) de leerlingen veel minder.
(a)
Waarom (worden) jij altijd als laatste gekozen?
(a)
James (hockeyen) vorig jaar voor het Nederlands jeugdteam.
(a)
Agnes (schrijven) een liefdesbrief aan haar vakantievriendje. (tegenwoordige tijd)
(a)
Hij heeft gisteren twintig kilometer (skeeleren).
(a)
Pippi Langkous (beleven) altijd spannende avonturen. (tegenwoordige tijd)
(a)
Is dit wel eens eerder (gebeuren)?
(a)
Jonas en Lucas (ontmoeten) elkaar elke zaterdag in de bibliotheek. (tegenwoordige tijd)
(a)
Toen ik klein was, (waarschuwen) mijn moeder mij continu.
(a)
En ze (leven) nog lang en gelukkig (a) (verleden tijd, meervoud)
(Geven) jij het altijd zo snel op?
(a)
