wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

STEMolympiade: Programmeren

Total questions: 22

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.

Jommeke heeft de grasmachine van Theofiel aangepast om het gras automatisch af te rijden. Wanneer de grasmachine aan een rand van het grasveld komt, keert hij om en verandert hij van richting.

Welk systeem kan Jommeke gebruiken om de grasmachine automatisch te laten besturen?

a)

Jommeke heeft de gashendel vastgebonden en rond het grasveld een omheining gezet.

b)

Draadloze ontvangers in de tuin die detecteren wanneer de grasmachine buiten het grasveld rijdt.

c)

Flip bestuurt de grasmachine met afstandsbediening vanuit het venster.

2.

De bij kan in dit woordrooster bewegen door op de pijltoetsen van de computer te duwen.

Als je de bovenstaande toetsvolgorde intikt, welk woord zal de bij dan lezen?

a)

SLOEP.

b)

SNOEP.

c)

SNOET.

3.

Een robot heeft 4 basiscommando’s om zich voort te bewegen: Op (O), Neer (N), Rechts (R), Links (L).

Lara wil de robot van punt A naar punt B laten bewegen.

De zwarte blokken zijn obstakels waar de robot omheen moet.

In welke volgorde moet Lara deze commando’s programmeren om zo snel mogelijk van A naar B te geraken?

a)

N-R-N-R-R-O-R-O

b)

N-N-R-R-R-O-O-O

c)

O-R-O-R-R-N

4.

Om de robot Melanie te besturen heeft Professor Gobelijn een simpel idee uitgewerkt.
Melanie luistert naar de commando’s die je verstuurt en doet vervolgens wat je vraagt.
Ze begrijpt echter maar 2 commando’s, nl. 'stap' en 'links'.
Hoe kun je de robot zich laten verplaatsen zoals op het schema?

a)

Stap, rechts, stap.

b)

Links, links, links, stap.

c)

Stap, links, links, links, stap.

5.

Thor leert op school programmeren.
Thor doet dat met behulp van ‘Kareltje de robot’.
‘Kareltje de robot’begrijpt maar 2 opdrachten.
Als hij ‘STAP’ hoort, verplaatst hij zich 1 vakje vooruit.
Als hij ‘DRAAI LINKS’ hoort, draait hij naar links op dezelfde tegel.
Hoe moet Thor ‘Kareltje de robot’ van plaats 1 naar plaats 2 laten stappen?

a)

STAP, STAP, DRAAI LINKS, STAP, STAP.

b)

DRAAI LINKS, STAP, STAP, DRAAI LINKS, STAP, STAP.

c)

STAP, DRAAI LINKS, STAP, DRAAI LINKS, DRAAI LINKS, DRAAI LINKS, STAP, DRAAI LINKS, STAP, STAP.

6.

Hiernaast zie je een programmeeropgave.

De raket moet van de startpositie waar ze zich nu bevindt, vliegen naar de rode planeet Mars.

De raket moet obstakels tussen de startpositie en Mars ontwijken.

De raket kan op 2 manieren bestuurd worden:

• Draai rechts: de raket draait ter plaatse een kwartslag naar rechts.

• Ga vooruit: de raket vliegt 1 vakje vooruit volgens zijn oriëntatie op dat moment.

Hoeveel stappen heb je minstens nodig om Mars te bereiken?

a)

6 stappen.

b)

7 stappen.

c)

8 stappen.

7.

Op een website die programmeren aanleert aan kinderen wordt gevraagd om het ‘Angry Birds’-vogeltje naar het groene varkentje te laten stappen.

De programmeerblokken zijn heel eenvoudig doordat er pijlen worden gebruikt.Welke code is hier de juiste?

a)
b)
c)
8.

In dit Angry Birds programmeerspel moet de rode vogel het groene varkentje te pakken krijgen.

Hij kan enkel bewegen langs de open groene vlakken.

Welke programmeercode zal hem helpen?

a)
b)
c)
9.

Als ik een vierkant wil tekenen zoals op de figuur, kan ik dat doen door een stift de volgende reeks commando’s te laten uitvoeren.

De witte cirkel met pijltje links staat hier op de startpositie.

Na het uitvoeren van de commando’s is de figuur getekend en geeft de rode cirkel met pijltje de eindpositie aan.

Hoe zal het afgelegde pad eruitzien als ik het volgende commando laat uitvoeren?

a)
b)
c)
10.

Jommeke heeft een LEGO Mindtorms Ev3 robot gekregen van professor Gobelijn.
Jommeke bouwt een robotwagen aangedreven door 2 motoren B en C.
Deze robotwagen moet geprogrammeerd worden met actieblokken.
Jommeke maakt een programma zodat de robotwagen eerst met een snelheid 13 gedurende 13 seconden een bocht maakt met waarde -13.
Daarna maakt de robotwagen een bocht met waarde 13 gedurende 13 seconden met een snelheid -13.
Wat wil de snelheid -13 zeggen?

a)

De robotwagen rijdt trager. 

b)

De robotwagen rijdt achteruit.

c)

De robotwagen rijdt naar links.

11.

Annemieke en Rozemieke kregen van hun ouders een Lego Mindstorms pakket cadeau.

Daarmee kunnen ze zelf een robot bouwen.

Heel veel verschillende sensoren kunnen op de robot gemonteerd worden.

Hieronder zie je een overzicht met de 3 sensoren die door de meisjes op de robot werden geplaatst.

De eerste sensor meet de hoeveelheid licht, de tweede sensor is een contactsensor die ingeduwd kan worden, de derde sensor meet de hoeveelheid geluid.

Wat kan die robot met behulp van zijn sensoren weten?

a)

De robot kan zien of het nacht of dag is.

b)

De robot weet of hij rechtop staat of op zijn rug ligt.

c)

De robot kan de temperatuur bepalen.

12.

In de klas krijgen Jommeke en Filiberke informatica.
Om uit te leggen hoe een programmeertaal werkt gebruikt hun juf de volgende vergelijking: als je een programma wil schrijven om dieren bij te houden, kun je een structuur opbouwen uit een hoofdklasse, daaronder zitten de klassen en nog eens daaronder de subklassen, zoals op de figuur getoond wordt.
De hoofdklasse bevat informatie die op alle dieren van toepassing is (ze bewegen, ze eten, ...).
In de subklasse staan er specifieke eigenschappen van die klasse (zoogdieren baren levende jongen, vissen leven in het water, ...), terwijl in de subklasse nog meer specifieke eigenschappen staan (een varken is roze, een olifant is grijs, ...).
Je moet nu hetzelfde doen met transportmiddelen.
Dingen die op het schema zouden moeten staan zijn onder andere ‘Transportmiddelen’, ‘Vliegtuigen’ en ‘Porsche’.

Tot welk structuurtype behoort ‘Porsche’?

a)

Hoofdklasse.

b)

Klasse.

c)

Subklasse.

13.

Bij het programmeren wordt soms een beslissingstabel gebruikt zodat verschillende stappen op een logische manier uitgevoerd worden.

Hieronder zie je zo’n beslissingstabel waardoor je na 4 vragen op één van de drie commando’s A of B of C uitkomt.

Het antwoord op deze 4 vragen is JA – NEEN – NEEN – JA.

Welk commando zal door het programma uitgevoerd worden?

a)

Commando A.

b)

Commando B.

c)

Commando C.

14.

Het programmeerbare aapje wil de banaan opeten.

Daarvoor heeft Loïc, de programmeur die je links onderaan ziet staan, een aantal commando’s tot zijn beschikking.

• turnTo: met dit commando draait het aapje in de richting van een voorwerp (bridge = brug, banana = banaan)

• turn: het aapje draait, ofwel 90° naar links (left), 90° naar rechts (right), ofwel over een bepaald aantal graden

• step: het aapje stapt een aantal stappen vooruit

Hiernaast zie je de beginsituatie.

De meetlat (met getal 16 erbij) toont de lengte van de stippellijn die je ook op de figuur ziet.

Welke code heeft Loïc geschreven om het aapje tot bij de banaan te krijgen.

Let wel op: het aapje kan niet zwemmen.

a)
b)
c)
d)
15.

Simon kan programmeren in de taal C#.

Hij heeft iets geschreven om de televisie gemakkelijk te bedienen.

Kan jij begrijpen wat er zal gebeuren als je op de AAN knop van de afstandsbediening drukt?

a)

De televisie wordt aangezet en de zender met nummer 4 wordt gekozen.

b)

De televisie wordt aangezet, de zender Ketnet wordt gekozen en het volume wordt op 4 gezet.

c)

De zender Ketnet wordt gekozen en het volume wordt op 4 gezet. Daarna wordt de televisie aangezet.

16.

Stef kan goed programmeren in JavaScript.

Op zijn website wil hij iets leuks maken.

Wanneer iemand (Merten) met een bepaald aantal letters in zijn naam aanmeldt, dan verschijnt er een leuk bericht.

Kan jij achterhalen welk bericht hier op de website zal getoond worden?

a)

Kijk eens wie we hier hebben! Welkom.

b)

Wat een verrassing! Welkom.

c)

Leuk om je op mijn website te zien! Welkom.

17.

In een nieuwe auto zit dikwijls een computer om de onderdelen van de auto aan te sturen.

Lucas is programmeur en wil een veiligheid programmeren, die de auto alleen laat starten als de deuren dicht zijn en de sleutel in het contact zit.

Lucas kan programmeren in een taal die Python heet.

Welke waarde kiest Lucas voor ‘deuren’ en ‘sleutel’, met andere woorden wanneer zou de auto kunnen starten?

a)
b)
c)
18.

Professor Gobelijn heeft een nieuwe, kleine vliegende schotel ontwikkeld, maar hij heeft het toestel verkeerd geprogrammeerd.

Wanneer hij het toestel start en vooruit wil laten vliegen, stijgt het op, en blijft het gewoon ter plaatse hangen.

Als hij op de afstandsbediening geen commando geeft, vliegt de schotel terug naar zijn landingsplatform, terwijl het toestel dan in de lucht zou moeten blijven hangen.

Kan jij hem helpen om het stukje programma hieronder te verbeteren?

Welke instructies moeten er op LIJN A en LIJN B komen?

a)

LIJN A=KeerTerug(); LIJN B=GaVooruit();

b)

LIJN A=GaVooruit(); LIJN B=BlijfZweven();

c)

LIJN A=GaVooruit(); LIJN B=KeerTerug();

19.

Bij het programmeren gebruikt Roxanne een for-lus.
Dit betekent dat de computer een opdracht een aantal keer uitvoert, tot aan een voorwaarde voldaan is.
Hieronder zie je een voorbeeld hoe de computer dit verwerkt. 
uit = 0;
for (kop = 1; kop <= 3; kop = kop + 1)
uit = kop;
}
Als je deze code uitvoert, dan krijg je uiteindelijk voor de variabele ‘uit’ een waarde van 3, zoals je op de figuur ziet.
Steffi programmeert nu een andere lus, met de volgende syntax:
uit = 0;
for (kop = 1; kop <= 3; kop = kop + 1){
uit = uit + kop;
}
Welke waarde vindt Roxanne voor ‘uit’, na het doorlopen van de lus?

a)

1

b)

3

c)

6

d)

10

20.

Als je programmeert en je wil een bepaalde opdracht (bijvoorbeeld: schrijf een ‘T’) een aantal keer herhalen, dan wordt dat gedaan door een lus te gebruiken.

Zo zorgt het commando ervoor dat je TTT op het scherm tovert.

Wat moet je doen om BLABLABLA op het scherm te krijgen?

a)
b)
c)
21.

Om te programmeren in Javascript wordt gebruik gemaakt van een zekere syntax (= schrijfwijze).

Één van de vaak gebruikte programmeerstappen is de zogenaamde for-lus.

Die ziet er als volgt uit: for(startvoorwaarde;testvoorwaarde;stapprocedure) {code om iets uit te voeren;}

Vooraleer iets uitgevoerd wordt, wordt gekeken of aan testvoorwaarde voldaan is.

Na het uitvoeren van het commando wordt de stapprocedure uitgevoerd.

De code hieronder levert bijgevolg het resultaat rechts op.

Je start met de beginvoorwaarde i = 0, waardoor de voorwaarde i ≤ 2 voldaan is, omdat 0 kleiner dan of gelijk is aan 2.

Dus wordt ‘poging 0’ neergeschreven.

Vervolgens wordt de code i++ uitgevoerd waardoor de variabele i met 1 stijgt.

Dus krijg je i = 1.

De tweede keer dat je de lus start is i = 1, waardoor de voorwaarde i ≤ 2 voldaan is.

1 is kleiner dan of gelijk aan 2.

Dus wordt ‘poging 1’ neergeschreven.

Vervolgens wordt opnieuw de code i++ uitgevoerd waardoor de variabele i met 1 stijgt.

Dus krijg je i = 2.

In een derde lus is i = 2 nog altijd kleiner dan of gelijk aan 2.

Daardoor wordt ‘poging 2’ neergeschreven.

Vervolgens stijgt i tot i = 3 waardoor tijdens de volgende poging niet meer aan de voorwaarde voldaan wordt en de lus stopt.

Hoeveel keer zal er iets neergeschreven worden als je de volgende for-lus uitvoert?

a)

4 keer.

b)

5 keer.

c)

6 keer.

d)

7 keer.

22.

Bij het schrijven van computerprogramma’s worden dikwijls voorwaardelijke testen uitgevoerd.

Zo zijn de beweringen 4 < 5, −2 < 5, 8 = 8 en 12 > 5 allemaal waar terwijl 9 < 8, 12 = 5 en 5 > 5 valse beweringen zijn.

Zo’n testen helpen je om een programmeercode te schrijven.

Een commando zal hierdoor wel of niet uitgevoerd worden.

Dit is een voorbeeld waarmee je een robot kunt besturen:

Wat gebeurt er als deze code uitgevoerd wordt?

a)

De robot doet een dansje.

b)

De robot zingt een liedje.

c)

De robot doet een dansje en zingt een liedje.