wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3M SR5A1 Infuustherapie les 1 en 3

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat kun je bij extravasatie observeren?

a)

reflux, bleke, koude , gezwollen en pijnlijke huid

b)

geen reflux, bleke, koude , gezwollen en pijnlijke huid

c)

warme, rode, gezwollen huid

2.

Wrijving van de catheter tegen een vene wordt....genoemd

a)

bacteriële

b)

chemische flebitis

c)

mechanische flebitis

3.

Bij flebitis is er

a)

nog wel reflux

b)

geen reflux

4.

Bij anafylactische shock zien we onder andere de volgende symptomen:

a)

urticaria, agitatie, zwelling van het gelaat, hypotensie, tachycardie, tachypnoe

b)

gestuwde halsvenen, hypotensie, tachycardie, tachypnoe

c)

koorts, hypotensie, tachycardie, tachypnoe

5.

Bij anafylactische shock dien je als verpleegkundige

a)

het infuus te laten zitten

b)

het infuus onmiddellijk te verwijderen

c)

de infuussnelheid te verhogen

6.

Dit hoort bij de preventie van hypervolemie bij hartpatiënten.

a)

toedienen van zout

b)

O2 toedienen

c)

controle diurese, gewicht en oedemen

7.

Bij flebitis ga je

a)

alcoholcompressen of ontstekingsremmende zalf aanbrengen

b)

warmte en bedekkend steriel verband aanbrengen

c)

adrenaline toedienen

8.

Osmose

a)

is een verschijnsel waarbij watermoleculen zich doorheen een semipermeabel membraan van een lage naar een hoge concentratie verplaatsen.

b)

is een verschijnsel waarbij watermoleculen zich doorheen een semipermeabel membraan van een hoge naar een lage concentratie verplaatsen.

c)

is een verschijnsel waarbij opgeloste deeltjes zich doorheen een semipermeabel membraan van een lage naar een hoge concentratie verplaatsen.

9.

Ik prik aan waakinfuus bij een zorgvrager en hang Glucose 5% aan. Dit is een

a)

B1-handeling

b)

B2-handeling

c)

C-handeling

10.

Als je aqua IV puur gaat toedienen dan

a)

gaan de RBC verschrompelen

b)

gaan de RBC barsten

c)

gaat er niets gebeuren

11.

Bij hevige diaree kan er

a)

respiratoire acidose ontstaan

b)

metabole alkalose ontstaan

c)

metabole acidose ontstaan

12.

Om de pH van het bloed te normaliseren wordt er

a)

Kaliumchloride toegediend

b)

Natriumbicarbonaat toegediend

c)

Glucose 20% toegediend

13.

Packed Cells of bloedproducten mogen nooit met ...toegediend

a)

Suikeroplossingen

b)

NaCl 0.9%

14.

Colloïdale oplossingen zijn

a)

suikers die vocht aantrekken

b)

eiwitten die vocht aantrekken

c)

vetten die vocht aantrekken

15.

Dit IV oplossingen hebben een hoge osmolariteit > 310 mOsmol/l

a)

hypertone oplossingen

b)

hypotone oplossingen

c)

istone oplossingen

16.

Een intra-osseuse naald

a)

mag langer dan 24u ter plaatse blijven

b)

wordt bij voorkeur in de tibia geplaatst

c)

wordt ook in niet-dringende situaties gebruikt

17.

Pseudo-agglutinatie ontstaat wanneer Glucose 5% met Packed Cells wordt toegediend. Wat gebeurt er?

a)

Helemaal niets

b)

Samenkleven/klontering RBC

c)

Verschrompeling RBC

18.

Dit is een soort centrale catheter

a)

AV-fistel

b)

PICC

c)

Infuusslotje