wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat weet je nog van 4V?

Total questions: 30

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Zijn de werkwoorden in de zin goed gespeld?


'De bijsluiter vermeld dat dit geneesmiddel de rijvaardigheid beïnvloedt.'

a)

vermeld is goed, beïnvloedt is fout

b)

vermeld en beïnvloedt zijn goed

c)

vermeld is fout, beïnvloedt is goed

d)

vermeld en beïnvloedt zijn fout

2.

Zijn de werkwoorden goed gespeld?


'Erik verorberde een boterham en storte zich daarna op zijn studieboeken.'

a)

verorberde is goed, storte is fout

b)

verorberde en storte zijn goed

c)

verorberde is fout, storte is goed

d)

verorberde en storte zijn fout

3.

Noteer de persoonsvorm in de verleden tijd.


'Na een turbulente vlucht (a)   (landen) het vliegtuig veilig op de luchthaven.'

4.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.


' (a)   (verbeelden) die popster zich soms dat hij de beste van de wereld is?'

5.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'De goed uitgeruste reddingsploeg zocht na de aardbeving in de huizen naar overlevenden.'

(a)  

6.

Hoe noem je de onderstreepte werkwoordsvorm?

Kies uit: inf, gw, od, vd, bn.


'Glimlachend toonde de kunstverzamelaar ons de schilderijen.'

(a)  

7.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'Hij vroeg permissie om zijn huis te mogen verbouwen.'

a)

onjuiste herhaling

b)

pleonasme

c)

dubbele ontkenning

d)

tautologie

e)

contaminatie

8.

Welke dubbelopfout wordt er gemaakt?


'De secretaris zal nog even nachecken of we de juiste datums hebben opgegeven.'

a)

herhaling

b)

contaminatie

c)

tautologie

d)

pleonasme

e)

dubbele ontkenning

9.

Is deze zin goed of fout? Kijk naar de dat/als-constructie.


"Ik vind dat als films schokkende beelden bevatten, ze niet uitgezonden mogen worden op TV."

a)

goed

b)

fout

10.

Is deze zin goed of fout? Kijk naar de dat/als-constructie.

"De juf zegt dat, als je stil bent, je een beloning krijgt."

a)

goed

b)

fout

11.

Vul het juiste woord in op de puntjes.


Een hoop mensen (a)   (gaat/gaan) nu nog op vakantie.

12.

Vul het juiste woord in op de puntjes.


Zowel mijn moeder als mijn vader ........ (is/zijn) met pensioen.

a)

is

b)

zijn

13.

Vul het juiste woord in op de puntjes.


80% van de leerlingen ...... (is/zijn) tevreden.

a)

is

b)

zijn

14.

Juiste verwijswoord?

'Toen de roeier zag dat zijn skiff beschadigd was, liet hij ..... meteen repareren.'

a)

hem

b)

haar

c)

het

15.

Juiste verwijswoord?

'De politie van Zoetermeer heeft bij de recente rellen ...... taak uitgevoerd.'

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

16.

Juiste verwijswoord?

De verzekeringsmaatschappij heeft aangekondigd al ..... onroerend goed snel te verkopen.

a)

haar

b)

zijn

c)

hun

17.

Zwolle heeft al .... inwoners gevraagd een vaccinatie te halen.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

18.

Wat is geen criterium voor literatuur?

a)

Handelingen zijn ondergeschikt aan de personages, personages worden uitgediept

b)

Geëngageerd: legt maatschappijproblemen bloot, taboedoorbrekend

c)

een beoordelingswoord zoals 'goed' of 'leuk'

d)

Leereffect: zet je aan het denken, verbreedt je horizon

19.

De Middeleeuwen waren van .... ?

a)

500 tot 1500 voor Christus

b)

500 tot 1500 na Christus

c)

500 tot 1000 na Christus

20.

De Middeleeuwen werden niet gekenmerkt door:

a)

Theocentrisme

b)

Carpe diem

c)

Standentheorie

d)

Memento mori

21.

Vink de kenmerken van een ridderroman aan.

a)

De ridder gaat op een queeste

b)

Start meestal met een hofdag

c)

Bestaand uit twee delen: komedie en tragedie

d)

Een sprookjesachtige wereld

22.

Jolanda Zonneschijn is weervrouw en Piet Taal werkt bij de Taalunie.

Deze namen passen bij de uitdrukking:

a)

Nomen est omen

b)

Veni, vidi, vici

c)

Quo vadis

d)

Si vis pacem, para bellum

23.

Hoe noem je deze fout?

"De media verspreidt vaak leugens over hem"


(goede antwoord: 'verspreiden')

(a)  

24.

Renaissance is ook wel de (a)   van de klassieke oudheid.

25.

Ieder mens in de Renaissance streefde naar het worden van een ........ ..........: iemand die ontplooid is op elk gebied in het leven.

(a)  

26.

Wie schreef de 'Warenar'?

a)

Plautus

b)

P.C. Hooft

c)

G.A. Bredero

27.

Bij onafhankelijke nevenschikkende argumentatie hebben de argumenten elkaar wel of niet nodig om het standpunt te ondersteunen?

a)

wel

b)

niet

28.

Hoe noem je het tekstverband 'maar'?

a)

opsommend

b)

verklarend

c)

tegenstellend

29.

Noem één van de vijf tekstdoelen.

Denk aan: amuseren, ......, ......., .......

(a)  

30.

Wat zijn de functies van een inleiding?

a)

De lezer overtuigen

b)

Het onderwerp introduceren

c)

Het einde vast verklappen

d)

De aandacht van de lezer trekken