wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederland staal les 5

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Invloed hebben waardoor mensen en dingen veranderen

a)

Beïnvloeden

b)

Democratisch

c)

Direct

d)

Emigreren

2.

Zo noem je een land waar het volk veel invloed heeft op hoe het land geregeerd wordt.

a)

Beïnvloeden

b)

Democratisch

c)

Direct

d)

Emigreren

3.

Rechtstreeks, meteen zeggen waar het om gaat

a)

Beïnvloeden

b)

Democratisch

c)

Direct

d)

Emigreren

4.

Verhuizen naar een ander land, het tegengestelde van immigreren.

a)

Beïnvloeden

b)

Democratisch

c)

Direct

d)

Emigreren

5.

Iets naar een ander land brengen, verkopen aan het buitenland.

a)

Exporteren

b)

Handel drijven

c)

De godsdienstvrijheid

d)

immigreren

6.

Je mag geloven wat je wilt, zonder dat je daarvoor gestraft of gevangengezet wordt.

a)

Exporteren

b)

Handel drijven

c)

De godsdienstvrijheid

d)

immigreren

7.

Zaken doen, kopen en verkopen

a)

Exporteren

b)

Handel drijven

c)

De godsdienstvrijheid

d)

immigreren

8.

In een land komen wonen, het tegengestelde van emigreren.

a)

Exporteren

b)

Handel drijven

c)

De godsdienstvrijheid

d)

Immigreren

9.

Een land dat door een ander land veroverd is en bestuurd wordt.

a)

De normen en waarden

b)

De kolonie

c)

De levensovertuiging

d)

Nuchter

10.

Een mening over hoe je moet leven.

a)

De normen en waarden

b)

De kolonie

c)

De levensovertuiging

d)

Nuchter

11.

De regels en ideeën over wat goed en slecht is.

a)

De normen en waarden

b)

De kolonie

c)

De levensovertuiging

d)

Nuchter

12.

Praktisch, zakelijk, realistisch

a)

De normen en waarden

b)

De kolonie

c)

De levensovertuiging

d)

Nuchter

13.

Zonder te letten op.

a)

De samenleveing

b)

Stemmen

c)

Ongeacht

d)

Het overzees gebied

14.

Een gebied of land aan de andere kant van de oceaan.

a)

De samenleveing

b)

Stemmen

c)

Ongeacht

d)

Het overzees gebied

15.

Alle mensen samen binnen een land of cultuur en de manier waarop ze met elkaar omgaan.

a)

De samenleveing

b)

Stemmen

c)

Ongeacht

d)

Het overzees gebied

16.

Kiezen voor iemand van een politieke partij.

a)

De samenleveing

b)

Stemmen

c)

Ongeacht

d)

Het overzees gebied

17.

Verdraagzaam, je vindt het geen probleem als mensen anders denken.

a)

Voormalig

b)

Wereldwijd

c)

Tolerant

d)

De vrijheid van meningsuiting

18.

Vroeger.

a)

Voormalig

b)

Wereldwijd

c)

Tolerant

d)

De vrijheid van meningsuiting

19.

Je mag zeggen wat je denkt en vindt zonder dat je daarvoor gestraft wordt.

a)

Voormalig

b)

Wereldwijd

c)

Tolerant

d)

De vrijheid van meningsuiting

20.

Over de hele wereld.

a)

Voormalig

b)

Wereldwijd

c)

Tolerant

d)

De vrijheid van meningsuiting