wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zuren en basen (intro)

Total questions: 8

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Onder bepaalde omstandigheden reageert HF tot F-. Is HF een zuur?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Dat kun je op basis van de gegeven informatie niet zeggen

2.

Vul aan wat waar zou kunnen zijn: Als de pH hoger is...

a)

...is er meer zuur opgelost in een bepaald volume.

b)

...is er meer base opgelost in een bepaald volume.

c)

...heeft er meer zuur met water gereageerd in een bepaald volume.

d)

...heeft er meer base met water gereageerd in een bepaald volume.

3.

Er zijn meerdere antwoorden goed op deze vraag en je moet alle goede antwoorden aankruisen: Hoe kun je de pH van een oplossing met pH = 9,0 verlagen?

a)

Base toevoegen.

b)

Zuur toevoegen.

c)

Meer water toevoegen.

d)

De oplossing indampen zodat er water verdwijnt.

4.

Bereken de pH van een 0,015 M oplossing van HBr. Er is dan 0,015 mol H+ per liter opgelost.

a)

pH = 0,82

b)

pH = 1,82

c)

pH = -1,82

5.

Welk van de onderstaande stoffen is sowieso géén zuur.

a)

H3PO4 (s)

b)

NaHSO4 (s)

c)

HCl (g)

d)

Na2O (s)

6.

Er zijn hier twee antwoorden juist en je moet alle juiste antwoorden aankruisen. Na2CO3 is een...

a)

Zout

b)

Zuur

c)

Base

7.

Pak Binastabel 52A voor je. Een oplossing kleurt oranjegeel met methyloranje en rood met methylrood. Geef een mogelijke pH van deze oplossing (meerdere antwoorden mogelijk).

(a)  

8.

Van een bepaalde oplossing is de pOH 3,6, wat is de pH?

a)

3,6

b)

10,4

c)

17,6

d)

Dat kun je niet zeggen op basis van deze gegevens.