NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsTest
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekent kandidaat?
a)
Iemand die meedoet
b)
Iemand die ergens aan meedoet
c)
Iemand die niet mee wil doen
d)
Iemand die graag meedoet
2.
Wat betekent overmacht?
a)
Dat je er niets aan kon doen
b)
Dat je te veel macht hebt
c)
Dat je niet veel macht hebt
d)
Dat je het niet zeker weet
3.
Een ander woord voor trachten
a)
Springen
b)
Hard lopen
c)
Proberen
d)
Het nog eens overdoen
4.
Wat is een surveillant?
a)
Iemand die niet goed oplet
b)
Iemand die heel goed oplet
c)
Iemand die nooit goed oplet
d)
Iemand die toezicht houdt dat alles goed gaat
5.
Een ander woord voor onlangs
a)
Later
b)
Nog nooit gebeurd
c)
Net gebeurd
d)
In de toekomst
6.
Een ander woord voor uitslag?
a)
Resultaat
b)
Examen
c)
Cijfer
d)
Rapport
7.
Een ander woord voor koelbloedig
a)
Rustig
b)
Rustig en kalm blijvend
c)
Opgewonden
d)
Zelfverzekerd
8.
Een ander woord voor corrigeren?
a)
Inkijken
b)
Opkijken
c)
Nakijken
d)
Verkijken
9.
Constateren
a)
Zien
b)
Niet zien
c)
Inzien
d)
Misschien
10.
Een ander woord voor effect
a)
Doel
b)
Wat er gebeurt als je iets niet doet
c)
Wat er gebeurt als je iets doet
d)
Uitslag
11.
Geld bewaren voor later
a)
Sparen
b)
Rekening
c)
Administratie
d)
Financieel
Reset
