wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

kennismaken met nask- techniek

Total questions: 32

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

wat zijn natuurverschijnselen?

a)

dingen die gebeuren in de natuur

b)

een spook die dwaald in de bossen

c)

een lamp die schijnt in de natuur

d)

een beest dat zomaar tevoorschijn komt.

2.

het vak natuur- scheikunde gaat over....

a)

de levende natuur

b)

de niet- levende natuur

3.

het verbranden van aardgas hoort bij het vak...

a)

biologie

b)

natuurkunde

c)

scheikunde

4.

hoe zou je tijdens een natuur- scheikunde proef het beste een middel kunnen ruiken?

a)

hou je fles van je af en wuif met je hand het luchtje naar je toe

b)

je proeft het

c)

je ruikt gewoon zoals je aan eten ruikt

d)

iedereen mag dat op zijn eigen manier doen

5.

om je ogen te beschermen draag je een veiligheidsbril

waar of niet waar.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Op welke afbeelding is een liniaal te zien?

a)
b)
c)
d)
7.

Op de afbeelding is een ......... te zien

a)

Liniaal

b)

Schuifmaat

c)

Verstelbare moersleutel

d)

Rolmaat

8.

Op de afbeelding is een ..... te zien.

a)

Klok

b)

Stopwatch

c)

Bloeddrukmeter

d)

Zuurstofmeter

9.

Welke afbeelding is een balans?

a)
b)
10.

Op de afbeelding is een ..... te zien.

a)

Maatbeker

b)

Bekerglas

c)

Maatcilinder

d)

Erlenmeyer

11.

Op welke afbeelding staat een maatcilinder?

a)
b)
c)
d)
12.
Dit noem je een ..
a)
Boekenkast
b)
Reageerbuisrekje
c)
pipettenrek
13.

Stoffen kun je herkennen aan:

a)

Smaak

b)

Geur

c)

Kleur

d)

Alle drie eigenschappen zijn stofeigenschappen

14.

Voorbeelden van veiligheidsregels zijn:

a)

haren op een staart

b)

open schoenen aan

c)

spelen in het lokaal

d)

stoel op 4 poten

e)

labjas aan

15.

Welk zintuig past het beste bij 'naar muziek luisteren'?

(a)  

16.

Van welk zintuig wordt de informatie verkeerd verwerkt?

(a)  

17.

Wat is de temperatuur van kokend water?

a)

90 graden Celsius

b)

99 graden Celsius

c)

100 graden Celsius

d)

110 graden Celsius

18.

Bij welke temperatuur bevriest water?

a)

10 graden Celsius

b)

1 graden Celsius

c)

0 graden Celsius

d)

-1 graden Celsius

19.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
20.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
21.
Welke voorwaarden zijn er nodig voor een brand?
a)
Brandstof, Zuurstof, Stikstof
b)
Brandstof, Zuurstof, Ontbrandingstemperatuur
c)
Zuurstof, Benzine, Hout
d)
Stikstof, Zuurstof, Zwafel, ontbrandingstemperatuur
22.

Wat is het symbool voor de grootheid van massa?

(a)  

23.

Welke berekening moet je maken?


15 jaar = ... uur

a)

x 365 x 24

b)

: 365 : 24

c)

x 12 x 30 x 24

d)

: 12 : 30 : 24

24.

Welke berekening moet je maken?


112 minuten = ... uur

a)

x 60

b)

: 60

c)

x 60 x 60

d)

: 60 : 60

25.

Hoe lang duurt een etmaal?

a)

12 uur

b)

24 uur

c)

7 dagen

d)

28 dagen

26.

Hoe komt het dat de tijden op aarden verschillen?

a)

De zon komt niet overal op dezelfde tijd op, omdat de aarde om haar eigen as heen draait.

b)

De zon komt overal op dezelfde tijd op, omdat de aarde om haar eigen as heen draait.

c)

De zon komt niet overal op dezelfde tijd op, omdat de zon om de aarde heen draait.

d)

De zon komt niet overal op dezelfde tijd op, omdat de aarde om de zon heen draait.

27.

Wat zijn fossielen?

a)

Verkoolde resten van organismen.

b)

Afdrukken van organismen.

c)

Versteende resten van organismen.

d)

Uitwerpselen van organismen.

28.

Wat betekent een zoutconcentratie van 16%?

a)

In 100 gram water zit 0,16 gram zout opgelost.

b)

In 100 gram water zit 16 gram zout opgelost.

29.

Wat is het symbool voor de eenheid van temperatuur?

a)

g en kg

b)

cm3 en m3

c)

ml, cl en dl

d)

g per cm3

e)

°C

30.

Op de afbeelding is schematisch een doorsnede van een emmer afgebeeld. Hoe noemen we in scheikundige term het blauwgekleurde gedeelte?

(a)  

31.

Typ de formule van volume.

V = (a)   = cm3

32.

Wat is demiwater?

a)

Water zonder mineralen.

b)

Water met mineralen.

c)

Water met een beetje mineralen.