Font size
WorksheetsWoordenschat H1 (NN) 2HV
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
Zo bang als een ...
wezel
hoentje
kwartel
mol
Zo doof als een ...
wezel
hoentje
kwartel
mol
Zo fris als een ...
wezel
hoentje
kwartel
mol
Zo blind als een ...
wezel
hoentje
kwartel
mol
Zo gezond als een ...
vis
hond
beer
spin
Zo slim als een ...
vos
hond
beer
spin
Zo nijdig als een ...
vos
hond
beer
spin
Zo sterk als een ...
vos
hond
beer
paard
Zo vrij als een ...
vos
hond
vogel
paard
Zo ziek als een ...
vos
hond
vogel
paard
In een vergelijking zet je twee dingen naast elkaar die op elkaar lijken: het object en ...
het beeld
de vergelijking
de beeldspraak
het taalgebruik
Wat is in deze vergelijking het object?
Een dijk van een huis.
dijk
huis
Wat is in deze vergelijking het object?
Een boom van een vent.
boom
vent
Wat is in deze zin het beeld?
Een kast van een vent.
kast
vent
Wat is in deze zin het beeld?
Een schat van een meid.
schat
meid
Zo ... als een veertje
(a)
Zo ... als een gans
(a)
Bij een metafoor worden beeld en object allebei genoemd in de zin.
Waar
Niet waar
De zon probeert achter de wolken tevoorschijn te komen.
Vergelijking
Metafoor
Personificatie
Zo vrij als een vogel.
Vergelijking
Metafoor
Personificatie
