wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat H1 (NN) 2HV

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Zo bang als een ...

a)

wezel

b)

hoentje

c)

kwartel

d)

mol

2.

Zo doof als een ...

a)

wezel

b)

hoentje

c)

kwartel

d)

mol

3.

Zo fris als een ...

a)

wezel

b)

hoentje

c)

kwartel

d)

mol

4.

Zo blind als een ...

a)

wezel

b)

hoentje

c)

kwartel

d)

mol

5.

Zo gezond als een ...

a)

vis

b)

hond

c)

beer

d)

spin

6.

Zo slim als een ...

a)

vos

b)

hond

c)

beer

d)

spin

7.

Zo nijdig als een ...

a)

vos

b)

hond

c)

beer

d)

spin

8.

Zo sterk als een ...

a)

vos

b)

hond

c)

beer

d)

paard

9.

Zo vrij als een ...

a)

vos

b)

hond

c)

vogel

d)

paard

10.

Zo ziek als een ...

a)

vos

b)

hond

c)

vogel

d)

paard

11.

In een vergelijking zet je twee dingen naast elkaar die op elkaar lijken: het object en ...

a)

het beeld

b)

de vergelijking

c)

de beeldspraak

d)

het taalgebruik

12.

Wat is in deze vergelijking het object?


Een dijk van een huis.

a)

dijk

b)

huis

13.

Wat is in deze vergelijking het object?


Een boom van een vent.

a)

boom

b)

vent

14.

Wat is in deze zin het beeld?


Een kast van een vent.

a)

kast

b)

vent

15.

Wat is in deze zin het beeld?


Een schat van een meid.

a)

schat

b)

meid

16.

Zo ... als een veertje

(a)  

17.

Zo ... als een gans

(a)  

18.

Bij een metafoor worden beeld en object allebei genoemd in de zin.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

De zon probeert achter de wolken tevoorschijn te komen.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie

20.

Zo vrij als een vogel.

a)

Vergelijking

b)

Metafoor

c)

Personificatie