Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 1 BK3

Total questions: 31

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

wat zijn primaire behoeften?

a)

Huis

b)

Telefoon

c)

Eten

d)

Kleding

e)

Baan

2.

Selecteer de secundaire behoeften

a)

t-shirt

b)

telefoon

c)

auto

d)

huis

3.

Andere naam voor primaire behoeften

(a)  

4.

Mensen met een laag inkomen geven in verhouding meer uit aan primaire behoeften

a)

juist

b)

onjuist

5.

Wat zijn schaarse goederen?

a)

stoel

b)

bureau

c)

computer

d)

pen

6.

Vrije goederen

a)

Zonlicht

b)

Wind

c)

drinkwater

7.

Noem een van de 2 belangrijkste middelen

(a)  

8.

Soms moet je keuzes maken. Dit heet ook wel:

a)

Prioriteiten stellen

b)

Politieke keuzes maken

c)

Polissen stellen

d)

Primaire behoeften

9.

Wat is een vorm van zelfvoorziening?

a)

band plakken

b)

zelf boodschappen betalen

c)

zelf je haar kleuren

d)

een moestuin aanleggen

10.

Myrthe koopt een nieuwe Iphone omdat deze nu in de aanbieding is.

a)

sociale beïnvloeding

b)

commerciële beïnvloeding

11.

De marketing mix heeft onder andere de volgende instrumenten

a)

product, prijs, procent

b)

product, personeel, plaats

c)

promotie, prioriteiten, presentatie

d)

personeel, plaats, pracht

12.

Het verkopen via internet en het online betalen noemt men

a)

webwinkelen

b)

economisch shoppen

c)

e-commerce

13.

De mensen waarvoor een product bedoeld is:

a)

doelstelling

b)

doelwit

c)

doelgroep

d)

doelmenigte

14.

Waarom zijn jongeren een belangrijke doelgroep voor bedrijven?

a)

geld vrij te besteden

b)

invloed op anderen

c)

doen waar ze zin in hebben

d)

hebben klein budget

e)

blijven misschien wel hele leven klant

15.

Ik rijd dus ik BOB is een vorm van

a)

commerciële reclame

b)

ideële reclame

16.

Welke reclame kan informatief of merkreclame zijn?

a)

commerciële reclame

b)

ideële reclame

17.

Als je 10% korting krijgt op 250 euro dan is dat

a)

2,50

b)

25,00

c)

10,00

d)

225,00

18.

Coca Cola in de schappen bij de AH is typisch een

a)

A-merk

b)

B-merk

c)

Huismerk

19.

chips van de jumbo

a)

A-merk

b)

B-merk

c)

Huismerk

20.

deze organisatie geeft advies over omgaan met geld

a)

Nibus

b)

Nibuck

c)

Nibud

d)

Nibook

21.

de elektriciteitsrekening is een

a)

huishoudelijke uitgave

b)

vaste last

c)

incidentele uitgave

22.

Bezoek aan de nagelstyliste is een

a)

huishoudelijke uitgave

b)

vaste last

c)

incidentele uitgave

23.

Een weekendje weg is

a)

een huishoudelijke uitgave

b)

een vaste last

c)

een incidentele uitgave

24.

Om goed te kunnen budgetteren maak je een

(a)  

25.

Geld opzij zetten om later iets van te kopen noem je inde economie ook wel

a)

oppotten

b)

sparen

c)

reserveren

d)

uitrekenen

26.

Welke 3 soorten inkomens ken je

a)

Inkomen uit verkoop

b)

inkomen uit bezit

c)

inkomen uit arbeid

d)

inkomen uit overdracht

e)

inkomen uit overzicht

27.

Inkomen dat je ontvangt in rente van de bank heet inkomen uit

a)

overdracht

b)

bezit

c)

arbeid

28.

Als je inkomen evenveel stijgt als de inflatie dan

a)

stijgt de koopkracht

b)

daalt de koopkracht

c)

blijft de koopkracht gelijk

29.

Wat is inflatie?

a)

algemene loonstijging

b)

algemene prijsstijging

c)

algemene belasting stijging

d)

algemene productie stijging

30.

Wat is het omgekeerde van inflatie?

(a)  

31.

Je inkomen stijgt 3% en de prijzen stijgen 2%

a)

de koopkracht stijgt

b)

de koopkracht daalt

c)

de koopkracht blijft gelijk