wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Beeldspraak

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welke vorm van beeldspraak zie je hier?

a)

Een metafoor

b)

Een vergelijking

c)

Een personificatie

2.

Welke vorm van beeldspraak zie je onderlijnd?


Mol

Dat ik woon in de aarde,

woel door de grote moeder,

kind aan huis blijf bij haar,

en dat ik het gevaar

schuw van alles onder de zon –

goed, maar moet ik niet leven

zoals ik ben, blind

en met de onrust in de poten

van een grond doordrenkt van doden?

Hans Andreus

a)

Een metafoor

b)

Een vergelijking

c)

Een personificatie

3.

Als dingen of dieren menselijke eigenschappen krijgen, spreek je van een

a)

metafoor

b)

personificatie

c)

vergelijking

4.

Een metafoor herken je aan het woord als(of)

a)

Juist

b)

Fout

5.

Duid het gedicht aan waarin een vergelijking voorkomt.

a)
b)
6.

Hij lacht als een boer die kiespijn heeft.

a)

metafoor

b)

vergelijking

c)

personificatie

7.

De vijand kwam als een dief in de nacht.

a)

metafoor

b)

vergelijking

c)

personificatie

8.

De wind fluit door de takken.

a)

personificatie

b)

vergelijking

c)

metafoor

9.

Zij is een reus van een vrouw.

a)

personificatie

b)

metafoor

c)

vergelijking

10.

De appel valt niet ver van de boom.

a)

personificatie

b)

metafoor

c)

vergelijking

11.

Het bankstel zuchtte, toen mijn buurvrouw erop ging zitten.

a)

metafoor

b)

vergelijking

c)

personificatie

12.

Het riviertje kabbelde vriendelijk.

a)

metafoor

b)

vergelijking

c)

personificatie

13.

Je kamer lijkt wel een zwijnenstal.

a)

vergelijking

b)

metafoor

c)

personificatie

14.

Kijk de zon gaat onder, het meer staat in brand.

a)

vergelijking

b)

metafoor

c)

personificatie

15.

Ik ben in staat om een vergelijking/metafoor/personificatie te herkennen en te begrijpen.


(eigen antwoord)

a)

Eens

b)

Oneens

c)

Twijfelachtig