Font size
WorksheetsKB2 - H1 - Grammatica - Zinsontleding
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Wat is de persoonsvorm in de zin:
Marlies maakt een tekening voor de directeur.
(a)
Wat is de persoonsvorm in de zin:
De hond likt zijn vacht schoon.
(a)
Wat is de persoonsvorm in de zin:
Meester Pieter heeft basgitaar gespeeld bij een bandje uit de buurt.
(a)
Wat is de persoonsvorm in de zin:
De zus van Grietje gaat trouwen dit weekend.
(a)
Wat is de persoonsvorm in de zin:
Het verkeerslicht was voor de fietsers op rood gesprongen.
(a)
Wat is het onderwerp in de zin:
Marlies maakt een tekening voor de directeur.
(a)
Wat is het onderwerp in de zin:
De hond likt zijn vacht schoon.
(a)
Wat is het onderwerp in de zin:
Meester Pieter heeft basgitaar gespeeld bij een bandje uit de buurt.
(a)
Wat is het onderwerp in de zin:
De zus van Grietje gaat trouwen dit weekend.
(a)
Wat is het onderwerp in de zin:
Het verkeerslicht was voor de fietsers op rood gesprongen.
(a)
Wat is het gezegde in de zin:
Marlies maakt een tekening voor de directeur.
(a)
Wat is het gezegde in de zin:
De hond likt zijn vacht schoon.
(a)
Wat is het gezegde in de zin:
Meester Pieter heeft basgitaar gespeeld bij een bandje uit de buurt.
(a)
Wat is het gezegde in de zin:
De zus van Grietje gaat trouwen dit weekend.
(a)
Wat is het gezegde in de zin:
Het verkeerslicht was voor de fietsers op rood gesprongen.
(a)
