wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 Stoffen

Total questions: 9

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen stofeigenschap

a)

Dichtheid

b)

Geur

c)

Temperatuur

d)

Kookpunt

2.

Hoe noem je de fase-overgang waarbij een stof van de vloeibare fase naar de vaste fase gaat?

a)

Stollen

b)

Verdampen

c)

Rijpen

d)

Smelten

3.

Met welke stof toon je water aan

(a)  

4.

Welke drie toestandsaanduidingen worden gebruikt voor het aangeven van de fase van een stof?

a)

(g), (v), (v)

b)

(v), (g), (s)

c)

(s), (l), (g)

d)

(n), (g), (l)

5.

Een oplossing is:

a)

Altijd troebel en soms gekleurd

b)

Altijd helder, soms gekleurd

c)

Altijd helder en altijd gekleurd

d)

Altijd troebel en altijd gekleurd.

6.

Als je mayonaise wilt maken, heb je azijn en olie nodig. Azijn en olie mengen niet.

Wat voor soort stof moet je erbij doen om ervoor te zorgen dat ze wel mengen?

a)

Een beetje zout

b)

Een oplosmiddel

c)

Een emulgator

d)

Een suspensator

7.

Levi voegt een beetje olie en water in een reageerbuis en schudt krachtig.

Hoe heet het mengsel dat hij na het schudden in de reageerbuis heeft?

a)

Zuivere stof

b)

Oplossing

c)

Suspensie

d)

Emulsie

8.

In welke fase zit H2O (g)

(a)  

9.

Welk gevarensymbool herken je op de afbeelding?

a)

Giftig

b)

Corrosief

c)

Schadelijk

d)

Brandbaar