Font size
Worksheetsverleden pagina 1 en 2
Total questions: 10
Worksheet time: 9mins
Wat is juist?
De jongen heb in de appel gebeten
De jongen bijtte in de appel
De jongen beet in de appel
Ik heb olie in de kom gegeten.
juist
fout
Vroeger...
(a)
Wat is juist
Hij gaf bloemen aan zijn vrouw.
Hij gegeven bloemen aan zijn vrouw.
Hij gief bloemen aan zijn vrouw.
Het glas is ...
(a)
Duid al de juiste zinnen aan.
Haar haar bewoog in de wind.
Haar haar beweegde in de wind.
Haar haar heeft in de wind bewogen.
Haar haar bewogen in de wind
Wij bezocht dit weekend Parijs.
juist
fout
Duid al de juiste zinnen aan
Hij heeft zijn schoenen aandoen.
Hij aandeed zijn schoenen.
Hij deed zijn schoenen aan.
Hij heeft zijn schoenen aangedaan.
Hij heeft zijn schoenen geaandoen.
vul in: de kleren (a) aan de waslijn.
Beer en aap genazen helemaal van hun griep.
juist
fout
