wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

verleden pagina 1 en 2

Total questions: 10

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is juist?

a)

De jongen heb in de appel gebeten

b)

De jongen bijtte in de appel

c)

De jongen beet in de appel

2.

Ik heb olie in de kom gegeten.

a)

juist

b)

fout

3.

Vroeger...

(a)  

4.

Wat is juist

a)

Hij gaf bloemen aan zijn vrouw.

b)

Hij gegeven bloemen aan zijn vrouw.

c)

Hij gief bloemen aan zijn vrouw.

5.

Het glas is ...

(a)  

6.

Duid al de juiste zinnen aan.

a)

Haar haar bewoog in de wind.

b)

Haar haar beweegde in de wind.

c)

Haar haar heeft in de wind bewogen.

d)

Haar haar bewogen in de wind

7.

Wij bezocht dit weekend Parijs.

a)

juist

b)

fout

8.

Duid al de juiste zinnen aan

a)

Hij heeft zijn schoenen aandoen.

b)

Hij aandeed zijn schoenen.

c)

Hij deed zijn schoenen aan.

d)

Hij heeft zijn schoenen aangedaan.

e)

Hij heeft zijn schoenen geaandoen.

9.

vul in: de kleren (a)   aan de waslijn.

10.

Beer en aap genazen helemaal van hun griep.

a)

juist

b)

fout