wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Sporten Nederlands

Total questions: 12

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord past niet in het rijtje thuis?

a)

doelpunt

b)

racket

c)

keeper

d)

voetbalschoen

2.

Welk woord past niet in het rijtje thuis?

a)

ijs

b)

nederlands

c)

schaats

d)

scoren

3.

Welke sport hoort bij de volgende woorden:

zwemmen, teamspel, zwembril.

a)

schoonspringen

b)

waterpolo

c)

handbal

d)

wielrennen

4.

Welke sport hoort bij de volgende woorden:

schieten, pijl en boog, buiten.

a)

gewichtheffen

b)

kleiduifschieten

c)

turnen

d)

boogschieten

5.

Welke sport hoort bij de volgende woorden:

pionnen, strike, zware ballen.

a)

jeu de boules

b)

hockey

c)

bowlen

d)

speerwerpen

6.

Welk woord past niet in het rijtje thuis?

a)

fiets

b)

helm

c)

watersport

d)

tour de france

7.

Welk woord past niet in het rijtje thuis?

a)

conditie

b)

cardio

c)

rennen

d)

kracht

8.

Welk woord past niet in het rijtje thuis?

a)

sportschool

b)

krachttraining

c)

turnen

d)

gewichtheffen

9.

Voor welke sport heb je de meeste kracht nodig?

a)

zwemmen

b)

tennis

c)

gewichtheffen

d)

voetbal

10.

Voor welke sport heb je de meeste conditie nodig?

a)

hardlopen

b)

paardrijden

c)

polsstokspringen

d)

schermen

11.

Wat is naast voetbal de populairste sport in Nederland?

a)

tennis

b)

schaatsen

c)

basketbal

d)

paardrijden

12.

Voor welke sport mag er geen wind zijn?

a)

golf

b)

voetball

c)

wielrennen

d)

badminton