Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

planten en dieren a stroom

Total questions: 43

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn wel levenskenmerken?

a)

Voeden

b)

Groeien

c)

Ontwikkelen

d)

Voortplanten

e)

Waarnemen

2.

water is

a)

Levenloos

b)

dood

3.

Het groter en zwaarder worden van een organisme heet

a)

Ontwikkelen

b)

groeien

4.

De (a)   is een witte plek op een zaadje waarmee deze vastzat aan de plant.

5.

Via het (a)   gaat water het zaadje in, daardoor kan de kiem in het zaadje gaan kiemen.

6.

In de (a)   zitten voedingsstoffen voor de groeiende kiemplant.

7.

Verandering in de bouw (uiterlijk) van een organisme heet

a)

Groei

b)

Ontwikkeling

8.

Een ander woord voor metamorfose is (a)  

9.

In deze levensfase van een vlinder vindt de vervelling plaats

a)

1 Ei

b)

2 Larve

c)

3 Pop

d)

4 Imago

10.

In de derde fase van de levenscyclus van een vlinder (pop) maakt de larve een omhulsel om zichzelf. Dit omhulsel heet (a)  

11.

Een volwassen kikker haalt adem door

a)

Longen

b)

De huid

c)

Inwendige kieuwen

d)

Uitwendige kieuwen

12.

Planten hebben een bepaalt soort suiker nodig om te leven. Deze maken ze zelf door middel van een proces dat fotosynthese heet. Hoe heet deze suiker?

(a)  

13.

Om glucose te maken heeft een plant nodig

a)

Zonlicht, water en koolstofdioxide

b)

Zuurstof, water en koolstofdioxide

c)

Zonlicht, water en zuurstof

14.

Stelling: Alle organismen leven

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Wanneer een boom sterft noem je de boom ...

a)

Dood

b)

Levenloos

c)

Omgevallen

16.

Wat is groei?

a)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

b)

Het langer worden van een organisme

c)

Het groter worden van een organisme

17.

De levenscyclus van een tomatenplant begint bij de bloemen.

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Een boon die ontkiemt gebruikt energie uit de zon om te ontkiemen

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Waarom is fotosynthese belangrijk voor mensen?

a)

Er wordt voedsel gemaakt

b)

Er wordt zuurstof gemaakt

c)

Er wordt voedsel en zuurstof gemaakt

20.

Waarom passen dieren zich aan?

(3 antwoorden)

a)

Om zich te voeden

b)

Om te kunnen voortbewegen

c)

Om zich te kunnen verdedigen

d)

Om goed te kunnen zwemmen

21.

In welke soort tekening teken je details?

a)

Schematische tekening

b)

Natuurgetrouwe tekening

c)

Buitenaanzicht

22.

Wat voor doorsnede is te zien in het plaatje?

a)

Dwarsdoorsnede

b)

Lengtedoorsnede

c)

Buitenaanzicht

23.

Welk antwoord is geen tekenregel?

a)

Maak grote tekeningen

b)

Teken altijd met een pen

c)

Teken met duidelijke lijnen

d)

Zet een titel bij je tekeningen

24.

Hoe heet onderdeel 1?

a)

De zaadhuid

b)

De navel

c)

Het poortje

d)

de zaadlob

25.

Hoe heet onderdeel 2?

a)

De zaadhuid

b)

Het poortje

c)

Het Hartvormig bultje

d)

De navel

26.

Wat is de functie van het poortje?

a)

Het afgeven van afvalstoffen

b)

Het opnemen van zuurstof

c)

het opnemen van water

d)

Het afgeven van water

27.

Hoe heet onderdeel 7?

a)

De zaadhuid

b)

De zaadlob

c)

Het worteltje

d)

De navel

28.

Wat is de functie van zaadlobben?

a)

Hierin zit reservevoedsel opgeslagen

b)

Hierin zit water opgeslagen

c)

Deze beschermt het zaad

29.

Hoe heet onderdeel 3?

a)

Het poortje

b)

De navel

c)

De zaadlob

d)

Het hartvormig bultje

30.

Welk levenskenmerk is een zaad een voorbeeld van?

a)

Groeien

b)

Ontwikkelen

c)

Voortplanten

d)

Ademhalen

31.

Een baksteen is ...

a)

Dood

b)

Levenloos

c)

Levend

32.

Wat is glucose?

a)

Een soort vrucht van een plant

b)

De suiker die een plant maakt uit zonlicht

c)

De zaden van de plant

d)

Een onderdeel van de plant

33.

Welke producten ontstaat er bij fotosynthese?

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Zuurstof

34.

Hoe wordt het kwijtraken van afvalstoffen ook wel genoemd?

a)

Uitscheiden

b)

Ademhalen

c)

Voeden

d)

Plassen

35.

Een natuurgetrouwe tekening bezit alle details

a)

Waar

b)

Niet waar

36.

Bekijk het plaatje. In welk stadium van de levenscyclus bevindt dit lieveheersbeestje zich?

a)

Ei

b)

Larve

c)

Pop

d)

Imago

37.

Bekijk het plaatje. Tot welk stadium van de levenscyclus behoort dit lieveheersbeestje?

a)

Ei

b)

Larve

c)

Pop

d)

Imago

38.

In welk stadium van een koolwitje vindt de metamorfose plaats?

(a)  

39.

Hoe ademt een kikkervisje dat net uit het eitje komt? (meerdere antwoorden goed)

a)

Inwendige kieuwen

b)

Uitwendige kieuwen

c)

Longen

d)

Via de huid

40.

Welke van onderstaande dieren hebben een metamorfose?

a)

Mens

b)

Merel

c)

Mug

d)

Lieveheersbeestje

e)

Salamander

41.

De stadia van de levenscyclus van dit lieveheersbeestje staan door elkaar. Wat is de juiste volgorde?

a)

1 - 2 - 3 - 4

b)

4 - 3 - 2 - 1

c)

3 - 2 - 1 - 4

d)

2 - 1 - 4 - 3

42.

Wat is de temperatuur om 8 uur?

a)

1 graden Celsius

b)

7 graden Celsius

c)

10 graden Celsius

d)

15 graden Celsius

43.

Hoeveel kg woog Niek na 1 maand?

a)

3

b)

3,5

c)

4

d)

1