wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

opinie

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Propaganda
b)
Persoonsverheerlijking
c)
Nationalisme
d)
Indoctrinatie
2.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Terreur
b)
Indoctrinatie
c)
1 sterke leider
d)
nationalisme
3.
Wat is geen kenmerk van het fascisme?
a)
Racisme
b)
1 Sterke leider
c)
Geweld is goed
d)
Nationalisme
4.
De afbeelding past bij het begrip inflatie
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
Deze afbeelding past bij het begrip inflatie
a)
Juist
b)
Onjuist
6.
De Duitsers hadden vertrouwen in de Republiek van Weimar
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Is de beurskrach een oorzaak of een gevolg van de inflatie?
a)
Oorzaak
b)
Gevolg
8.
Is dit een indirecte of directe bron?
a)
Directe bron
b)
Indirecte bron
9.
Hoort de volgende zin bij een planeconomie of een vrijemarkteconomie?
Winst maken is belangrijk
a)
Planeconomie
b)
Vrijemarkteconomie
10.
Dit hoofdstuk gaat over het interbellum. Wat betekent het woord interbellum?
a)
Tijd van de Crisis
b)
Tijd tussen oorlogen
c)
Tijd van staatsgrepen
d)
Geen idee
11.
Welke jaartallen horen bij het interbellum?
a)
1919-1939
b)
1920-1940
c)
1918-1939
d)
1918-1940
12.
Zet in de juiste volgorde
a)
Lenin-Stalin-Tsaar
b)
Stalin-Tsaar-Lenin
c)
Tsaar-Stalin-Lenin
d)
Tsaar-Lenin-Stalin
13.
Lenin grijpt de macht in Rusland. Met welke groep doet hij dat?
a)
Met de socialisten
b)
Met de nationalisten
c)
Met de communisten
d)
Met de fascisten
14.
Welk woord past het beste bij het begrip communisme?
a)
Vrijheid
b)
Nationalisme
c)
geweld is goed
d)
gelijkheid
15.
Het communisme had een planeconomie. Dat houdt in dat de overheid bepaalt wat en hoeveel er wordt geproduceerd
a)
Juist
b)
Onjuist