wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VVJ Thema 6 Voeding en vertering BK

Total questions: 78

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding zie je de schijf van vijf.

Is het gezond om elke dag uit alle vakken iets te eten?

a)

ja

b)

nee

2.

In de afbeelding zie je de schijf van vijf.

Is het verstandig om het meeste te eten uit de vakken 'groente en fruit' en 'smeer- en bereidingsvetten'?

a)

ja

b)

nee

3.

Heeft je lichaam vetten nodig?

a)

ja

b)

nee

4.

Kan voedsel besmet raken door bacteriën of schimmels?

a)

ja

b)

nee

5.

In de afbeelding zie je het avondeten van Joep. Hij vindt dat hij erg gezond eet. Hij eet elke avond aardappelen, groenten en een stukje vlees. Als toetje eet hij altijd yoghurt.

Eet Joep gezond?

a)

Ja, want hij eet gevarieerd.

b)

Nee, want hij eet niet gevarieerd.

6.

Zitten er in groenten en fruit veel voedingsvezels?

a)

ja

b)

nee

7.

Marcel wil afvallen en eet geen koolhydraten.

Is dat wel of niet gezond?

a)

wel gezond

b)

niet gezond

8.

Maartje wil geen vlees eten.

Kan ze gezond blijven terwijl ze geen vlees eet?

a)

ja

b)

nee

9.

In de afbeelding zie je de schijf van vijf.

Behoort rijst tot het vak 'brood, graanproducten en aardappelen'?

a)

ja

b)

nee

10.

Tim eet weinig groente tijdens het avondeten. Na het avondeten gaat hij gamen, daarbij eet hij een zak chips leeg. Of hij eet een hele chocoladereep.

Welk advies kan je hem geven om gezonder te eten?

Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Eet minder verzadigd vet.

b)

Eet veel groente, fruit en brood.

c)

Eet minder bij de maaltijd als je nog een zak chips gaat eten.

11.

Is olie een plantaardig vet?

a)

ja

b)

nee

12.

Zijn onverzadigde vetten gezonder dan verzadigde vetten?

a)

ja

b)

nee

13.

In de afbeelding zie je Suzan. Ze fiets elke dag 30 minuten op en neer naar werk. In het weekend voetbalt zij minstens 2 uur.

Krijgt zij genoeg beweging?

a)

ja

b)

nee

14.

Zitten in groente en fruit veel vitamines?

a)

ja

b)

nee

15.

Mehmet wil afvallen en eet geen brood, aardappelen en pasta meer.

Is dit gezond?

a)

ja

b)

nee

16.

In de afbeelding zie je Jay. Hij lust geen groente. Zijn ouders zijn bang dat hij niet genoeg vitamines en mineralen binnenkrijgt.

Wat kunnen ze het beste doen?

a)

Hem meer brood, graanproducten of aardappelen geven.

b)

Zo veel mogelijk fruit laten eten.

17.

Hoeveel kans heb je op hart- en vaatziekten als je te zwaar bent?

a)

veel

b)

weinig

18.

In de afbeelding zie je een meisje met ondergewicht.

Kun je ondergewicht krijgen als je lichaam alle reservestoffen verbruikt?

a)

ja

b)

nee

19.

Is 1 kJ evenveel als 100.000 joule

a)

ja

b)

nee

20.

Heeft je lichaamsbouw te maken met hoeveel voedsel je nodig hebt?

a)

ja

b)

nee

21.

In de afbeelding zie je verschillende tussendoortjes.

Zijn er gezonde en minder gezonde tussendoortjes?

a)

ja

b)

nee

22.

Als je ondergewicht hebt, kun je dan sneller ziek worden?

a)

ja

b)

nee

23.

Wat zal meer energie leveren: een appel of een krentenbol?

a)

appel

b)

krentenbol

24.

Waarom hebben mannen meer energie nodig dan vrouwen?

a)

Mannen bewegen meer dan vrouwen.

b)

Mannen hebben meer spiermassa dan vrouwen. Spieren gebruiken energie.

25.

Is minder eten dan je lichaam nodig heeft een verstandige manier van afvallen?

a)

ja

b)

nee

26.

Heeft een passend gewicht te maken met de eigenschappen die je van je ouders hebt geërfd?

a)

ja

b)

nee

27.

Is 1J evenveel als 4,2 calorieën?

a)

ja

b)

nee

28.

In de afbeelding zie je Robin. Hij voetbalt veel.

Heeft hij meer energie nodig dan een even grote jongen met weinig lichamelijke inspanning?

a)

ja

b)

nee

29.

Is het eten van twee tussendoortjes per dag gezond?

a)

ja

b)

nee

30.

Hebben obese mensen meer kans om diabetes te krijgen?

a)

ja

b)

nee

31.

In de afbeelding zie je een zak patat. Een zak patat levert 1000 kJ. Fietsen kost 20 kJ energie per minuut.


Hoeveel minuten moet je fietsen om de energie van een zak patat te verbruiken?

a)

5

b)

25

c)

50

32.

Lisa is te zwaar en volgt een dieet om af te vallen. Ze krijgt 7000 kJ per dag binnen. Ze gaat ook elke dag naar de sportschool. Ze verliest snel veel gewicht en is daar heel tevreden over.


Is dit een gezonde manier van afvallen?

a)

Ja, overgewicht is niet gezond. J emoet zo snel mogelijk op een normaal gewicht komen.

b)

Nee, ze krijgt niet genoeg enegrie per dag, dus ook niet genoeg voedingsstoffen.

33.

In de afbeelding zie je een pak melk.


Mag je een pak melk op het aanrecht bewaren?

a)

ja

b)

nee

34.

Dood je bacteriën door het verhitten van voedsel?

a)

ja

b)

nee

35.

Bederft voedsel als je het te lang bewaart?

a)

ja

b)

nee

36.

Is verhit voedsel moeilijker te kauwen?

a)

ja

b)

nee

37.

In de afbeelding zie je restjes in de koelkast.


Is het verstandig om restjes langer dan twee dagen in de koelkast te bewaren?

a)

ja

b)

nee

38.

Moet je groente en fruit wel of niet wassen of schillen?

a)

wel

b)

niet

39.

José maakt samen met haar opa een maaltijd klaar in de keuken. Ze snijdt eerst het vlees op een snijplank. Daarna pakt zij een schoon mes. Met dit mes snijdt zij op dezelfde plank de groente.


Maakt José op de juiste manier het eten klaar?

a)

Nee, ze moet voor het snijden van groenten en vlees niet dezelfde snijplank gebruiken.

b)

Ja, ze gebruikt tijdens het snijden van de groenten een ander mes dan voor het snijden van het vlees.

40.

Tim zegt: "Je kunt een bedorven stukje vlees nog eten, als je het eerst goed bakt. Na het bakken zijn alle bacteriën dood."


Heeft Tim wel of geen gelijk?

a)

Tim heeft wel gelijk.

b)

Tim heeft geen gelijk.

41.

Femke ziet dat het pak melk een dag over de huisbaarheidsdatum is.


Kan ze deze melk nog drinken?

a)

ja

b)

nee

42.

Kun je bedorven voedsel meestal herkennen aan de kleur, geur en/of smaak?

a)

ja

b)

nee

43.

In de afbeelding zie je dierlijke voedingsmiddelen.


Bederven vooral dierlijke voedingsmiddelen snel?

a)

ja

b)

nee

44.

Is koken: verhitten in heet vet of olie?

a)

ja

b)

nee

45.

Moet je restjes goed verhitten?

a)

ja

b)

nee

46.

Moet je je handen wassen met water en zeep voordat je gaat koken?

a)

ja

b)

nee

47.

José kookt eerst de groente. Als dit klaar is, legt zij de groente even bij het vlees. Zij kookt nu eerst rijst. Daarna bakt zij het vlees.


Maakt José op de juiste manier het eten klaar?

a)

ja

b)

nee

48.

In de afbeelding zie je een verpakt brood. Op verpakt brood staat vaak een houdbaarheidsdatum.


Kun je het brood wel of niet na die datum eten als je het brood in de vriezer bewaart?

a)

wel

b)

niet

49.

Kun je tandplak zelf verwijderen?

a)

ja

b)

nee

50.

Bijt je voedsel af met je snijtanden?

a)

ja

b)

nee

51.

Is de wortel het deel van een tand of kies dat boven de kaak uitsteekt?

a)

ja

b)

nee

52.

In de afbeelding zie je een doorsnede van een kies.


Wat is de naam van onderdeel 2?

a)

glazuur

b)

tandvlees

c)

tandbeen

d)

wortel

53.

Is tandplak een laagje aanslag op je tanden en kiezen?

a)

ja

b)

nee

54.

Welke maatregelen helpen om gaatjes te voorkomen?

Er zijn meerdere antwoorden juist.

a)

beugel

b)

fluoridetandpasta gebruiken

c)

goed poetsen

d)

sealen van de kiezen

55.

Anne heeft kiespijn. Als je gaatjes in je gebit hebt, krijg je op een gegeven moment pijn als je niet op tijd naar de tandarts gaat.


Op welk moment krijg je pijn?

a)

Je krijgt pijn als het gaatje dicht bij de zenuw zit.

b)

Je krijgt pijn als het glazuur is aangetast.

c)

Je krijgt pijn als het tandbeen is aangetast.

56.

Is het glazuur harder dan het tandbeen?

a)

ja

b)

nee

57.

Lopen er bloedvaten door de binnenkant van de tand?

a)

ja

b)

nee

58.

In de afbeelding zie je fluoridetandpasta.


Herstelt fluoride het tandvlees?

a)

ja

b)

nee

59.

Is de kaak bedekt met tandvlees?

a)

ja

b)

nee

60.

Beschermt tandplak je tanden wel of niet tegen gaatjes?

a)

ja

b)

nee

61.

Zitten in tandplak veel bacteriën?

a)

ja

b)

nee

62.

In de afbeelding zie je tandenstokers.


Welke plekken in je gebit maak je schoon met tandenstokers? Er zijn meerdere antwoorden juist.

a)

de bovenkant van de kiezen

b)

de bovenkant van de tanden

c)

tussen de tanden

d)

tussen de kiezen

63.

In de afbeelding zie je diepvriesspinazie.


Kunnen schimmels goed leven in diepvriesspinazie?

a)

ja

b)

nee

64.

Is invriezen een voorbeeld van conserveren?

a)

ja

b)

nee

65.

Hebben de meeste bacteriën en schimmels lucht en vocht nodig?

a)

ja

b)

nee

66.

Melk wordt verhit voordat het in een pak gaat.


Is de melk hierdoor langer houdbaar?

a)

ja

b)

nee

67.

In de afbeelding zie je frambozenvla. Aan frambozenvla wordt vaak sap van rode bieten toegevoegd. Hierdoor krijgt de vla een fellere kleur.


Is sap van rode bieten een conserveermiddel?

a)

ja

b)

nee

68.

Is verhitten wel of niet een vorm van conserveren?

a)

wel

b)

niet

69.

Is suiker wel of niet een conserveermiddel?

a)

wel

b)

niet

70.

In de afbeelding zie je potjes met kruiden.


Op welke manier zijn de kruiden geconserveerd?

a)

Ze zijn gedroogd.

b)

Ze zijn luchtdicht verpakt.

c)

Ze zijn verhit voordat ze werden verpakt.

71.

In de afbeelding zie je augurken en zilveruitjes. In deze potjes zit veel azijn en suiker.


Kunnen bacteriën goed leven in zo'n afgesloten potje?

a)

ja

b)

nee

72.

Is azijn een conserveermiddel?

a)

ja

b)

nee

73.

Blijven olijven in een pot langer goed doordat er veel zout bij zit?

a)

ja

b)

nee

74.

In de fabriek worden rijstwafels gemaakt van rijst.


Is dit een voorbeeld van bewerken?

a)

ja

b)

nee

75.

In de afbeelding zie je gedroogd fruit.


Blijft gedroogd fruit lang goed omdat er geen lucht bijkomt?

a)

ja

b)

nee

76.

Is luchtdicht verpakken een vorm van conserveren?

a)

ja

b)

nee

77.

Verandert de smaak van melk na verhitting?

a)

ja

b)

nee

78.

In de afbeelding zie je paddenstoelen.


Hoe zijn deze paddenstoelen geconserveerd?

a)

suiker toegevoegd

b)

gedroogd

c)

luchtdicht verpakt

d)

verhit