wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 NN lezen - woordenschat - taalverzorging

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de titel van de tekst?

a)

rood met witte strepen

b)

www.artsenzondergrenzen.nl

c)

Artsen zonder Grenzen

d)

Tekst 1

2.

Wat is het onderwerp van de tekst?

a)

Artsen zonder Grenzen

b)

medische hulp

c)

team van journalisten

d)

hulporganisaties

3.

Is de titel hetzelfde als het onderwerp?

a)

in dit geval wel

b)

nee, nooit

c)

ja, altijd

4.

Wat is een synoniem?

a)

Woorden die ongeveer dezelfde betekenis hebben

b)

Woorden die je ongeveer hetzelfde schrijft

c)

Woorden die je hetzelfde uitspreekt

5.

Het synoniem voor afwezig.....

a)

Intimideren

b)

Absent

c)

Present

d)

Ongetwijfeld

6.

Het synoniem voor vatbaar...

a)

Absent

b)

Controle

c)

Gemakkelijk te beïnvloeden

d)

Fotogeniek

7.

Het synoniem voor produceren..

a)

Opschrijven

b)

Lezen

c)

Maken

d)

Horen

8.

Het synoniem voor ongetwijfeld...

a)

Zeker

b)

Nooit

c)

Functioneren

d)

Intelligent

9.

Het synoniem voor exact....

a)

Leveren

b)

Precies

c)

Gemakkelijk

d)

Slecht

10.

Het synoniem voor tekort....

a)

Absent

b)

Precies

c)

Ongetwijfeld

d)

Gebrek

11.

Het synoniem voor nadoen...

a)

Intimideren

b)

Logisch

c)

Imiteren

d)

Controleren

12.

Het synoniem voor oorzaak...

a)

Gevolg

b)

Reden waarom iets gebeurt

c)

Nadenken

d)

Vertellen

13.

Het synoniem voor relatie..

a)

Een band met iemand hebben

b)

Iets durven te vertellen

c)

Iets inleveren op school

d)

Iets verzwijgen

14.

Het synoniem voor iets wat je goed doet of hebt gedaan...

a)

Prestatie

b)

Relatie

c)

Gebrek

d)

Precies

15.

Het synoniem voor ontstaan..

a)

Gemakkelijk te beïnvloeden

b)

Versnellen

c)

Verband

d)

Oorzaak

16.

Het synoniem voor noteren...

a)

Lezen

b)

Horen

c)

Opschrijven

d)

Intelligent

17.

(de) emotie betekent

a)

reden waarom iets gebeurt

b)

een gebeurtenis die je kunt zien of ervaren

c)

(de) gevoelens

d)

(het) gebrek

18.

Een ander woord voor slim is..

a)

intelligent

b)

zeker

c)

precies

d)

snel

19.

Een synoniem staat altijd in dezelfde zin als het onbekende woord.

a)

waar

b)

niet waar

20.

(de) relatie is..

a)

(het) ontstaan

b)

(de) gevoelens

c)

(het) verband

d)

(het) gebrek

21.

Een auteur is

a)

iemand die een boek schrijft

b)

iemand die in een film speelt

c)

iemand die veel pijn heeft

22.

Welke zin is helemaal juist?

a)

Tijdens nederlands vertelde de leraar over de Langestraat in winschoten.

b)

Tijdens nederlands vertelde de leraar over de langestraat in Winschoten.

c)

Tijdens Nederlands vertelde de leraar over de Langestraat in Winschoten.

d)

Tijdens Nederlands vertelde de leraar over de langestraat in Winschoten.

23.

Welke zin is helemaal juist?

a)

Door de wind reed de fietser bijna met zijn batavus in de Maas.

b)

Door de wind reed de fietser bijna met zijn Batavus in de Maas.

c)

door de wind reed de fietser bijna met zijn Batavus in de Maas.

d)

Door de wind reed de fietser bijna met zijn Batavus in de maas.

24.

Welke zin is helemaal juist?

a)

In 2021 werd de amsterdamse voetbalclub Ajax landskampioen.

b)

In 2021 werd de Amsterdamse voetbalclub Ajax landskampioen.

c)

In 2021 werd de amsterdamse voetbalclub ajax landskampioen.

d)

in 2021 werd de Amsterdamse voetbalclub Ajax landskampioen.

25.

Welke zin is helemaal juist?

a)

In de zomer gaat martine met Faya op vakantie naar Frankrijk.

b)

In de zomer gaat Martine met Faya op vakantie naar frankrijk.

c)

In de zomer gaat Martine met Faya op vakantie naar Frankrijk.

d)

in de zomer gaat Martine met Faya op vakantie naar Frankrijk.

26.

Welke zin is helemaal juist?

a)

maarten wiersma komt oorspronkelijk uit Noord-Holland.

b)

Maarten Wiersma komt oorspronkelijk uit noord-Holland.

c)

Maarten Wiersma komt oorspronkelijk uit Noord-Holland

d)

Maarten Wiersma komt oorspronkelijk uit Noord-Holland.

27.

Welke zin is helemaal juist?

a)

In de Breestraat werd een nieuwe winkel van Blokker geopend

b)

In de breestraat werd een nieuwe winkel van Blokker geopend.

c)

In de Breestraat werd een nieuwe winkel van Blokker geopend.

d)

In de Breestraat werd een nieuwe winkel van blokker geopend.

28.

Welk leesteken past het best in deze zin?

"Een van hen riep: “Pas op, een explosief"

a)

?

b)

!

c)

.

29.

Welk leesteken past het best in deze zin?

"Maar dat was het niet"

a)

?

b)

!

c)

.

30.

Welk leesteken past het best in deze zin?

"Wat een vondst"

a)

?

b)

!

c)

.

31.

Welk woordje kan je DOEN?

a)

fiets

b)

zadel

c)

fietsen

d)

pedalen

32.

Welk woordje kan je DOEN?

a)

hert

b)

huilen

c)

hoed

d)

haar

33.
Vul in: die of dat:
Weet jij waar .................. boek ligt?
a)
die
b)
dat
34.
Vul in: deze of dit:
Hij vraagt ................... nu al voor de tweede keer.
a)
deze
b)
dit
35.

Vul het juiste verwijswoord in.

Waar heb je het zakje snoep neergelegd, die / dat Dex gisteren heeft gekocht?

a)

die

b)

dat