Font size
Worksheetshet voltooid deelwoord
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
De vliegtuigmotor werd (saboteren).
(a)
Heb je het hem (vragen)?
(a)
Omwille van haar stem werd ze door iedereen (bewonderen).
(a)
Nee, mijn bankkaart is (blokkeren).
(a)
Jij hebt me echt (steunen) in die moeilijke periode.
(a)
Heb je wel (nadenken)?
(a)
Wat is er gisteren (gebeuren)?
(a)
Wanneer ben je naar school (vertrekken)?
(a)
Wat heb je vandaag (plannen)?
(a)
Vader heeft een boom in de tuin (planten).
(a)
Hij heeft de overvaller in het ziekenhuis (meppen).
(a)
Adam heeft toen de bal in het doel (schoppen).
(a)
Mama heeft Arnes teddybeer naast zijn hoofdkussen (leggen).
(a)
Heeft Storm alweer een wedstrijd (verliezen)?
(a)
Milan heeft zijn liefje gisteren pas voor het eerst (kussen).
(a)
Ze zijn vorige jaar naar Italië (verhuizen).
(a)
De wiskundejuf heeft gisterenavond naar mijn ouders (bellen).
(a)
Hij heeft een mooie kast in elkaar (timmeren).
(a)
Wat heb jij (maken)?
(a)
Hebben jullie snoep (kopen)?
(a)
