wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Over leven en Overleven

Total questions: 30

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een ander woord voor een levend wezen?

a)

Mens

b)

Organisme

c)

Planten of dieren

d)

Schimmen of bacterie

2.

Nadat je heel hard hebt gefietst, kom je bezweet aan op school. Van welk levenskenmerk is zweten een voorbeeld?

a)

Uitscheiden

b)

Bewegen

c)

Reageren

d)

Ademhalen

3.

Wat is een voorbeeld van waarnemen?

a)

Je zegt iets tegen een medeleerling

b)

Je hoort de bel

c)

Je loopt naar het lokaal

4.

Welk levenskenmerk hoort bij de volgende zin? Een schaatser vertrekt meteen na het startschot.

a)

Ademhalen

b)

Groeien

c)

Waarnemen

d)

Reageren

5.

Welk levenskenmerk hoort bij de onderstaande zin? Een meeuw legt eieren.

a)

Voortplanten

b)

Bewegen

c)

Groeien

d)

Waarnemen

6.

Wanneer noemen we iets levend?

a)

Als het alle levensverschijnselen vertoond

b)

Als het kan voortplanten

c)

Als het kan bewegen

d)

Als het kan ademen

7.

Deze robot is... (kies uit levend, dood, levenloos)

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

8.

Deze bladeren zijn... (kies uit levend, dood, levenloos)

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

9.

Je haar dat gemiddeld 15 centimeter langer per jaar langer wordt is een voorbeeld van groei.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Vlak na de geboorte neemt het gewicht van de meeste baby's een klein beetje af. Daarna wordt de baby al snel zwaarder. Dit hoort bij ontwikkeling.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

In de puberteit krijgen jongens voor het eerst baardhaartjes. Dit is een voorbeeld van ontwikkeling.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Wat moet een organisme doen om te overleven? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Voedsel zoeken en opnemen

b)

Verdedigen tegen de omgeving

c)

Aanvallen van vijanden overleven

d)

Zich voortplanten

13.

De ijsbeer heeft donkere ogen. Als een ijsbeer onderwater zwemt houdt hij zijn ogen open. Hoe draagt de ogen bij aan de overleving van de ijsbeer?

a)

Om voedsel te zoeken en opnemen

b)

Zich verdedigen tegen de omgeving

c)

Aanvallen van vijanden overleven

d)

Zich voortplanten

14.

Olifanten hebben grote oren. Als olifanten het warm hebben, klapperen ze met hun oren. Hoe helpt dit de olifant om te overleven?

a)

Voedsel zoeken en opnemen

b)

Zich verdedigen tegen de omgeving

c)

Aanvallen van vijanden overleven

d)

Zich voortplanten

15.

Waarom is het voor een roos handig om doornen te hebben?

a)

Om voedsel te zoeken en opnemen

b)

Zich te verdedigen tegen de omgeving

c)

Aanvallen van vijanden te overleven

d)

Zich voort te planten

16.

Welk vogel verdedigd zichzelf tegen roofdieren door te rennen? (kies de juiste afbeelding)

a)
b)
c)
17.

Welk orgaan staat op de afbeelding?

a)

Longen

b)

Maag

c)

Darmen

d)

Hart

18.

Welk orgaan is de lever? Klik op de juiste afbeelding.

a)
b)
c)
d)
19.

Wat is de naam van het orgaan die met nummer 2 is aangeduid?

a)

Hart

b)

Longen

c)

Darmen

d)

Alvleesklier

20.

Welk nummer is het hart?

a)

Nummer 2

b)

Nummer 3

c)

Nummer 4

d)

Nummer 5

21.

Welk orgaan hoort niet bij het ademhalingsstelsel?

a)

De longen

b)

De luchtpijp

c)

De longblaasjes

d)

De slokdarm

22.

Welke organen horen bij het verteringsstelsel? (Meerdere antwoorden mogelijk)

a)
b)
c)
d)
23.

Welke orgaanstelsels komen voor in je hand?

(twee antwoorden)

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Beenderstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Ademhalingsstelsel

24.

Waar of niet waar:

Eten gaat vanuit je mond eerst naar je darmen

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Waar of niet waar:

Verteren is het kleiner maken van voedsel.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Waar of niet waar:

De lucht gaat van je luchtpijp naar je longen.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Wat is waar?

a)

Alle organen zijn opgebouwd uit cellen

b)

Cellen kun je met het blote oog zien

c)

Je hele lichaam bestaat uit één soort cellen

28.

Hoe noem je dit orgaanstelsel?

a)

Beenderstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Ademhalingsstelsel

d)

Spierstelsel

29.

Hoe noem je dit orgaanstelsel?

a)

Beenderstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Ademhalingsstelsel

30.

Hoe noem je dit orgaanstelsel?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Beenderstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Spierstelsel