WorksheetsWvw Wat een feest 1 w1.1
Total questions: 16
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Deze mensen zijn aan het
a)
dansen
b)
zingen
c)
gapen
d)
eten
2.
Januari is een
(a)
3.
Al deze dagen samen zijn een
a)
dag
b)
week
c)
maand
d)
jaar
4.
Al deze maanden samen zijn een
a)
dag
b)
week
c)
maand
d)
jaar
5.
Als je jarig bent, vier je je
(a)
6.
Dit is een
a)
vogel
b)
feesthoed
c)
toeter
d)
verjaardag
7.
Als je jarig bent, zet je op je hoofd een
(a)
8.
Wat past het beste?
a)
het jaar
b)
het feest
c)
de toeter
d)
de maillot
9.
Het tegengestelde van inpakken is
(a)
10.
Dit is een (a) cadeau
11.
Wat past het beste?
Dit cadeau is
a)
duur
b)
goedkoop
c)
zwaar
d)
een feesthoed
12.
Wat past het beste
a)
feesthoed
b)
slingers
c)
ballonnen
d)
inpakken
13.
Hier wappert een
(a)
14.
Wat past het beste?
a)
de ballonnen
b)
de vlag
c)
de slinger
d)
uitpakken
15.
Wat past het beste?
a)
goedkoop
b)
versieren
c)
uitdelen
d)
op bezoek komen
16.
Wat past het beste?
a)
vieren
b)
op bezoek komen
c)
uitdelen
d)
versieren
100 %
