Font size
WorksheetsWeek 7 NL
Total questions: 49
Worksheet time: 2hrs 38mins
wie zaten er na 1813 in de Staten-Generaal (210)
Volksvertegenwoordigers
Afgevaardigden van de Provincies
Belangrijke Regenten
Na 1813 werd de Republiek van voor de Franse inval hersteld (209)
Waar
Niet waar
Wat gebeurde er met de Grondwet van de Bataafse Republiek (210)
Deze werden volledig gebruikt en aangevuld met nieuwe wetten, zoals de aanstelling van Willem I
Volledig afgeschaft en vervangen door nieuwe wetten die Willem I de absolute vorst van het land
De wetten werden opgebouwd met een grondwet die de belangrijkste regels vastlegde voor het politieke bestel. Democratische wetten waren ver te zoeken
Wie was van Hogendorp (210)
Generaal. Hij vocht tegen Napoleon bij Waterloo
Oud raadspensionaris.
Hij had gewerkt aan de grondwet die Willem I Souverein vorst zou maken. Ook vulde hij het machtsvacuüm na het vertrek van de Fransen
Bekende Regent. Riep de bevolking bijeen om Willem tot koning te kronen
Waar en wanneer kwam Willem I aan in Nederland (211)
30 november 1815, Scheveningen
30 november 1813, Den Helder
30 november 1813, Scheveningen
30 november 1815,
Den Helder
Welke legitimiteit vond van Hogendorp voor een monarchie (211)
De regenten waren niet bezig voor het land, maar voor zichzelf. De familie Oranje-Nassau deed dit niet
Onder Karel V was er een harmonie tussen het volk en de vorst. Willem I als koning kon hier weer voor zorgen
Overal in Europa waren er weer koningen.Nederland moest dat ook
Wanneer werd Nederland een Constitutionele monarchie (211)
1813
1814
1815
1816
Aan wie waren ministers verantwoording verschuldigd (212)
De koning
Het parlement
De koning en het parlement
de Staten-Generaal
De vertegenwoordigende lichamen het minder sterke adellijke elementen dan in de Republiek (212)
Ja
Nee
Wanneer trad de grondwet in werking (212)
1813
1814
1815
1816
Willem I streefde naar gebiedsuitbreiding. daarbij liet hij zijn oog vallen op de zuidelijke Nederlanden, Luxemburg en Duitse gebieden tot aan de Moezel. Hij kreeg door de goedkeuring van verschillende landen uiteindelijk de soevereiniteit over de Zuidelijke Nederlanden. Welke landen gaven Goedkeuring (212)
(a)
Wat was de reden dat Willem I de Zuidelijke Nederlanden kreeg (212)
Om een sterke bufferstaat te vormen tegen Frankrijk
De zuidelijke Nederlanden waren pro Frans. Door ze bij Nederland te voegen, konden zij een overname door Frankrijk voorkomen
Door de aanhoudende problemen in de Zuidelijke Nederlanden moest iemand de orde herstellen. Willem I was hier als Koning van Nederland het meest geschikt voor.
Wat deed het congres van Wenen voor Nederland (212)
Welke politiek verandering vond er plaats in de grondwet naar aanleiding van het congres van wenen en de territoriale situatie (214)
Er moesten nieuwe wetgevingen komen voor de aanstelling van volksvertegenwoordigers
Er moest een tweekamerstelsel ingevoerd worden. de tweede kamer bleef hetzelfde als voorheen. De Eerste kamer bestond uit leden die werden benoemt door de koning.
Door de toetreding van de Zuidelijke Nederlanden moest er een nieuw systeem komen voor de verkiezing van de ministers
Welk gebied had meer inwoners in 1814 (214)
Noordelijke Nederlanden
Zuidelijke Nederlanden
Hoe zag de verdeling van volksvertegenwoordigers eruit in 1814 (214)
De Noordelijke Nederlanden had meer bevolking, maar minder Vertegenwoordigers dan de Zuidelijke Nederlanden
De Noordelijke Nederlanden had minder bevolking, en ook minder Vertegenwoordigers dan de Zuidelijke Nederlanden
De Noordelijke Nederlanden had minder bevolking, maar meer Vertegenwoordigers dan de Zuidelijke Nederlanden
De Noordelijke Nederlanden had minder bevolking, maar evenveel Vertegenwoordigersals de Zuidelijke Nederlanden
1. De Tweede Kamer was openbaar voor burgers en pers
2. Burgers kregen het recht om petities aan te bieden bij de vorst (214)
1 is waar, 2 niet
beide zijn waar
geen is waar
1 is niet waar, 2 wel
Op taalgebied werd, aanvankelijk door dwangmaatregelen, aangestuurd op vernederlandsing (215)
Waar
Niet waar
Wat is een Kleinseminarie (216)
Willem I's onderwijspolitiek bestaat grotendeels uit 2 aspecten: op Religieus en op taal gebied. Welke van deze aspecten zorgde voor spanning tussen de Zuidelijke Nederlanden en Willem I (216)
Taal
Religieus
Beide
Welke uitspraak over de Staten-Generaal is waar (217-18)
1. er was sprake van een ministeriële verantwoordelijkheid
2. De Tweede kamer had een zeer beperkt budgetrecht
3. De volksvertegenwoordiging had geen invloed op de koning
1
2
3
"In de grondwet van 1815 was vastgelegd dat de regering vanaf 1819 steeds een tienjarige begroting aan het parlement zou voorleggen". Wat was de gedachte hierachter (218)
De grote staatsschuld zou zo eenvoudiger te saneren zijn
Zo kon het parlement de financiën van het Verenigd Koninkrijk controleren
Zo konden de volksvertegenwoordigers invloed uitoefenen op het beleid
Hoe kon de Tweede Kamer macht uitoefenen op het beleid van Willem I (218)
Het parlement moest stemmen over wetgeving van Willem I. Zo kon zij wetten afwijzen.
Het parlement kon de begroting afwijzen. Hierdoor kon de koning nooit zijn zin op financieel gebied krijgen
Het parlement was verantwoordelijk voor het opstellen van een begroting. Zij bepaalde waar het geld aan uitgegeven werd
Op economisch gebied wou Willem I een gelijk belastingstelsel invoeren. Dit zou nadelig zijn voor het noorden of het zuiden. Waarom (219)
Het noorden was gericht op handel en wou een belastingstelsel gericht op internationale handel. Het zuiden was voornamelijk afhankelijk op nijverheid, en wouden dus een belastingstelsel die dit zou beschermen
Het zuiden was veel welvarender, en zou daarom minder belast worden dan het Noorden
Er was veel ongelijkheid in welvaart binnen het koninkrijk. dit kwam omdat het noorden heel veel verdiende in de handel. dit zou dus oneerlijk zijn tegenover de Zuidelijke Nederlanden
Het belastingaandeel van de Zuidelijke Nederlanden verschilde tussen 1816 en 1829. Op welke manier (220)
Het aandeel daalde over deze periode
Het aandeel steeg in deze periode
Het aandeel steeg, maar daalde uiteindelijk flink
Het aandeel bleef relatief gezien gelijk
Welk probleem bracht onvrede in de Zuidelijke Nederlanden (220)
De nijverheid in het zuiden werd vervangen voor handel. maar het noorden had hier een te grote voorsprong in.
Het aandeel van het Zuiden werd steeds meer. De burgers moesten steeds meer belasting betalen, terwijl het Noorden minder belasting betaalde.
Er was een financiële transfer van het zuiden naar het noorden. Het belastinggeld zou veel minder geïnvesteerd worden in het zuiden.
Welke bewering over de staatsschuld onder Willem I is waar (220)
De staatsschuld liep op van 575 miljoen in 1814 tot 1200 miljoen in 1840
De staatsschuld ging van 575 miljoen in 1814 naar 1200 miljoen in 1829. Daarna daalde het tot 900 miljoen in 1840
Door de oorlog was de 1200 miljoen in 1814. Deze zou dalen tot 575 miljoen in 1829. Daarna steeg het weer naar 900 miljoen in 1840
Door de oorlog was de 1200 miljoen in 1814. Deze zou dalen tot 900 miljoen in 1829. Daarna daalde het verder naar 575 miljoen in 1840
Willem I maakte het financiële overzicht ondoorzichtig, zodat het veel moeite koste om zijn Financiën bij te houden (220)
Waar
Niet waar
Welke bijnaamen had koning Willem I (220)
Sporenlegger
Kanalen-koning
Witwasser
Koopman-Koning
Waar investeerde koning Willem I niet in (220)
Wegen
Havens
Vaarverbindingen
Handel
"de snelheid waarmee dit proces zich voltrok, was niet alleen een gevolg van koninklijke initiatieven". wat was nog meer een reden (221)
De Fransen waren al begonnen hieraan
Technologische vooruitgang
Nederland was een Eenheidsstaat
De rijke handelaren Investeerde voor een heel groot deel mee
Wat is de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) (221)
Een heroprichting van de VOC
Een initiatief van Willem I om de handel te versterken met met Oost-Indië. De NHM zou hiermee een monopolie eisen over de handel en de grip op de kolonies versterken
Een initiatief van Willem I om te concurreren tegen Engeland. De NHM zou geen monopolies krijgen en ook nikst doen met het koloniaal bestuur
Welke uitspraak over economische groei is juist (221)
Na het dieptepunt tijdens de Franse bezetting steeg de economie met het aantreden van Willem I. Deze zou 30 jaar duren voordat het weer daalde
Na het dieptepunt tijdens de Franse bezetting daalde de groei. deze steeg pas na 1825
Na het dieptepunt tijdens de Franse bezetting was er enig herstel, maar werd gevolgd door een terugslag. in 1819 kwam er een periode van structurele groei voor ongeveer 20 jaar
waar werd het Cultuurstelsel ingevoerd, en wat deed het Cultuurstelsel (222)
Het cultuurstelsel werd ingevoerd in Nederlands-Indië. Het was een verplichting voor inlandse boeren om Koffie, Suiker en Indigo te verbouwen en tegen lage prijzen te verkopen aan Nederland
Het cultuurstelsel werd ingevoerd in Nederlands-Indië. het was een wet die de inheemse bevolking tot onbetaalde arbeider verklaarde. zij kregen hierdoor minder rechten en moesten Koffie, Suiker en Indigo verbouwen
Het Cultuurstelsel werd ingevoerd in Nederland. Het moest de kunstcultuur uit de Republiek laten herleven. Vooral in de Zuidelijke Nederlanden leverde dit veel banen op
Het Cultuurstelsel werd ingevoerd in Nederland. Hiermee moest iedereen de dominante Noordelijke cultuur overnemen. Dit was een belangrijke spanningsbron tussen het Zuiden en Willem I
Wat is het "Batig Slot" (222)
De wet uit de grondwet die burgers uitsluit van Ambten als zij geen Nederlands spreken
De netto-inkomsten uit de kolonie
De term voor de periode van de slechte samenhang van Noord en Zuidelijk Nederland
Wat was de belangrijkste inkomst voor Nederland in de periode 1830-1860 (222)
De internationale handel met Europa
De nijverheid uit de Zuidelijke Nederlanden
De inkomsten uit de Nederlands-Indië
Welke uitspraak over de Nederlandse industrie is waar (222)
De Nederlandse industrie was een belangrijke drijfveer voor de Nederlandse economie
De Nederlandse industrie zou alleen maar dalen. Dit komt doordat de Zuidelijke Nederlanden steeds minder deden in de nijverheid, en dat zou de Nederlandse industrie alleen maar benadelen omdat deze veel samenwerken
De Nederlandse industrie steeg kwam uit het dal na de Franse bezetting, maar niet veel. Het zou pas groeien rond 1860
De Nederlandse industrie Steeg zeer snel, maar daalde snel nadat Willem I aftrad
Wat was geen belangrijke inkomstenbron voor Nederland onder Willem I (223)
Handel
Koloniale opbrengsten
landbouw
Industrie
Willem I had een ondoorzichtig financieel systeem gecreëerd dat subsidies gaf. Wat was het gevolg hiervan (223)
Geen stabiele basis voor economische modernisering
Veel vraagtekens over de echte financiele groei onder Willem I voor historici
Een ongelijke verdeling van subsidies onder Nederlandse bedrijven
De scheiding tussen het noorden en het zuiden van Nederland in 1830 kwam onverwachts (224)
Waar
Niet waar
Wat gebeurde er tijdens de "julirevolutie" in 1830 (225)
Zuid-Nederland scheid zich af van het Verenigd Koninkrijk
De Franse koning wordt afgezet
De opera La Muette de Portici zorgt voor een grote opstand in Brussel
Waar ging de Opera La Mussete de Portici over
Over een Napolitaanse opstand tegen Spaans gezag
Over de eigen nationaliteit en cultuur van het Zuidelijke Nederland
Over het slechte beleid van Willem I
Over de Franse Revolutie
Wat was geen eis van de gewapende opstandelingen in Brussel en Luik (225)
Invoering van de Ministeriële verantwoordelijkheid
Meer zuidelijke vertegenwoordigers in deStaten-Generaal
Betere leefomstandigheden en investeringen in de Zuidelijke Nederlanden
Wat was de echte naam van Willem II (225)
Willem Frederik
Willem Maurits
Willem Hendrik
Wie stuurde Willem I om de rust in Brussel te herstellen
Zijn zoon Willem II
Zijn belangrijkste Ministers
Zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen
Wat is het "Voorlopig Bewind" (226)
Een compromis van Willem I om de Zuidelijke Nederlanden tijdelijk tot rust te brengen
De onofficiële regering die werd uitgeroepen door de opstandelingen na de militaire ingrijpring in Brussel
De Militaire regering die door Willem I in Brussel opgezet werd om meer opstanden te voorkomen
Wanneer riep het "Voorlopig Bewind" de onafhankelijk van België uit (226)
4 oktober 1830
20 December 1831
7 november 1830
Wat werd er besproken bij de Londense Conferentie eind 1930 (227)
Engeland bereide zich samen met Pruisen en Rusland voor om Willem I te verwijderen van de Nederlandse troon
Willem I vroeg Engeland of zij kon helpen met het opstandige Zuidelijke Nederland
Engeland, Oostenrijk, Pruisen, Rusland en Frankrijk probeerde een algehele crisis te voorkomen
Wat wordt er met het begrip "restauratie" bedoeld (209)
Nederland werd weer geleid door de Oranjes
Het grondgebied van de Republiek werd weer samengevoegd met de Zuidelijke Nederlanden
De Bourbons kregen de Franse troon terug
De erfenis van de Franse Revolutie en de Napoleontische tijd was weggevaagd
