wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

erfelijkheid

Total questions: 14

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding hieronder is de stamboom van een familie gegeven waarin de ziekte agammaglobulinemie voorkomt. Lijders aan deze erfelijke ziekte zijn verhoogd vatbaar voor infecties. Het gen dat deze ziekte veroorzaakt is .....

a)

dominant

b)

recessief

c)

Niet af te lijden

2.

Bij honden is het gen voor krullend haar (E) dominant over dat voor sluik haar (e). Iemand wil zoveel mogelijk honden fokken met sluik haar. Met welke van onderstaande kruisingen is de kans op nakomelingen met sluik haar het grootst?

a)

EE x ee

b)

Ee x Ee

c)

Ee x ee

d)

EE x Ee

3.

Een nucleotide is opgebouwd uit:

a)

een stikstofbas

b)

een base, een fosfaat en een suiker

c)

twee basen, twee fosfaten en twee suikers

d)

basen

4.

Een merel (Bb) heeft een wit vlekje op zijn vleugel. Deze merel krijgt jongen met een vrouwtje (bb) zonder witte vlek. Hoe groot is de kans dat het eerste kuiken wat geboren wordt een wit vlekje op zijn veren heeft?

a)

25%

b)

50%

c)

75%

d)

100%

5.

Bij een kikker bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 13 chromosomen.


Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen?

a)

geslachtscellen

b)

lichaamscellen

6.

Welke bewering is juist?

a)

het fenotype is de som van de zichtbare eigenschappen van het genotype plus de invloed van het milieu

b)

het fenotype is de som van de zichtbare eigenschappen van het genotype zonder de invloed van het milieu

c)

het genotype is de som van de zichtbare eigenschappen van het fenotype zonder de invloed van het milieu

d)

het genotype is de som van de zichtbare eigenschappen van het fenotype plus de invloed van het milieu

7.

Twee uitspraken:


Menno zegt: De celkern van een levercel bevat de complete informatie voor al je erfelijke eigenschappen.

Annie zegt: Een gen bevat de informatie voor meerdere erfelijke eigenschappen'


Wie heeft gelijk?

a)

Beide gelijk

b)

Menno heeft gelijk

c)

Annie heeft gelijk

d)

Geen van beide heeft gelijk

8.

Is dit karyogram (chromosoomportret) van een man of een vrouw?

a)

man

b)

vrouw

9.

Zet in de juiste volgorde van klein naar groot

a)

DNA - gen - chromsoom - cel

b)

gen - DNA - chromosoom - cel

c)

gen - chromosoom - DNA - cel

d)

cel - chromosoom - DNA - gen

10.

Een jongen heeft bloedgroep 0, zijn moeder heeft bloedgroep A en zijn vader heeft

bloedgroep B. De ouders hebben ook nog een dochter. Wat is de kans dat de broer en de zuster dezelfde bloedgroep hebben?

a)

1/16

b)

1/8

c)

1/4

d)

1/2

11.
Hoeveel cellen zijn ontstaan als de meiose voltooid is? Hebben die cellen onderling gelijk of verschillend erfelijk materiaal?
a)
Er zijn twee cellen ontstaan, ze hebben gelijk erfelijk materiaal.
b)
Er zijn twee cellen ontstaan, ze hebben verschillend erfelijk materiaal.
c)
Er zijn vier cellen ontstaan, ze hebben gelijk erfelijk materiaal.
d)
Er zijn vier cellen ontstaan, ze hebben twee aan twee gelijk erfelijk materiaal.
12.
a)

Dit is mitose

b)

Dit is meiose

13.

Kan elke cel in het lichaam de meiose doen?

a)

ja

b)

nee

14.

De zijkanten van DNA zijn gemaakt van

a)

Fosfaat en deoxyribose

b)

Deoxyribose en stikstofbasen

c)

Stikstofbasen en fosfaat

d)

Deoxyribose en stikstofbasen